Walter Scott

Met aangename herkenning heb ik Arnold Heumakers’ bespreking van de biografie van Walter Scott door Stuart Kelly gelezen (Boeken 23-06- 11). Een artikel dat iedere Schotlandganger bij zich zou moeten hebben. Twee opmerkingen. Heumakers gaat iets te snel voorbij aan het even schitterende als krankzinnige ‘fantasiekasteel’ Abbotsford. Hij zou de lezer moeten aanraden daar aan het begin van zijn reis een middag door te brengen. Een bezoek aan dit museum helpt je de romantische schrijver én diens Schotland beter te begrijpen. Abbotsford is (sir) Walter Scott. Mijn tweede opmerking is inhoudelijk. Heumakers noemt Bonnie Prince Charlie een kroonprins van de Stuarts. Dat is iets te veel eer. Deze Charles was de kleinzoon van koning Jacobus II, tenminste dat geloofden de aanhangers van de katholieke koning, die in 1688 plaats moest maken voor zijn dochter Mary Stuart en de Nederlandse protestantse prins Willem III. De propaganda van die prins heeft van Jacobus’ zoon James (III) een ondergeschoven kind gemaakt, de zoon van een molenaar. Zulks om de overtocht naar Engeland en verjaging en opvolging van Jacobus door Willem en Mary in 1688 te legitimeren. James heeft als de ‘Old Pretender’ in 1714-15 geprobeerd de Stuarts weer op de Engelse troon te brengen. Zijn zoon Charles was de ‘Young Pretender’ en droeg de bijnaam ‘Bonnie’ vanwege zijn mooie uiterlijk. Hij viel in 1745 Schotland binnen om vandaar met zijn getrouwen op te rukken naar Londen en de Hannoverians te verjagen, maar werd bij Culloden vernietigend verslagen.

Henk Slechte, Schiedam