Harry Jeckers

Omdat ik nooit kan bedenken wat ik in godsnaam nu weer moet eten, sta ik elke dag een half uur in dezelfde Albert Heijn. Ik voel me er aardig thuis. Ik ken de gehoofddoekte caissières, ik heb mijn favorieten. Ik zoek een bepaald soort soep, als door de speakers Over de muur van Harry Jeckers komt. Uit gewoonte zing ik mee, zoals ik dat ook doe als het Wilhemus waar dan ook klinkt.

En alleen de vogels vliegen van Oost- naar West-Berlijn

Worden niet terug gefloten ook niet neergeschoten

Pas als ik na een paar zinnen ophoud, hoor ik dat ik niet alleen ben. Drie mensen verspreid over het gangpad zingen ook mee, zachtjes, net boven hun adem.

Over de muur, over het ijzeren gordijn

Omdat ze soms in het westen, soms ook in het oosten willen zijn.

Een paar weken geleden was het Glastonbury festival ’s avonds live op de BBC. U2. Bono was ouderwets aan het schmieren, met vlaggen in de weer, steeds op zoek naar het Grote Gebaar. En toen opeens, heel stilletjes, in de intro van Where the streets have no name, begon hij te zingen:

And did those feet in ancient timeWalk upon England’s mountains green

Het is een hymne naar een vroeg negentiende-eeuws gedicht van William Blake. George V zou gezegd hebben dat dit het officiële volkslied van Groot-Brittannië zou moeten zijn. Het Glastonburypubliek volgt Bono meteen en zingt vroom, overtuigd, uit volle borst mee:

Bring me my spear; O clouds unfold!

Bring me my Chariot of fire!

De supermarkt is net verbouwd, een vakkenvuller moest helemaal een plattegrond halen om me op de soep te wijzen. Een vrolijke Marokkaanse jongen. „Ze liggen in deezz rek.”

Harry Jeckers zingt door, op zijn gedragen, zelfovertuigde toon, die typisch is voor zoveel cabaretiers. Het zijn toch een beetje dominees. De mensen om me heen humhummen de woorden verder mee, achteloos, nostalgisch, terwijl ze zich over boodschappen buigen. Dat is nou veertig jaar vrijheid, er is in die tijd veel bereikt. We merken het van elkaar dat we mee zingen. Maar kijken elkaar niet aan, alsof een bevestiging het moment verpest.

Opeens bekruipt me iets: dus dit is wat Mark Rutte bedoelt als hij zegt dat Nederland weer voor de Nederlanders moet zijn. Dat we allemaal, bijna zonder dat we het door hebben, met Harry Jeckers mee kunnen zingen. Maar misschien is het wel omdat ik tussen de rookworsten en de blikjes groentesoep sta.

JOOST DE VRIES