Harold Hamersma, wijnschrijver

Ach, hoe is ’t ooit begonnen? Dat eerste glas wijn…Met een vader die alleen bier dronk. En een moeder die niet verder kwam dan Coebergh ijs en een incidenteel advocaatje met slagroom. Daar kon je je als zeventienjarige (jawel…) natuurlijk niet mee vertonen op de studentenfeestjes. We schrijven 1973. Mijn eerste wijnervaring op de tienerkamer van een meisje waar ik hopeloos op verliefd was, werd ingevuld door Pinard, Albert Heijn wijn in een literpak. Als ik toen echter had geweten wat het betekende, had ik het waarschijnlijk niet zo schielijk tot mij genomen. Pinard was het jargon voor ‘bocht’, het was de wijn die de Franse soldaten tijdens de eerste wereldoorlog in de loopgraven kregen als vervanging van water dat helemaal niet te drinken was. Zelfs kanonnenvoer kent dus een bijpassende wijn, zo blijkt. Die wijn vond ik interessant. Al was het maar om anders te zijn dan mijn vader en moeder. Maar die liepen ook al niet met een legerparka uit de dump van Loe Lap, een giletje van het oude Perzische tapijt van hun oma en een ‘pukkel’ met het ‘ban de bom teken’ erop. Na die Pinard probeerde ik twee jaar later eens wijn in een fles. En die ervaring transformeerde mij tot wijn-aficionado. Bij wat toen nog Simon de Wit was, kocht ik, voor naar ik meen wel vijf gulden (Pinard kostte minder dan twee), Château du Bousquet. Dat het hier qua reputatie een piepklein ‘châteautje’ betrof uit Côtes de Bourg was mij onbekend. En het nieuws dat 1973 een vrij dun jaar was, had mij evenmin bereikt. ‘Dit was een godendrank’, luidde mijn conclusie. Er ging een wereld voor mij open. Helemaal nadat ik had ontdekt dat ene Hubrecht Duijker zelfs een heel boek over rood, wit en rosé had vol gepend, De Complete Wijnliefhebber. Ik verslond de hoofdstukken en liet ze begeleiden door alle besproken wijnen. Wijn werd –naast het meisje waarop ik hopeloos verliefd was; thans mijn vrouw- mijn grote liefde. Eerst bij wijze van hobby. Later liep dat zo uit de hand dat ik er mijn werk van kon maken. Ja, ik weet het, dat is een cliché. Aldus kwam ik over wijn te schrijven voor onder andere HP/De Tijd, -waar ik Ronald Hoeben ontmoette en FoodTube.nl mee bedacht -, voor Esquire, Elle Eten, Het Parool, en thans voor NRC LUX. Om niet alleen maar stukkiesschrijver te zijn, schreef ik en schrijf ook ik inmiddels wijnboeken zoals de Wijnalmanak, de trilogie De Lekkerste Chardonnay, Rosé en Sauvignon Blanc, Wijnreis door Mijn Lichaam, over de positieve effecten van wijn drinken en Niet Lullen Maar Drinken, over de vooroordelen rond wijn drinken. Momenteel ben ik overigens aan de tweede editie van mijn wijnkoopgids De Grote Hamersma 2012 bezig, waarin tenminste tweeduizend lekkere wijnen een plek vinden. U begrijpt, er staat altijd wel een flesje open in Huize Hamersma. Jaarlijks zo’n zevenduizend om wat preciezer te zijn. En die deel ik vanaf heden graag met u, via mijn blog. Kortom, blijf in de buurt. Dan zal ik er iedere week voor zorgen dat er iets fatsoenlijks te drinken is. Te beginnen met morgen.