Pakistaanse ordetroepen mogen vuur openen in stad Karachi

A Pakistani motorcyclist rides past a pile of burning tyres and furniture in a violence-hit western neighbourhood of Karachi on July 8, 2011. Pakistan ordered 1,000 extra troops to deploy in the southern port city with shoot to kill instructions, after 65 people were killed since July 5, in the deadliest six months of political violence since 1995. AFP PHOTO/ASIF HASSAN De stad Karachi in het zuidwesten van Pakistan gaat gebukt onder uitbarstingen van sektarisch geweld. Foto AFP/Asif Hassan

De Pakistaanse politie en paramilitaire eenheden zijn in opperste staat van paraatheid nadat er in de grootste stad Karachi de afgelopen drie dagen 70 mensen omgekomen zijn bij etnisch en politiek geweld.

De regionale minister van informatie zei tegen Reuters dat er “orders zijn gegeven aan de veiligheidsdiensten om iedereen die geweld pleegt neer te schieten”. Naast de aanwezige politie en paramilitairen zijn 1.000 leden van de paramilitaire organisatie Frontier Constabulary de stad ingetrokken om het geweld een halt toe te roepen.

Winkels en pompstations zijn gesloten in de stad met 18 miljoen inwoners en het openbare leven is vandaag grotendeels tot stilstand gekomen nadat de grootste politieke beweging Mutahida Quami Movement (MQM) een dag van rouw afgekondigde om de slachtoffers te gedenken.

NRC-correspondent Zuidelijk Azië Wim Brummelman spreekt van mafiose bendes van verschillende etnische groepen die in Karachi voor vrijwel continue spanningen zorgen.

“Sinds de Pakistaanse onafhankelijkheid in 1947 zijn Indiase moslims in groten getale naar de stad getrokken, waar zij inmiddels voor een groot deel de economische en politieke macht hebben. Er zijn vrijwel continue spanningen tussen hun beweging, de MQM, en de oorspronkelijk inwoners, de Sindh. Zij voelen zich overvleugeld door de MQM. Een derde etnische groep die een rol speelt zijn de Pathanen, Afghaanse vluchtelingen die tijdens de burgeroorlog naar Karachi zijn getrokken. Het gaat bij deze geweldsuitbarstingen vooral om politieke-sociale machtskwesties, met soms vrij basale inzet als terreinwinst. Het zijn mafia-achtige bendes die elkaar naar het leven staan. Het geweld is nauwelijks op religie terug te brengen.”