Koppel het KNMI los van de staatssecretaris

Het KNMI levert hoogstaand werk, maar is niet echt onafhankelijk.

Het instituut heeft te nauwe banden met de staatssecretaris en het klimaatpanel IPCC.

In een interview in De Telegraaf riep Tweede Kamerlid René Leegte (VVD) vorige week op tot verzelfstandiging van het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut. Hij vindt dit KNMI partijdig. Daarom wil hij de overheidssubsidie voor het instituut intrekken.

Door zijn wat warrige betoog werd Leegte in de media een gemakkelijk doelwit voor klimaatwetenschappers en columnisten. „Leegte weet weinig van klimaat”, schreven klimaatonderzoekers in de Volkskrant. Thomas van der Dunk schreef smalend over ‘het kabinet-Leegte I’.

Helaas bleef een serieus debat over de positie van het KNMI achterwege. Dat debat is achter de schermen wel degelijk gaande. In het regeerakkoord staat dit: „De subsidies op het terrein van V en W [Verkeer en Waterstaat, red.] worden beperkt. Daarbij zal het huidige takenpakket van het KNMI nader worden bezien (eventueel privatisering).” Zo gek was het dus niet dat Leegte sprak over privatisering van het KNMI en over afschaffing van overheidssubsidies.

Ik heb het klimaatdebat de voorbije vijf jaar als wetenschapsjournalist op de voet gevolgd. KNMI-onderzoekers staan internationaal hoog aangeschreven. Ik zou de meesten van hen niet betitelen als alarmistisch. Toch deel ik Leegtes conclusie dat het KNMI geen „onafhankelijk onderzoeksinstituut” is. Zo ziet het KNMI zichzelf wel.

Wat staat die onafhankelijkheid in de weg? KNMI’ers vallen rechtstreeks onder het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Een KNMI-onderzoeker is dus in feite een ambtenaar.

Waarom is dat problematisch? Ambtenaren worden doorgaans niet geacht om het beleid tegen te spreken van hun eigen minister of staatssecretaris. Het KNMI zal in de media nooit het klimaatbeleid van de staatssecretaris afvallen en bij de beantwoording van Kamervragen raadpleegt het ministerie het KNMI. Deze nauwe relatie tussen de staatssecretaris en het KNMI gaat ten koste van de academische vrijheid, die onderzoekers bij universiteiten wel genieten.

Een tweede obstakel is dat het KNMI het Nederlandse aanspreekpunt is van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC). Dat is het klimaatpanel van de Verenigde Naties. De voordracht van auteurs voor IPCC-rapporten loopt via het KNMI. Diverse KNMI’ers werken mee aan die rapporten. Die nauwe betrokkenheid bij het IPCC leidt ertoe dat het KNMI zich publiekelijk zelden kritisch uitlaat over het klimaatpanel.

Onder KNMI-onderzoekers bestaat een heel spectrum aan opvattingen over klimaatverandering. Je hebt ‘alarmisten’, een grote middengroep die de consensusvisie van het IPCC aanhangt en zelfs een enkele ‘scepticus’. Dit is volkomen normaal bij een complex onderwerp als het klimaat. Het probleem is dat de buitenwereld via de media niets meekrijgt van dit spectrum aan opvattingen. Het KNMI spreekt naar buiten toe altijd met één stem – die van het IPCC.

KNMI-onderzoekers kunnen interviews geven over hun werk. Ze worden daarentegen niet geacht om zich negatief uit te laten over het IPCC dan wel over het klimaatbeleid van het ministerie. Steeds meer wetenschappers bloggen of twitteren tegenwoordig. KNMI-onderzoekers doen dit niet. Vermoedelijk zal het vanuit het management worden afgeraden of zelfs verboden.

Het zal de onafhankelijkheid van het instituut ten goede komen als het KNMI wordt losgeweekt van het ministerie en het IPCC. Het afschaffen van overheidssteun is daarentegen onzinnig. Net als andere onderzoeksinstituten is het KNMI afhankelijk van die financiering. Het is belangrijk dat er continuïteit is in weer- en klimaatonderzoek. Daarom zal altijd behoefte blijven bestaan aan een instituut als het KNMI.

Zal hiermee de Biltse Lente aanbreken? Nee. Het geloof onder klimaatonderzoekers in de broeikashypothese is groot, evenals de neiging om het IPCC te verdedigen. Dat geldt ook voor universitaire onderzoekers. Toch zou het verfrissend zijn als KNMI’ers meer mediavrijheid krijgen. Dan kunnen we inzicht krijgen in de diverse opvattingen die onder KNMI’ers leven.

Marcel Crok is wetenschapsjournalist en schreef ‘De staat van het klimaat, Een koele blik op een verhit debat’.