India

Drie jaar geleden won de uit India afkomstige schrijver Aravind Adiga de prestigieuze Man Booker Prize met De Witte Tijger. Daarin beschrijft hij op rauwe wijze de tweedeling tussen arm en rijk, het ‘India van het Licht’ en het ‘India van het Donker’. Amitav Gosh, ook een Indiase schrijver, had net zijn Sea of Poppies geschreven: een vertelling over de opiumhandel tussen het toenmalige Brits-India en het keizerrijk China in de eerste helft van de 19e eeuw. Ook dat boek was in 2008 genomineerd voor de Booker Prize, maar Gosh greep mis.

Nu komen beiden elkaar opnieuw tegen in de boekwinkels van Delhi. Voor de toonbank staan hoge stapels van Adiga’s nieuwste, in Mumbai gesitueerde roman Last Man in Tower en het vorige maand verschenen boek van Gosh River of Smoke. Een enkele verkoper heeft de boeken om en om gelegd, en ze verkopen als warme broodjes. Maar het zou geen verbazing wekken als verteller Gosh deze keer aan het langste eind trekt. „Hij schrijft zo herkenbaar, zo meeslepend”, zegt een mevrouw in de boekhandel van Mid Land in de Aurobindo Market in Zuid-Delhi. Net als Gosh is ze geboren in Calcutta, West-Bengalen, en ze hoeft dan ook niet lang na te denken om haar keuze te bepalen.

Sea of Poppies en River Smoke zijn historische romans, vol met feitelijke details, maar zo levendig verweven in afwisselende verhaallijnen dat nergens zijn epische vertelling blijft haperen. Gosh neemt je mee aan de hand van de rijke Indiase koopman Bahram Modi uit Bombay, gedetineerden en contractarbeiders uit Calcutta, de zoon van de beroemde, naar Azië uitgeweken Engelse portretschilder George Chinnery, en de jonge plantkundige Paulette en haar Engelse beschermheer die haar ook voor eigen gewin nodig heeft. Hun schepen kruisen elkaars wateren tijdens een hevige storm in de Indische Oceaan, even ten zuiden van de Golf van Bengalen. Dat is het beginpunt. Hun eindbestemming is Canton, destijds de enige toegangspoort tot het ‘Rijk van het Midden’ dat zich opmaakt om de toevoer van opium uit Brits-India te blokkeren – wat uiteindelijk leidt tot een gewapende confrontatie met het Westen en de ‘Eeuw van Nationale Vernedering’ voor China.

Ter voorbereiding van zijn boeken heeft Gosh lange reizen gemaakt, leren zeilen, (maritieme) bibliotheken bezocht en taalkundige studies gedaan, maar gelukkig is hij in de eerste plaats schrijver en geen dorre historicus.

Globalisering is het universele thema van vandaag de dag. River of Smoke brengt de vroegere wereld van handel tussen Oost en West zodanig tot leven dat je onwillekeurig verzucht: ‘was ik er toen maar bij geweest’. Voor de Indiase lezer is het verrassend om te vernemen welke eminente rol Indiase kooplieden, zeevaders en andere avonturiers in de diaspora daarbij speelden. Natuurlijk was het niet alleen maar romantisch. In een roes vlijt opiumhandelaar Modi zich in de armen van zijn vele jaren eerder vermoorde Chinese geliefde Chi-mei. ‘Mister Barry have see smoke-dream’, krijgt hij te horen als hij ontwaakt.

Gosh, die opgroeide in India, Bangladesh en Sri Lanka en die is getrouwd met de Amerikaanse schrijfster Deborah Baker, woont zes maanden per jaar in New York. De rest van het jaar werkt hij in Goa, aan de westkust van India. Hij weet nog niet wanneer zijn derde boek in de geplande trilogie af is. Hij moet nog beginnen met schrijven, maar in zijn gedachten is hij al een eind op streek.

Wim Brummelman