Zijlstra heeft spijt van hogere btw kunstsector

De verhoging van de btw op podiumkunsten en kunstvoorwerpen heeft de geloofwaardigheid van de cultuurbezuinigingen van het kabinet aangetast. Dat zegt staatssecretaris Halbe Zijlstra (Cultuur, VVD) in een interview met deze krant. „De btw-verhoging heeft mij niet geholpen. Ik snap heel goed dat er in de kunstsector met scepsis naar is gekeken.”

Het kabinet besloot voor podiumkunsten en kunstvoorwerpen de btw te verhogen van 6 naar 19 procent, zodat ze onder het reguliere tarief vallen. Andere delen van de ‘vermaaksindustrie’ bleven onder het lage tarief, zoals circussen, voetbalwedstrijden en bioscopen. Zijlstra: „Het is niet de meest voldragen maatregel in het regeerakkoord.”

Critici van de grote kunstbezuinigingen zagen de verhoging als bewijs dat het kabinet en gedoogpartner PVV rancune koesteren tegen de kunsten. Het kabinet wil dat de cultuursector meer ondernemerschap toont, maar maakt intussen de kaartjes duurder en ontmoedigt zo bezoekers. Schouwburgen merken voor het volgend seizoen al verschil in de voorverkoop.

In de VVD wordt de maatregel nu betreurd. „De btw-verhoging zet een rem op het stimuleren van ondernemerschap in de cultuur”, zei VVD-Kamerlid Bart de Liefde vorige week tijdens het debat in de Tweede Kamer over de bezuinigingen op cultuur. „Toch is het opgenomen in het regeerakkoord, dat is de realiteit.” Volgens Zijlstra heeft de coalitie geprobeerd de maatregel terug te draaien maar werd geen alternatief gevonden voor de 100 miljoen per jaar die deze oplevert.

Zijlstra vindt verder dat het in het debat over de bezuiniging op de kunst te veel gaat over de toon. „Dat geldt ook voor het kabinet. Laat ik daar niet voor weglopen. We kunnen daar maar beter mee ophouden.” Als voorbeeld noemt hij de uitspraak van partijgenoot De Liefde: ‘Schop de Raad voor Cultuur zijn pand uit.’ Zijlstra: „Dan gaat de discussie niet meer over de vraag of het goed is dat de raad in een duur pand zit. En zeggen mensen: waarom dit taalgebruik, zie je wel, rancune.”

Commentaar: pagina 2

Interview Zijlstra: pagina 17