Heinrich Mann

T. Hartman (Boeken, 01-07-11) heeft gelijk: het is niet juist als SA- leider Röhm ‘binnen het kamp van de tegenstanders van het nazisme’ geplaatst wordt, zoals Wil Rouleaux schreef in zijn recensie over Heinrich Manns nu vertaalde roman De jeugd van koning Henri Quatre (Boeken, 16- 06-11) Maar Hartman heeft niet gelijk als hij vermoedt dat Röhm geen ‘lijntjes naar boven’ had: hij mocht Hitler, die hij vanaf 1919 kende, als een van de weinigen zelfs tutoyeren.

Röhm, die in 1934 een ‘leger’ van 4 miljoen (!) SA-leden achter zich had – nog radicaler dan Hitler – betekende voor Hitler een bedreiging. De uit het oorlogsleger overgeblevene ‘Reichswehr’, die volgens het contract van Versailles beperkt was tot maar 115.000 man, stonden onder de heel oude, stervende Reichspräsident Hindenburg. En het was Hitlers hoop, als opvolger van Hindenburg, tenminste over dít leger te beschikken. Dat lukte hem ook na Hindenburgs dood in 1934 .

De ‘Schutzstaffel Hitler’ ( dus de SS) bestond in die tijd uit maar 60.000 man, dus de SA was verreweg de grootste. Daarom liet Hitler op 30 juni 1934 Röhm en vele anderen leiders van de SA door een kleine, aan hem ‘trouwe’ groep van de SA arresteren en liquideren. En zo kreeg hij óók de macht over Röhms SA, die nog radicaler en ‘rechtser’ was dan de ‘hoofdstroom’ en heus niet ‘meer links van het midden’, zoals Hartman schreef.

Andreas Landshoff, Amsterdam