'Voor Indië' in het harnas gebleven

Leven was werken voor generaal Spoor. Een charismatische militair, energiek en intelligent. In Indië behaalt hij triomf na triomf, totdat hij vasthield aan een verloren ideaal.

J.A. de Moor: Generaal Spoor. Triomf en tragiek van een legercommandant. Boom, 461blz. € 29,90

Wie in de geschiedenis van de Nederlandse krijgsmacht roem en eer wil vinden, neme een zaklantaarntje mee. Vanaf de stichting van onze natie in 1815 is het met het Nederlandse leger pover gesteld, enkele individuele militairen uitgezonderd.

Ik zou misschien generaal Chassé kunnen noemen, de houwdegen die al in 1810 met zijn ‘Hollandse brigade’ onder Napoleon in Spanje eer inlegde, en wiens optreden tegen Napoleon in de Slag bij Waterloo bejubeld werd. Heldenstatus verwierf hij als verdediger van de Citadel bij Antwerpen in 1832 tegen de Fransen. Chassés Spaanse episode werd al beschreven door krijgshistoricus J.A. de Moor in diens indrukwekkende boek Duizend miljoen maal vervloekt land (1991), maar volgens hem zou Chassé een eigen biografie verdienen. Zo is het.

Een tweede uitzondering is wellicht generaal Simon Spoor (1902-1949), over wie dezelfde De Moor nu de biografie Generaal Spoor. Triomf en tragiek van een legercommandant publiceerde. Spoor was van 1946 tot mei 1949 bevelhebber van de Nederlandse troepen in Nederlands-Indië. December dat jaar zou Indonesië onafhankelijk worden. Ik weet niet hoe De Moor er tegenaan kijkt, maar er zijn overeenkomsten tussen Chassé en Spoor. Spoor was beslist geen houwdegen, maar beiden verkeerden in een geïsoleerde situatie, zonder de kans op een mogelijke overwinning. Nederland vecht niet graag (behalve met handen op de rug), andere mogendheden zien dit land liever niet op eigen houtje schieten. We kunnen het beter laten.

Ik hoop dat Jaap de Moor zich nog eens aan de Chassé-biografie zet, voorlopig heeft hij echter het oog op ‘ons’ Indië gericht. In 1999 publiceerde hij al Westerlings oorlog. Indonesië 1945- 1950, in een ander boek beschreef hij het einde van het Nederlands bestuur in de Gordel van Smaragd. En nu dan zijn Spoor-biografie. Een indrukwekkend boek, dat opent met een gedetailleerde beschrijving van de Spoor-familie, die op zichzelf zo ongeveer een kroniek van kunst en cultuur van rond de eeuwwisseling vormt, met nadruk op toneel en muziek.

De militaire belangstelling komt van de kant van Spoors moeder. Als we Simons lijnrechte ontwikkeling naar de positie in de Nederlandse legertop volgen lijkt de omstandig culturele aanlooop er een beetje bij te hangen, al speelt ook Simon bijzonder verdienstelijk viool. Pas in de loop van het boek (maar de biograaf trekt deze conclusie niet met zoveel woorden) blijkt dat Spoors ontwikkelde achtergrond grote invloed heeft gehad op zijn sociale omgang en (militaire) principes.

Energie

Bij een biografie denken we verder aan een beschrijving van ‘leven en werk’. De enorme nadruk in deze biografie op het werk doet in eerste instantie dan ook enigszins bevreemdend aan. In verband met Spoor is het woord ‘workaholic’ echter een understatement. Zijn energie (en zijn onbekwaamheid als het om delegeren gaat) is spreekwoordelijk. Als hij in 1946 commandant van de Nederlandse troepen in Indië wordt, is zijn leven zijn werk – en daarmee een geschiedenis van het allerlaatste bedrijf van Neêrlands bezittingen in de Oost.

Nederlands-Indië verkeert in 1945 na de capitulatie van de Japanse bezetters in een enorme chaos. Op 17 augustus, twee dagen na de overgave, roepen de nationalistische leiders Soekarno en Hatta de zelfstandige Republiek Indonesia uit, met eerstgenoemde als president. De geallieerde Britten hebben het voorlopig bestuur in Indië op zich genomen, en dan zijn er dus de Nederlanders die hun vooroorlogse macht willen herstellen, met Spoor als bezielende commandant.

Het beeld dat biograaf De Moor van hem schetst is dat van een charismatische militair, een begaafde organisator met gevoel voor pr, zeer intelligent en met een aantrekkelijke flux de bouche, zowel in gesproken woord als op papier. Er huist ook beslist een drijver in hem, tegelijkertijd is hij verbazingwekkend wendbaar en soepel in zijn politieke omgang met regering en superieuren. Een ideale leider in crisissituaties zou je zeggen – zo werd hij ook in brede kringen beschouwd.

Contrapunten

Triomf en tragiek. Wat het eerste betreft: ik had het al over een pijlsnelle ontwikkeling, uitmondend in het commando der Indische troepen. Ook door de behoedzame manier waarop Spoor zijn objectieven nastreeft behaalt hij triomf op triomf – denk daarbij vooral aan administratieve en (re)organisatorische aspecten. Dit wordt mooi geaccentueerd door de subtiele contrapunten van zijn biograaf uit de helaas schaarse persoonlijke correspondentie, waarin we de generaal uit zijn vel zien springen. Het is ongelofelijk hoe Spoor zijn eenheden weet te stroomlijnen, en ook in uiteenzettingen met Engelse, Australische en Amerikaanse betrokkenen de lijnen weet open te houden. Ondanks meningsverschillen vindt men hem over het algemeen een geestige, fijne vent.

Triomf en tragiek. Zowel de 19de-eeuwer Chassé als de 20ste-eeuwer Spoor hadden in hun laatste actieve jaren te maken met een thuisfront dat niet in staat was de veranderde politieke situatie onder ogen te zien. Voor Chassé was dat met name Koning Willem I, die tegen beter weten in zijn aanspraken op een al de facto zelfstandig België wilde doordrijven. In het geval van Spoor: opeenvolgende naoorlogse kabinetten begrepen niet dat ‘ons Indië’ al sinds 1945 een opgegeven zaak was.

Nu was Chassé een trouw dienaar; Spoor was een eigenwijze generaal met veel meer politieke bewegingsruimte, wiens adviezen gewicht in de schaal legden. Niet in de laatste plaats op Spoors aandringen ging de Nederlandse Regering over tot de eerste politionele actie, en nog een tweede. Bloedig. Overbodig. De Republiek Indonesia was al een feit.

Het tragische van de eerder zo open en soepel opererende generaal Spoor zit vooral in het feit dat hij zich in (en waarschijnlijk dóór) zijn bijna manisch te noemen werken en streven, had vastgebeten in een ideaal van vroeger: Nederland als moreel hoogstaande, leidende macht in Indië. En hij liep vast. Gefrustreerd, knetterend overwerkt, zijn hart hield er op 25 mei 1949 mee op, dood. Chassé werd 85, Spoor haalde zijn 50ste niet. De kracht van zijn leven gewijd aan zijn werk en een privéleven opgeofferd aan een vervlogen ideaal. Jammerlijk. Dat is de conclusie van deze bijzonder accurate, brede en zeer overtuigende biografie.