Laat niet slechts gek zijn opname betalen

Waarom moeten alleen psychiatrische patiënten een deel van hun zorg betalen? Ze verschillen niet van mensen met fysieke kwalen, vindt Theodore Dalrymple.

Het is te begrijpen dat mensen ontevreden zijn als hun wordt gevraagd om te betalen voor diensten waarvoor ze denken al te hebben betaald via hun zorgpremies en de belasting. In de economische omstandigheden waarmee we te kampen hebben, waarin tal van overheden wanhopig proberen om hun tekorten terug te dringen, is het evenwel niet onredelijk om van patiënten te vragen om een extra bijdrage te betalen aan hun medische behandeling.

Is het daarentegen redelijk om alleen de psychiatrische patiënten eruit te pikken?

Ik kan goede argumenten bedenken om in elk geval een aantal psychiatrische patiënten te laten betalen. Als ze gedwongen zijn om te betalen, ontdekken ze misschien dat hun toestand helemaal niet zo ernstig is als ze dachten en genezen ze spontaan. Voor hen is betaling als zodanig al therapeutisch, of zelfs heilzaam. Daarmee zal de totale last aan lichte psychiatrische aandoeningen in de maatschappij afnemen. Andere patiënten zullen het advies dat ze krijgen misschien wat serieuzer nemen dan toen ze het gratis kregen. Aan kosteloos advies wordt vaak niet al te veel waarde gehecht.

Deze overwegingen gelden evenwel niet alleen voor psychiatrische aandoeningen. Een zeer groot aantal hedendaagse kwalen kent belangrijke gedragsaspecten, bijvoorbeeld alle kwalen die worden veroorzaakt door roken. Diabetes type 2 wordt grotendeels veroorzaakt door overgewicht en onmatigheid en is vaak alleen al in de hand te houden met een dieet. Wie deze mensen vraagt om iets aan hun behandeling mee te betalen, verschaft hun misschien wel een sterker motief om te diëten dan het vooruitzicht van een kortere levensverwachting.

Zelfs de meest lichamelijke van de lichamelijke aandoeningen – een gebroken been, bijvoorbeeld – kent vaak nog een belangrijk gedragsaspect. Verreweg de meeste verwondingen worden bijvoorbeeld veroorzaakt door sport. Als sport geen activiteit zou zijn die we bij voorbaat goedkeuren, zou het ongetwijfeld allang zijn verboden als te gevaarlijk voor de gezondheid. De voordelen van de gezondheid van sport zijn ook te behalen langs minder gevaarlijke weg.

Andere aandoeningen, zowel psychiatrisch als lichamelijk, overkomen mensen zomaar, zonder dat ze zelf eraan hebben bijgedragen met hun slechte gewoonten. Als psychiatrische patiënten meer moeten betalen, vanuit de gedachte dat hun kwaal vaker vrijwillig is, zou het logischer – of in elk geval rechtvaardiger – zijn om alle patiënten, psychiatrisch of niet, die zelf een bijdrage aan hun aandoening of ziekte hebben geleverd, extra te belasten. Dan zou geen onderscheid moeten worden gemaakt tussen psychiatrische en andere patiënten, maar tussen patiënten die verantwoordelijk zijn voor hun ziekte en mensen die dat niet zijn.

Dit onderscheid zou evenwel leiden tot een administratieve en juridische nachtmerrie. Hoeveel moet iemands gedrag precies aan zijn ziekte hebben bijgedragen voordat hij in aanmerking komt om iets aan de behandeling mee te betalen? Net als de meeste menselijke verschijnselen bevindt de omvang van de bijdrage zich op een glijdende schaal. Het is geen kwestie van ja of nee. Artsen zouden in de akelige positie worden gebracht om te moeten beslissen over de mate van verwijtbaarheid bij hun patiënten. Ze zouden zich ofwel bezondigen aan machtswillekeur (natuurlijk getemperd door de agressie van hun patiënten), ofwel veel extra werk veroorzaken voor advocaten en rechtbanken.

De beste combinatie van rechtvaardigheid en pragmatisme zou zijn om alle patiënten een bijdrage te laten betalen aan hun behandeling. Dit zou het voordeel hebben dat het meer geld oplevert en het tekort dus doeltreffender terugdringt dan als alleen psychiatrische patiënten een rekening krijgen.

Helaas zou dit politiek niet zo populair zijn. Mensen bekommeren zich nu eenmaal meer om het lot van hun portemonnee dan om het lot van mensen met straatvrees of een dwangneurose.

Op het eerste gezicht lijkt het een oneerlijk principe om mensen te laten betalen voor iets wat ze niet willen en wat hun wordt opgedrongen. Anderzijds verkeren de meesten van ons elke dag van ons leven in die positie, zij het minder ingrijpend dan psychiatrische patiënten tegen wil en dank. Hoevelen van ons staan achter ál het gebruik dat wordt gemaakt van ons premie- en belastinggeld? Vinden we niet dat daarmee weleens iets wordt betaald wat we niet willen en wat we veel liever zouden afschaffen? We kunnen geen korting eisen op premies en belastingen die volgens ons tegen onze belangen worden aangewend. Het verschil schuilt in de mate waarin het ongewenste wordt ervaren als een persoonlijke inbreuk, niet in het principe.

Overigens wens ik de autoriteiten geluk bij hun inning van geld van bepaalde soorten gekken. Ik vermoed dat hun pogingen uiteindelijk meer zullen kosten dan ze zullen opbrengen. In de bureaucratische staat kosten pogingen om geld te besparen meestal geld.

Theodore Dalrymple is de schrijversnaam van de Britse essayist Anthony Daniels. Hij werkte lange tijd als psychiater in een Britse gevangenis. Zijn ervaringen verwerkte hij onder meer in Leven aan de Onderkant (2006). Zijn laatste boek is Door en door verwend; kritiek op de sentimentele samenleving.