Galante uitweg voor de staatsraad

Wim Deetman betaalt geld terug dat hij ten onrechte incasseerde voor advieswerk. Foutje, de regels waren onduidelijk. Maar die regels keurde hij zelf als staatsraad goed. Partijgenoot Piet Hein Donner bood Deetman een oplossing.

Wim Deetman, lid van de Raad van State, ontving in strijd met de wet tienduizenden euro’s voor adviezen aan de overheid. Maar minister Donner (CDA, Binnenlandse Zaken) schuift in een brief die hij gisteren naar Deetman stuurde de schuld hiervoor naar zijn ambtenaren. Die zouden „verzuimd” hebben de staatsraad goed te informeren.

Eind mei meldde deze krant dat Deetman (CDA) enkele bijbanen niet had opgegeven bij zijn baas, vicepresident Herman Tjeenk Willink. Daarmee overtrad hij de regels voor verplichte publicatie van nevenfuncties. Die voorschriften beogen de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de hoogste bestuursrechter te garanderen.

Wat Deetman onder meer niet meldde, was dat hij anderhalf jaar lang privé betaalde adviezen gaf aan Limburg. In die periode besliste hij als bestuursrechter ook in beroepszaken tegen besluiten van die provincie.

Ook was Deetman lid van ministeriële advies- en onderzoekscommissies. Deze bijbanen vallen onder de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies en het op die wet gebaseerde Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies. Volgens dit besluit heeft een lid van zo’n rijkscommissie geen recht op een vergoeding als de optelsom van de inkomsten uit al zijn publieke banen en bijbanen meer bedraagt dan „de bezoldiging van de ministers”. Daarbij wijst het besluit naar het bedrag dat genoemd wordt in de Wet rechtspositie ministers en staatssecretarissen: 123.910 euro op jaarbasis.

Deetman verdient meer – vorig jaar was dat meer dan 180.000 euro – en dat geld komt grotendeels uit publieke middelen. Hij had volgens de regels zelf „terstond” moeten melden dat hij boven de norm uitkwam en dat hij geen recht had op de commissievergoedingen. Dat deed hij niet. Het ten onrechte ontvangen bedrag is zo’n 75.000 euro.

Staatsraad Hoekstra (CDA) overtrad hetzelfde vergoedingenbesluit, zo bleek begin juni. Zo is hij lid van de commissie-De Veer, die in opdracht van minister Hillen (Defensie, CDA) integriteitsschendingen bij de materieeldienst van Defensie onderzoekt. De inkomsten uit deze nevenfunctie vallen eveneens onder de werking van het besluit. Dat geldt ook voor de betalingen die hij ontving als voorzitter van de ministeriële stuurgroep die zich boog over de Friese taal.

Deetman verdedigde zich door te zeggen dat hij zich „niet bewust” was van de regels. Rein Jan Hoekstra bestrijdt dat hij in strijd met het vergoedingenbesluit handelt. Hij heeft inmiddels laten weten dat hij afziet van zijn vergoeding als lid van de commissie-De Veer.

Hun baas Tjeenk Willink stuurde alle staatsraden een brief. Zijn woordvoerder: „Hij heeft iedereen eraan herinnerd nevenfuncties zorgvuldig te melden en gevraagd het begrip nevenfuncties ruimhartig uit te leggen.” Tjeenk Willink sprak ook Deetman aan op het niet opgeven van zijn bijbanen.

Op 6 juni stuurde Tjeenk Willink een brief aan minister Donner. Die is verantwoordelijk voor de uitvoering van het vergoedingenbesluit. Tjeenk Willink schrijft dat er onduidelijkheid bestaat „over de interpretatie en toepassing van het besluit”. Volgens Tjeenk Willink wordt daardoor „een adequate reactie op de berichtgeving belemmerd. Dat schaadt het aanzien van de Raad van State.” In de brief somt hij zes punten op waarin het besluit onduidelijk zou zijn.

Dat Tjeenk Willink het besluit onduidelijk noemt, is opmerkelijk. De afdeling advisering van de Raad van State, waarvan Deetman lid is, gaf de regering een positief advies over zowel wet als besluit. Toen waren er geen opmerkingen.

Afgelopen weken was er overleg tussen onder anderen Deetman, Tjeenk Willink en minister Donner, die van 1998 tot 2002 zelf lid van de Raad van State was. Dat leverde een galante oplossing op: Donner vordert niet terug. Deetman betaalt vrijwillig terug.

Donner stuurde Deetman gisteren een brief waarin hij stelt dat de vergoedingsregeling lastig toepasbaar is. Hij gaat de regeling kritisch tegen het licht houden. Bovendien zouden zijn ambtenaren „verzuimd” hebben Deetman te informeren over de anti-cumulatiebepaling in het vergoedingenbesluit. Donner: „Ik acht mijn ministerie verantwoordelijk voor de onvolledige communicatie over de regeling in uw richting. Derhalve is dit voor mij aanleiding om geen gebruik te maken van mijn bevoegdheid om een terugvordering van u te verlangen.”

Het vergoedingenbesluit legt overigens de verantwoordelijkheid voor het naleven van de anti-cumulatiebepaling bij Deetman en niet bij de ambtenaren. In het besluit staat immers dat „de betrokkene” het de minister van Binnenlandse Zaken direct dient te melden als hij de norm overschrijdt.

Kort na de brief van Donner meldde Deetman in een persverklaring op zijn beurt vrijwillig het te veel ontvangen geld te zullen terugbetalen: „Hiermee respecteer ik de regels. Na de vakantieperiode zal ik de correspondentie tussen minister Donner en mij openbaar maken.”

Op de achtergrond van de vergoedingenkwestie speelt de opvolging van Tjeenk Willink die met pensioen gaat. Donner is de voornaamste kandidaat om vicepresident van de Raad van State te worden. In die functie krijgt hij opnieuw te maken met Deetman en Hoekstra.

Beiden hebben op hun beurt een rol in de mogelijke benoeming van Donner. De Wet op de Raad van State bepaalt dat de leden van de Raad worden gehoord voordat de ministerraad de nieuwe vicepresident benoemt.