Waarom luiden klokken eigenlijk nog?

Sjoerd Reijsenbach de Haan uit Maastricht werd wakker en hoorde de kerkklok één keer slaan. Het was 3.30 uur. Hij vroeg zich af: „Waarom slaat de klok als dit niets zegt over de precieze tijd? En wat is dan de meerwaarde nog?’’

„Dat de kerkklokken op het halve uur nog maar één keer slaan heeft te maken met bezuinigingen’’, zegt Gideon Bodden, voorzitter van de Nederlandse Klokkenspel-Vereniging. Vroeger hadden kerken verschillende klokken voor het hele en halve uur. „Als het half elf was, sloeg een kleine klok elf keer. Om elf uur sloeg een grote klok elf keer. Het was echter te duur om de verschillende uurwerken te onderhouden. Daarom werden er klokken ‘wegbezuinigd’. Toen luidde men met dezelfde klok – en dus met hetzelfde geluid – de hele en halve uren. De klokken waren noodzakelijk omdat uurwerken maar één wijzer hadden.”

Met deze wijzer werden alleen de hele uren aangegeven, je zag dus alleen of het twee uur was, of ergens tussen twee en drie. Klokkengelui was nodig om iets preciezer aan te geven hoe laat het was. In de negentiende, begin twintigste eeuw kregen de klokken twee wijzers.

Dat klokken tegenwoordig nog slechts één keer op het halve uur luiden heeft overigens niet alleen met bezuinigingen te maken, maar ook met geluidsoverlast. Klokkenmaker Hans Terlouw uit Naarden: „Om geluidsoverlast te beperken moet ik soms uit oude uurwerken de ‘telschijf’ verwijderen om te zorgen dat op het half uur maar één slag klinkt.’’

Voordat horloges opkwamen in de twintigste eeuw, was deze geluidsoverlast wel nuttig. „Als de boeren op het land werkten, kregen ze toch nog elk half uur de tijd nauwkeurig mee”, zegt klokkenmaker Adri van Luijk. Kerkklokken hadden nog meer functies. „In de Middeleeuwen werden ze geluid als er brand was, de stadspoorten gesloten werden of de belasting betaald moest worden.’’ De ‘belastingsklok’ werd ook wel tiendklok genoemd, omdat mensen tien procent van hun loon moesten afstaan.

Maar goed. Wat is nú nog de meerwaarde van al dat lawaai? „Het is erfgoed”, zegt Jacques Maassen, stadsbeiaardier van Breda. Pastoor Van der Vegt uit Utrecht: „Voor een christen zijn de klokken Gods roepstem in brons, voor atheïsten – behalve de romanticus – een hoop irritatie.”

Kris Derks