Zijlstra scheidt studenten in winnaars en verliezers

De staatssecretaris voor hoger onderwijs wil voor elke student een passend traject. Het hoger onderwijs zou juist baat hebben bij minder barrières – niet méér, betoogt Jonathan Mijs.

Een lagere basis, hogere drempels, meer verwachtingen – zo laat het plan voor het hoger onderwijs Kwaliteit in verscheidenheid van staatssecretaris Zijlstra (VVD) zich samenvatten. Zijlstra ziet in 2025 een hogeronderwijslandschap voor zich waarin studenten huppelen over hogere latten en harder lopen. Ze zijn ook met meer dan in 2011. De staatssecretaris wil een land vol slimme, snelle, en vrolijk meebetalende studenten. De collegegelden worden verhoogd. De studiefinanciering wordt veranderd in een lening. De automatische toelating van vwo’ers op de universiteit en van mbo’ers op de hogeschool wordt beëindigd.

Zijlstra heeft natuurlijk gelijk met zijn constatering dat met het hoger onderwijs van alles mis is. Daar lopen immers mensen rond die niet thuishoren op een universiteit of hogeschool – brallende ballen die het als hun burgerrecht beschouwen om jaren achtereen gesubsidieerd te drinken, eventueel met een bul ter afsluiting. Menig student volgt massaonderwijs en mist de uitdaging waarnaar hij – stiekem – op zoek was.

Te veel havo- en vwo-scholieren zetten de stap naar het hoger onderwijs zonder goede oriëntatie of sterke motivatie. Waarom zouden ze daarover nadenken? Vier jaar hoger onderwijs – school, les, leraar – is voor hen het vanzelfsprekende vervolg van de middelbare school.

Aan dat beeld heeft de overheid de afgelopen jaren sterk bijgedragen. Ze maakte het volgen van hoger onderwijs tot een doelstelling op zich. De helft van de beroepsbevolking moet een papiertje hebben. Bovendien is het doel van de Citotoets altijd geweest om kruisjes zetten op de hoofden van elfjarigen. Jij gaat over zes jaar naar de universiteit, jij over vijf naar de hogeschool en jij mag lekker met je handen werken, nadat je van school bent gestuurd. Nederland is tweede van de wereld in het vroeg selecteren van leerlingen – alleen de Duitsers zijn ons voor.

Zijlstra wil dat veranderen. Hij werpt nieuwe barrières op – meer selectie – en holt de basisfinanciering uit. Op vanzelfsprekendheden kun je niet meer rekenen. Bewijs je talent maar eens en trek je buidel open, dan zullen de semi-ambtenaren van de hogeschool of universiteit je laten weten of je mag komen studeren. Met al dat geld en talent doen zij vervolgens heel mooie dingen, iedere instelling op haar eigen manier. Zo krijgen we een kwalitatief hoogwaardig en gedifferentieerd hogeronderwijsstelsel.

Dit is het plan. In aanvulling op het bestaande onderwijsaanbod betekent dit een uitbreiding van selectieve bachelor- en masteropleidingen aan de universiteit, masters aan de hogeschool, driejarige hbo-bachelors voor vwo’ers en een tweejarige associate degree voor de student met wat minder geduld.

Zijlstra’s toont met zijn differentiatieplannen dat hij beschikt over een hokjesgeest. Iedere student krijgt een eigen, door de overheid bedacht opleidingstraject. Toegegeven, het is verfrissend dat een staatssecretaris van de VVD eens iets anders probeert dan het aanjagen van consumentisme in het onderwijs, maar de planideologie die van Zijlstra’s toekomstvisie uitgaat, is mij iets te veel van het goede.

Is het misschien een idee om marktpartijen als – afgestudeerde – ondernemers en werkgevers zelf uit te laten zoeken wat een diploma waard is? Om wat drempels weg te nemen, opdat een vmbo-leerling met een wiskundeknobbel eindexamen mag doen op havo- of vwo-niveau? Om een mbo’er of hbo’er met academische interesse een vakje te laten meepikken op de universiteit? Of, omgekeerd, om een universiteitsstudent een stage te laten zoeken via het netwerk van roc’s en hogescholen?

Wat het onderwijs nodig heeft, is minder barrières – niet méér.

In al zijn enthousiasme voor het selecteren en kanaliseren van de diverse studentenstromen vergeet Zijlstra stil te staan bij de vraag welke leerlingen de selectie niet doorstaan en wat zij moeten doen na afwijzing. Onderzoekers van het Instituut voor Migratie en Etnische Studies toonden al aan dat het de migrantenkinderen in Nederland die geschikt zijn voor het hoger onderwijs, dikwijls drie jaar langer kost om daar te belanden. Velen van hen werden op elfjarige leeftijd bestempeld als vmbo’er. Ze moesten de lange weg bewandelen van vmbo naar mbo naar hbo – en soms daarna nog naar de universiteit.

De gewenste boodschap is dat deze studenten uiteindelijk zijn beland waar ze thuishoren. De werkelijke boodschap is dat selectie in het onderwijs talentvolle studenten onnodig vertraagt. Menigeen valt onderweg uit en verdwijnt uit beeld.

Het idee van een ‘juiste’ selectie, georganiseerd door de universiteiten en de hogescholen, is volstrekt naïef. Psychologen hebben becijferd dat met de beste vorm van selectie bij misschien een kwart van de studenten kan worden voorspeld wat hun toekomstige studierendement zal zijn. Driekwart van de studenten wordt ten onterechte aangemerkt als geschikt, of erger – ten onrechte ongeschikt verklaard en weggestuurd.

Selectie doet zelfs nog meer dan dit. De stempel van selectie verdeelt leerlingen en studenten in winnaars en verliezers. Als je ten onterechte verliest, is dit extra zuur.

De verscheidenheid waarop de staatssecretaris inzet, blijft hangen in deze hokjesgeest. Echte verscheidenheid benadrukt juist de uiteenlopende talenten van leerlingen en studenten, zonder hun ontwikkeling te blokkeren met voorgegoten vormen en een gekunstelde selectie. Laten we die barrières verwijderen, de stempelkussens opbergen en ruimte geven aan de eigen interesse, ambitie en keuzes van jonge mensen. Vertrouw wat meer in de mens en in de markt en iets minder in de profetische gave van universiteiten, hogescholen en de overheid.

Vind ik de VVD aan mijn zijde?

Jonathan Mijs promoveert in de sociologie aan Harvard University.