Ik ben graag het showmannetje

Mediakunstenaar Zoe Belhoff (53) exposeert met Freuds Droomland in Haarlem.

Op haar visitekaartje staat ‘dagdromer’. „Er zit altijd een soort knipoog in mijn werk.”

Mediakunstenaar Zoe Belhoff (53) groeide op in Edinburgh. Later verhuisde zij naar New York om haar master in ‘beeldende kunst van film’ te behalen. Haar werk speelt zich af op het raakvlak tussen realiteit en fantasie: zij zoekt naar manieren om onbewuste processen in beeld te brengen. Ze maakt filmpjes, striptekeningen, maquettes, objecten, installaties. Haar nieuwste expositie Freuds Droomland is nu te zien in het Dolhuys in Haarlem. De tentoonstelling is gebaseerd op een bezoek van psychoanalyticus Sigmund Freud aan New York in 1909, waarbij hij ook Coney Island aandeed. Daar was men zo onder de indruk van zijn bezoek dat er een pretpark werd gebouwd gebaseerd op de theorieën van Freud over droomanalyse.

Belhoff wilde op haar beurt de theorieën van Freud aan het grote publiek kenbaar maken.

Hoe zij dat doet? „Ik weet niet hoe ik dat moet beschrijven. Ik doe zoveel dingen. Eigenlijk ben ik vooral een dromer.”

Het staat zelfs op uw visitekaartje.

„Dagdromer staat er, maar dan wel een heel professionele.”

En toen maakte u ook nog de expositie ‘Freuds Droomland’. Toeval?

„Ik werk veel in 3D en ik heb wat met Freud. Maar ik maak ook graag dingen voor iedereen, zoals voor de mensen die het pretpark van Coney Islands bezoeken. Freud was voor mij vooral een bijzondere schrijver. Door hem begreep ik mijn leven, mijn natuur beter. Hij belooft een soort innerlijke bevrijding die je door psychoanalyse kunt krijgen. Met dat idee in mijn achterhoofd heb ik deze tentoonstelling gemaakt. Freud was revolutionair. Hij erkende homoseksualiteit en sprak open over seks. Dat was nieuw. Hij luisterde naar mensen, onderzocht hun fantasieën. Daar hou ik van.”

Hoe gebruikt u die fantasieën?

„Er zit altijd een soort knipoog in mijn werk. Ik verbeeld dingen die uit die fantasie voortkomen. dat is mijn innerlijke vrijheid. Het is niet interessant of het echt heeft bestaan, want ik geloof het. Het zweeft ertussenin. Ik laat het wel zien als een echt archief. Ik put uit de geschiedenis van Coney Island. Ik deed veel onderzoek. Ik heb oude filmpjes en teksten opgeduikeld. Daarin zie je heel veel grappige onbewuste neigingen van mensen.”

Hoe belangrijk is het onderbewuste?

„Ik wil ontdekken waar emoties, gevoelens, bewegingen, gedachtes vandaan komen. Je komt in het leven en je bent niet alleen een machine, je geest is niet alleen een ding, je zit vol impulsen die je niet kunt controleren. Ik weet ook niet waar mijn inspiratie vandaan komt, dat is onzichtbaar. En wat onzichtbaar in mijn hoofd zit, dat wil ik laten zien. Ik wil een theater maken van de geest.”

Uw werk zit dan ook vol theater.

„Ik hou ervan om een showmannetje te zijn op sommige manieren. Ik wil mijn werk serieus nemen maar het moet ook amuseren en humor hebben. Als kind was ik veel alleen, niet erg populair en dat moedigde me aan om te verdwijnen in fantasiewereldjes. Daarna als tiener had ik veel last van angsten, dus ik voel me altijd verbonden met de pijn van andere vrouwen, het resoneert in mij. Later heb ik zelf ook therapie gehad en dat deed me enorm veel goed. Ik werd lichter en vrolijker. Had ik dat maar eerder gedaan, dacht ik. Of het toeval is weet ik niet maar ik heb toen ook mijn huidige partner ontmoet. Die helpt me enorm. Ik bedenk een idee en hij bedenkt vervolgens hoe we dat gaan maken.”

Hoe autobiografisch is uw werk?

„Het is niet alleen autobiografisch. Al heel jong besloot ik kunstenaar te worden, ook al wist ik niet eens wat dat betekende. Ik hield van tekenen, mensen vonden dat ik er goed in was en ik kon mijn eigen wereld maken, een wereld waarin niemand kon zeggen of ik fout of goed was. Ander schoolwerk zat vol rode strepen. In kunst lieten mensen me met rust.”

Doen ze dat nog steeds?

„Ja, steeds meer (lacht). Ik duik bijvoorbeeld graag in objecten van vroeger, foto’s, films, verhalen. Daar praat ik mee, dat is een talent. Maar ik haal ze wel naar het nu. Ik wil dingen die vergeten zijn of verloren weer nieuw leven inblazen.”

U werkt veel in 3D?

„Ja, de illusie en verbeelding van 3D staat me aan omdat het op het leven zelf lijkt: het bestaat maar het bestaat tegelijkertijd ook niet. Ik wil eigenlijk met de feiten mee naar een andere wereld.”

Uw ouders waren professor. Spraken jullie thuis veel over illusies en verbeelding?

„Mijn ouders doceerden psychologie. Zij waren geen therapeuten hoor. Mijn vader was meer de verstrooide afwezige professor. Hij was ook niet altijd helemaal concreet in het heden. Mijn moeder spreek ik nog regelmatig. Toen ik jonger was, wilde ik vooral anders zijn dan mijn ouders. Je wilt dingen doen, andere dingen, andere dingen lezen, naar een ander land gaan. Ik heb veel jaren geprobeerd om dingen anders te doen en pas toen ik iets ouder was besefte ik dat ik heel veel interesses gemeen had met mijn vader. Ik las dezelfde boeken, luisterde naar dezelfde muziek. Mijn vader is vijf jaar geleden overleden maar de laatste tien jaar van zijn leven hadden we interessante gesprekken.”

Was die andere wereld te realiseren op de kunstacademie?

„Op de kunstacademie in Schotland was ik heel arrogant, ik wilde erg onafhankelijk zijn. En dat was goed, anders had ik iets heel saais gedaan. Het was een ouderwetse school en het had nog steeds dezelfde vakken als een eeuw geleden. Stillevens, heuvellandschappen, modeltekenen. Ik vond dat weinig met moderne kunst te maken hebben. Veel te realistisch. Ik wilde gewoon foto’s en films maken.”

Wat is er mis met het realisme?

„We leven toch niet alleen in feiten? Als ik het alleen met concrete feiten moet doen, mis ik volgens mijn gevoel heel veel.”

Hoe behaalde u met uw houding toch een diploma?

„Dat was ook geen sinecure. Ze bleven maar zeggen dat ze me eruit wilden gooien omdat ik niet schilderde. Dus nee ik kreeg mijn diploma niet. Ik dacht: pech, ik wilde als kunstenaar doen waar ik zin in had. Ik was pas 21 hè, dus dan laat je je niet veel wijs maken. Maar door onvoorstelbaar geluk kreeg ik een beurs voor een school in New York, en dus mocht ik daar afstuderen. Ik werd special student en reisde af naar New York: in één dag sloeg alles om. De kunstwereld is gelukkig veranderd. Het is nu normaal om films, tekeningen, alles tegelijk te doen. Ik ben jaloers op kunstenaars die 15 jaar jonger zijn dan ik, want voor hen is nu alles mogelijk.”

Maar voor u nu toch ook?

„Ik kan nu inderdaad maken wat ik wil. En ik wil ook graag een groot publiek bereiken. Voor toeristen, kinderen, voor het museum in Coney Island. Ik hou zelf ook van kunst voor de massa. Lady Gaga? Nee, dat vind ik een marketingproduct. Massa is leuk, maar je moet wel ergens een grens stellen. Ik mix fantasie met realiteit. Net als in dromen. Toch weer een dagdromer hè. Dromen zijn niet echt maar ze kunnen je nu eenmaal wel wat vertellen, zeker in de kunsten.”

De tentoonstelling Freuds Droomland is nog te zien t/m 15 oktober in Het Dolhuys, nationaal museum van de psychiatrie, in Haarlem.