De orale weg

Onze jongens van de Rabobank eten voortreffelijk. De menu’s die de ploegkok in zijn mobiele keuken bereidt, kunnen zo op de kaart van een sterrenrestaurant. Werkelijk, de huig wiebelt van genot in mijn keel als ik verneem wat ze krijgen voorgezet. Ik zou zo weer een Tour willen rijden. Ik vermoed dat Robert de pijn niet meer voelt wanneer hij ’s avonds aan tafel zit.

Heel goed ook dat het vlees uit Nederland wordt geïmporteerd. Maar niet nadat het nauwgezet is onderzocht op clenbuterol en andere ongerechtigheden. Na Contadors slippertje vorig jaar heeft de paranoia aardig toegeslagen. Maanden geleden vroeg ik me op deze plaats nog af hoe de coureurs boven hun bordjes hangen. Dat weten we nu: met een gerust hart.

Contador maakte wereldkundig dat hij al twaalf maanden geen vlees meer eet. Wat eet hij dan wel? Hij zei het er niet bij. Kip, vis, schaal- en schelpdieren? Daar kan een ploegkok ook hele mooie dingen mee doen. Misschien wel insecten. Insecten hebben de toekomst, las ik ergens. Geen weldadiger bron van proteïnen. Of zeewier? De Tour wordt nog eens het domein van de culinaire avant-garde.

Ik schat het peloton overigens in op minimaal twintig pillen per dag per persoon. Hoe lekker en voedzaam het eten ook is, sinds de no needle policy enige weken geleden in werking trad, zijn er andere maatregelen nodig om voedingstekorten aan te vullen. Een naald strookt niet met het blozende imago van topsport, luidde de redenering van de internationale wielerbond. En, waar een naald is, is de doping niet ver.

Ruim twee decennia geleden reed ik voor een ploeg die niet direct een interne no needle policy volgde, maar op het terrein van de suppletie werd toch duidelijk de orale weg bewandeld. Een waanzinnig goed, en in het licht van vandaag ultraprogressief, systeem. Ik liep er mee weg. De naalden in bil en ader was ik na een zadelzit van tien jaar zo onderhand wel beu.

Onze pillen werden op basis van het bloedprofiel voor iedere renner afzonderlijk gedraaid. Tot mijn grote verbazing voelde ik me er fysiek zeer wel bij. Zelfs het placebo-effect dat doorgaans van naalden uitging, werd overtroffen.

Ik had twee extra toilettassen nodig om de doosjes, de potjes en de doordrukstrips te vervoeren. Er zat een schema bij op welk moment van de dag wat te slikken. Ik geef toe dat het lang duurde eer ik de routine te pakken had.

En daar stond je, bijvoorbeeld voor het slapengaan in de badkamer van een Novotel, glas water in de ene, twee dozijn supplementen in de palm van de andere hand. Ik geef ook volmondig toe dat ik soms verzuchtte: nu lijk ik echt terminaal, toch maar niet beter een naald?