'Gezellig was het niet. Nodig wel'

In een exclusief interview gaat staatssecretaris Halbe Zijlstra in op de kritiek die hij kreeg na zijn bezuinigingen op cultuur. „Dat mensen zich in hun bestaan aangevallen voelen, begrijp ik heel goed.”

Nog voor de zomervakantie heeft hij zijn ingrijpende hervormingen op cultuur en het hoger onderwijs geloodst langs theaters, universiteiten, hogescholen en de Tweede Kamer. Een bezuiniging van 200 miljoen op de kunsten, maatregelen voor betere studieprestaties aan universiteit en hoge school. Bijna tijd voor een weekje Vlieland.

Halbe Zijlstra, staatssecretaris van Cultuur en Onderwijs, VVD’er, was wellicht de meest actieve bewindspersoon in het eerste jaar van het kabinet Rutte. En veruit de meest bekritiseerde, vooral wegens de bezuinigingen op kunst. Het protest culmineerde in een Mars der Beschaving. Toch ziet Zijlstra er ontspannen uit. Hij lacht graag en veel. Dat komt, zegt Zijlstra, omdat hij plezier heeft in politiek. „Je houdt dit alleen vol als je een missie hebt.”

Het debat over de cultuur was heftig, emotioneel. Wat vindt u daarvan?

„Het gaat te veel over de toon. Dat helpt niet. Dat geldt ook het kabinet, laat ik daar niet voor weglopen. We kunnen daar beter mee ophouden.”

Waarom gaat het vaak over die toon?

„Er konden kennelijk te weinig inhoudelijke argumenten over de bezuinigingen worden gevonden.”

Dat geldt ook voor het kabinet?

„In mijn brief aan de Tweede Kamer waren de argumenten goed aangegeven. Het zijn vaak mensen die er verder vanaf staan die de makkelijke opmerkingen maken. Als de discussie heftig wordt gaat iedereen zijn mening in al zijn simpliciteit spuien.”

Zoals VVD-Kamerlid Bart de Liefde die het had over grauwe middelmaat?

„Nou, wat niet helpt is als hij zegt: ‘Schop de Raad voor Cultuur zijn pand uit.’ Dan gaat de discussie niet meer over de vraag of het goed is dat de raad duur is behuisd. En dan zeggen mensen: zie je wel, rancune.”

Hebben de verwijten u geraakt? ‘Halbe Zool’ was nog relatief mild.

„Niet echt origineel, ze zeiden het op de lagere school al. Toen ik begon, zei iemand: als je 200 miljoen bezuinigt op cultuur, wordt je dat tot in de derde generatie nagedragen. Het was niet allemaal even gezellig, maar daar moet je niet moeilijk over doen. Je praat er thuis met je vrouw over en dan is het klaar.”

Wat zegt u dan tegen haar?

„Wat ik met haar bespreek, bespreek ik met haar. We gaan hier geen psychologisch profiel van de heer Zijlstra maken.”

U zei dat kunstenaars aan het overheidsinfuus zaten. Weinig respectvol.

„Dat woord heb ik één keer gebruikt.”

Maar zegt u het ook van een brandweerman? Of Tweede Kamerlid?

„De brandweer, dat vind ik een overheidstaak. Maar bij culturele activiteiten vind ik de rol van de overheid te ver doorgeschoten. Voor mensen die zeiden dat er geen visie is: hier heb je haar. Nu is het startpunt nog te vaak dat de overheid het wel subsidieert en dat je er wat geld bij zoekt. Wij willen de omgekeerde situatie.”

De coalitie draagt uit dat er moreel iets mis is met de manier waarop kunstenaars met overheidsgeld omgaan.

„Ik vind de afhankelijkheid van de subsidie niet gezond voor een creatieve sector. Als je dat wel vindt, zijn de bezuinigingen een steen des aanstoots. Als je gewend bent dertig jaar één kant op te kijken en iemand zegt, je moet de andere kant op, snap ik wel dat je zegt: Ja daaag, die snapt er niets van. Het is geen kwestie van neerkijken. Het gaat erom hoe je het organiseert. Daar kun je het mee oneens zijn, dat is wel gebleken.

„Mensen die in de culturele sector werken hebben meer dan een baan. Het is een way of living waar ze hun ziel en zaligheid in leggen. Als je daar ingrijpt, heeft dat enorme impact. Je valt hun bestaan aan, althans zo zien ze dat. En dat begrijp ik heel goed. Laten we eerlijk zijn, sommige mensen zullen iets anders moeten gaan doen.”

U bezuinigt binnen één jaar 30 procent op podiumkunsten en 35 op beeldende kunst. Is dat behoorlijk bestuur?

„Is het behoorlijk bestuur om door te gaan met een beleid dat je niet goed vindt? Hier hebben we gezegd: dat doen we niet meer. Dus hebben we pijnlijke keuzes gemaakt. Maar op langere termijn geeft het de sector een fundament. Hoe hard het ook mag klinken, een omwenteling bereik je alleen als je significant bezuinigt. Anders gaan mensen door zoals ze deden. Als Oerol een paar euro meer per bezoeker vraagt, hebben ze de bezuiniging opgevangen. Zal Oerol dan verdwijnen? Ik denk het niet.”

Behoorlijk bestuur betekent een zekere voorspelbaarheid. Welke andere sector bezuinigt in een jaar 30 procent?

„Dat we het in een jaar doen heeft te maken met het aflopen van de vierjarige subsidies. Het heeft als bijkomend voordeel dat je geld overhoudt voor de kosten van reorganisaties.”

Het kabinet verhoogt de btw op podiumkunsten. Dat is in strijd met uw pleidooi voor ondernemerschap. En dat het niet geldt voor circus en voetbal bevestigt het beeld dat het kabinet de kunsten pakt.

„De lage btw was een tijdelijke maatregel. Maar laat ik eerlijk zijn: de btw-verhoging heeft mij niet geholpen…”

…om uw verhaal geloofwaardig te maken.

„Exact. Ik snap heel goed dat er in de sector met scepsis naar is gekeken.”

Waarom is het dan gebeurd?

„Tijdens het opstellen van een regeerakkoord wordt veel afgesproken. Soms versterken dingen elkaar niet. Dit was niet de meest voldragen maatregel uit het regeerakkoord.”

Dan zou je denken: we repareren het?

„Dat heeft de coalitie geprobeerd. Er was alleen geen overeenstemming voor een andere financiële dekking.”

Bij alle verwijten wordt Zijlstra één ding niet verweten: dat hij zijn woord breekt. Hij houdt onwrikbaar vast aan 200 miljoen bezuinigen. Het advies van de Raad voor Cultuur dit uit te stellen, negeerde hij. De voorzitter van de raad stapte daarom op. Ook de Amsterdamse wethouder van cultuur, Carolien Gehrels (PvdA), zegt dat Zijlstra te eigengereid is.

U krijgt het verwijt dat u te weinig overlegt. Wethouder Gehrels zegt uw keuze voor topinstellingen niet per se te steunen. U heeft haar toch nodig?

„Ik ga niet over wat mevrouw Gehrels in de gemeenteraad van Amsterdam bespreekt. We hebben regelmatig overleg gehad. Zij heeft nooit gezegd dat Amsterdam overweegt steun aan landelijke gezelschappen in te trekken. Als Amsterdam een probleem heeft, moet ze dat aangeven. Als ik niets hoor, ga ik door.”

Ook de Raad voor Cultuur vindt dat u te weinig heeft overlegd.

„Zij willen dat ik bij een advies voor belangrijke beleidswijzigingen eerst met hen overleg. Fair point. Wij moesten wegens de subsidiecyclus heel snel met een regeling komen en waren de overleggen met provincies en gemeenten al gestart, dat was niet netjes. Maar het is niet zo dat ik, zoals de voorzitter in een interview heeft gezegd, niet heb overlegd.”

Misschien bedoelt zij dat u zich richt op uw eigen verhaal?

„Ik heb heel veel overlegd. Maar overleg betekent niet dat de andere partij haar zin krijgt.”

Voor wie doet u dit allemaal?

„Voor de maatschappij en voor mezelf. Het is ook zelfbevlekking. Ik vind het leuk aan de knoppen te zitten en te bepalen hoe de maatschappij wordt vormgegeven. Je houdt dit alleen vol als je een missie hebt en het geeft voldoening als je die hebt volbracht. Zoals een berg beklimmen.”

Wat komt hierna: premierschap of directeur van het Concertgebouworkest?

„Premier is niet realistisch, we hebben iemand die er hopelijk nog wel even zit. Directeur van het Concertgebouworkest lijkt me een mooie functie. Maar zolang het leuk is wat je doet, moet je het blijven doen.”