Niet poetsen, maar lullen

Alles wat God verboden heeft, wil Ankers hoofdrolspeler in praktijk brengen. Dat lukt hem uitzonderlijk goed, Maar wat moet de lezer daarmee? Moeten wij ook gaan vechten in Afrika?

scene uit de film Transformers (2007) FOTO: UPI

Robert Anker: Oorlogshond. Querido. 336 blz. € 18,95.

‘Non blaterare sed polire’. ‘Niet lullen maar poetsen’. Dat lezen we ergens halverwege Oorlogshond, de nieuwe roman van Robert Anker. Een classicus zegt het voor de grap tegen een kapitein, als hij hem snel in actie wil laten komen. Geen woorden maar daden. Het zou ook meteen het motto van het boek kunnen zijn, dat 336 bladzijden lang lijkt te willen uitdragen dat daadkracht en geleerdheid, praktisch vernuft en boekenwijsheid heel goed samen gaan.

Opmerkelijk is trouwens dan weer wel dat het boek er in Oorlogshond niet al te best afkomt. Verschillende erkende literaire meesterwerken krijgen hier een zuinige recensie. Op zoek naar de verloren tijd van Proust? ‘Niet om door te komen, wat een stomvervelend boek.’ Ulysses van Joyce? ‘Het eindeloze moeras van de innerlijke monoloog’. Het slot van Kafka? ‘Eindeloos gezever’. Ook Joseph Conrad en zelfs Beckett, een van de verklaarde lievelingsschrijvers van Anker, krijgen een veeg uit de pan.

We doen er dan ook goed aan de provocerende uitspraken van zijn romanfiguren met een korreltje zout te nemen. Oorlogshond, de titel zegt het ook al een beetje, is een in alle opzichten strijdlustige en uitdagende, zij het ook nogal wispelturige roman. Hoofdpersoon Michiel doet alles wat God verboden heeft. Hete seks met middelbare scholieren, soms ook met twee of meer tegelijk. Illegaal wapenbezit. Cokesnuiverij en drugshandel. Brandschatting en plundering. Koel uitgevoerde vergeldingsacties in het Amazonegebied en in de Oekraïne. Vrijwillige deelname aan een stammenoorlog in Afrika. En hij slaagt er zelfs in een complete volksopstand op poten te zetten met vele doden en gewonden tot gevolg. Deze schermutselingen spelen zich af in de fictieve provincie Saumerland, waar een wonderlijke mengeling van Gronings en Twents wordt gesproken.

Druistig

Michiel is een druistig type met een grote vrijheidsdrang. Hij wil resultaat zien, vooruitgang boeken, liefst tegen alle klippen op. Op ‘het Heinsius’ in Amsterdam waar hij aanvankelijk les geeft in Latijn en Grieks, verzet hij zich met hand en tand tegen de slappe lesmethoden, het zogeheten Andere Leren – een brandende kwestie die ook al in Hajar en Daan (2004) aan de orde kwam. In zijn vrije tijd doet hij aan karate en autocross. In het vuur van de strijd verliest hij zijn hoofd nog wel eens waardoor hij soms flinke blessures veroorzaakt bij zijn tegenstanders – als ze het al kunnen navertellen.

Het is een wonderlijke en ook behoorlijk onwaarschijnlijke figuur, deze gewelddadige held van Anker, met zijn vrouwen verslindende charisma en zijn demagogische inslag. Er leven duidelijk twee zielen in zijn borst. Aan de ene kant is hij een nihilist met een duistere blik op de wereld, die alleen doet waar hij zelf ‘zin an’ heeft, à la Pim Fortuyn. In de loop van de roman gaat hij steeds meer lijken op professor Pim, compleet met hond, kale kop, maatpak met cowboylaarzen en boude uitspraken over werkschuw tuig en eigen volk eerst.

Aan de andere kant is hij niet helemaal van God los, want hij wil maar al te graag geloven in liefde en schoonheid. En als iemand een goed plan bedenkt, dan is hij meteen bereid er ‘helemaal voor te gaan’. Met alle gevolgen van dien. ‘Licht aan de hemel! Kut! Godverdomme! Een helikopter! Stoppen en eruit! Dekken! Ze rolden in de wal van een sloot. Het zoeklicht fixeerde het busje dat even later door een granaat werd getroffen en in brand vloog. [...] Rennen! Weg hier!’

Steeds opnieuw werpt Michiel zich in de strijd – en steeds opnieuw loopt het slecht af. Onafgemaakte plannen, brandende puinhopen, doodgeschoten vriendinnen die gewroken moeten worden. Haastig vertelde, vaak knap ingewikkelde scènes. Vooral het Afrikaanse intermezzo, met Indiase, Duitse en Chinese opdrachtgevers, huurlingen uit de hele wereld, Afrikaanse legers en natuurlijk nog de UN-vredesmacht, is amper te volgen. In het slothoofdstuk kunnen wij een laatste, verwonderde blik slaan op Ankers oorlogshond: peinzend staat hij aan de oever van een Midden-Europese rivier, geflankeerd door de zoveelste dame. Ze staan klaar om in een bootje af te zakken naar een landje (Transistrië) dat zich hoopt te bevrijden van het grote land (Moldavië). Open einde.

Wilderstoestanden

Wat hébben we nu eigenlijk aan dit woeste, vlot vertelde jongensboek met zijn vele sweeping statements over Afrikaanse rebellen, de bio-industrie, het failliete Amerika, het corrupte Afghanistan of de herkenbaarheid van de boerenlul? Wil Anker ons alleen maar vermaken met James Bond-achtige, explosieve taferelen of moeten we er ook nog iets van opsteken? Wil hij ons hoeden voor Wilderstoestanden? Moeten wij ons gaan bevrijden van iets of iemand? Vechten in Afrika?

Veel vragen, geen antwoorden. Ik houd het er voorlopig maar op dat hij ons wil waarschuwen voor onbezonnen actie. Het is beter bedenkelijke maatschappelijke ontwikkelingen kritisch te volgen dan er als een karatevechter maar meteen bovenop te springen. Dat is per slot ook precies wat hij zelf met Oorlogshond zo oeverloos doet: niet poetsen, maar lullen.