De revolutie is niet af, vinden de Egyptenaren

In Egypte leek het gisteren opnieuw revolutie. Grote mensenmassa’s protesteerden tegen het uitblijven van verandering.

Honderden Egyptenaren waren donderdagnacht al naar het Tahrirplein in Kairo gegaan, voor het geval de autoriteiten het plein gisteren zouden afsluiten voor demonstranten. Maar de politie hield zich afzijdig en uiteindelijk verzamelden zich in de gloeiende hitte naar schatting honderdduizend boze burgers. Het was de grootste massa betogers tegen het regime sinds demonstranten president Mubarak op 11 februari dwongen af te treden.

De ‘vrijdag van volharding’ waren de nieuwe demonstraties – die in het hele land plaatshadden – gedoopt door de organisatoren. Of ook wel ‘Egyptes revolutie deel 2’. De revolutie is immers niet af, integendeel. In escalerende protesten hadden duizenden burgers de laatste weken al hun frustraties laten blijken over het trage tempo waarin Mubarak en zijn medestanders worden berecht en meer in het algemeen hun woede getoond over de koers van het militaire bewind. „Morgen op Tahrir: revolutie en verandering”, scandeerden donderdagavond voetbalsupporters tijdens de wedstrijd Zamalek-Wadi Degla in het Kairo-stadion voor ze slaags raakten met de politie.

Dezelfde groepen die de drijvende kracht waren achter de opstand tegen Mubarak, verenigd in de Jeugdcoalitie van de revolutie van 25 januari, hamerden op Twitter en Facebook op het belang van een massale opkomst. Onder #fokakmenahlak (neem afstand van je familie) werden jongeren aangespoord overbezorgde ouders te negeren of, liever, hen ook mee te nemen.

De Opperste militaire raad die Mubarak opvolgde is samengesteld uit zijn oude vrienden: voorzitter veldmaarschalk Tantawi was twintig jaar lang zijn minister van Defensie en stond onder tegenstanders bekend als ‘Mubaraks poedel’. Toch kon de junta aanvankelijk rekenen op sympathie van de bevolking. In tegenstelling tot de gehate politie hadden militairen in elk geval niet of nauwelijks bloed vergoten onder de betogers, van wie er in de achttien dagen van de opstand ongeveer 850 om het leven kwamen.

Maar langzamerhand heeft de ontgoocheling ingezet. Mubarak is wel gevallen, maar wat is er verder eigenlijk veranderd? De noodtoestand, waaronder Mubaraks bewind tegenstanders door militaire rechtbanken in de gevangenis liet opbergen, is onverminderd van kracht. Opheffing van deze dertig jaar oude maatregel was destijds een van de belangrijkste eisen van de betogers. Hetzelfde geldt voor de oude perswetten, op grond waarvan journalisten voor elk woord dat de autoriteiten niet zint kunnen worden gevangengezet.

De directe aanleiding voor de demonstraties van gisteren vormde de vrijlating op borgtocht van zeven politiemannen die wegens de dood van zeventien betogers in Suez worden berecht, en de vrijspraak voor drie ministers van Mubaraks regime. Terwijl enkele bloggers tijdens snelle processen tot gevangenisstraffen zijn veroordeeld wegens belediging van het leger, is één politieman, bij verstek, veroordeeld wegens zijn rol in de dood van betogers. De verantwoordelijke autoriteiten, inclusief minister van Binnenlandse Zaken Habib al-Adly en Mubarak, zijn nog niet berecht. Veel mensen zijn bang dat zij vrijuit gaan of er met lichte straffen vanaf komen wegens hun banden met het leger en de rechterlijke macht, die gewend is de orders van het oude regime uit te voeren.

In Kairo, Alexandrië, Suez en andere steden waren gisteren massa’s mensen op de been, maar veel meer mensen bleven thuis. Het is mogelijk dat het militaire gezag ervan uitgaat dat de verslechterende economie zal leiden tot toenemend volksverzet tegen de demonstraties. Door de opstand zijn het belangrijke toerisme en buitenlandse investeringen bijna tot stilstand gekomen, en de militaire leiders waarschuwen regelmatig dat het afgelopen moet zijn met de onrust wil de economie weer op gang komen. In de ontwerpbegroting is al gesnoeid in de uitgaven voor onderwijs en werkloosheidsuitkeringen.

Maar bezuinigingen zouden ook heel goed tot een extra impuls voor demonstraties kunnen leiden. Een van de belangrijkste verschillen in de Arabische wereld met de situatie vóór de opstanden in Tunesië en Egypte is immers dat de burgers niet langer bang zijn de straat op te gaan om hun ongenoegen te tonen.