En de abt, hij ploegde voort

In de eerste aflevering van een zomerserie over bijzondere reisboeken: de levendige reconstructie van de voetreis naar Rome die de middeleeuwse Friese abt Emo maakte.

Dick de Boer: Emo’s reis. Een historische culturele ontdekkingstocht door Europa in 1212. Ten Have, 496 blz. € 29,95

Het is een van de spannendste en ook een van de mooiste periodes van de Middeleeuwen: het begin van de 13de eeuw. De chaos van de laatmiddeleeuwse pest is nog ver weg, de primitiviteit van de vroege middeleeuwen is al lang voorbij. De steden groeien, de wegen stromen vol, Europa is een mierennest. De machtige paus Innocentius III heeft de kruistocht tegen de katharen uitgeroepen. Keizer Otto IV voert een wanhopige strijd tegen de jonge Frederik II van Hohenstaufen. Het Griekse Constantinopel is veroverd door Latijnse kruisridders. En overal in Europa bloeien de kunsten, zingen hoofse dichters, prediken ketters en verrijzen gotische kathedralen. Op de universiteiten woedt een debat over rede en geloof en in Umbrië zoekt Franciscus van Assisi naar nieuwe idealen voor het christendom.

Precies op dat moment reist abt Emo van het kleine Friese Nijeklooster naar Rome. Te voet en midden in de winter, een rauwe tocht. En niet om grootse culturele of politieke daden te verrichten. Hij wordt bewogen door typisch middeleeuws getouwtrek om bezit. Want de geleerde (in Oxford en Parijs opgeleide) Emo heeft slaande ruzie met de bisschop van Munster over het bezit van een naburige kerk en hij gaat onmiddellijk in beroep bij de paus. Alleen vergezeld van een oude vriend is de abt ruim een half jaar onderweg, van 9 november 1211 tot 6 juli 1212. En hij wint zijn strijd tegen de machtige bisschop. Het kerkje in Wierum blijft bezit van het Nijeklooster, zo beslist de pauselijke bureaucratie na veel gedoe. De abt moet er in Rome bijna twee maanden op wachten.

Dagmars

Met die Emo reizen we mee, in Dick de Boers prachtige boek Emo’s reis – dagmars na dagmars, van stad na stad via bergpas na bergpas, over de Alpen, door de Apennijnen. Heen dwars door Bourgondië, de Po-vlakte en Toscane. Helemaal terug door Zwitserland, langs de Rijn, door Straatsburg en Keulen. We komen vrijwel alle grote figuren van die tijd wel ergens tegen, maar ook veel onbekende figuren en kerken. Zoals de kruisvaarder Ogier Saladin d’Anglure, die op erewoord terugkeerde naar de Egyptische sultan Saladin toen hij zijn losgeld niet bijeen kon krijgen. Ogier werd toch vrijgelaten, op voorwaarde dat hij Saladins naam overnam. Daarom heeft het 12de-eeuwse kerkje in Anglure sindsdien een oosters koepeltje.

De Boer, emeritus hoogleraar middeleeuwse geschiedenis in Groningen, creëerde voor iedere dag twee of meer schitterend vormgegeven pagina’s over de streek waar Emo die dag doorheen trekt. Het is een indrukwekkend groot werk, zo groot dat de lezer De Boer de paar dubbele vermeldingen in de tekst gemakkelijk vergeeft. En veel verhalen smaken naar meer. Hoe zit dat verder met die kruisvaarder Ogier? Helaas, we zijn al weer verder gelopen.

Deze stug volgehouden vorm maakt de lezer soms wanhopig; steeds wéér een dagstukje met lokale details over nieuw gebouwde kerken, adelsruzies, verdwenen kloosters, vreemde heiligen. En dan al die maanden in Rome! Een groot deel van het boek gaat over Rome, dag na dag, waardoor het een bijna ideale reisgids is voor middeleeuws Rome. Alleen de openingstijden ontbreken. De gekozen vorm werkt evenwel ook hypnotiserend. De lezer duikt diep in de lokale middeleeuwen, en wat is er nog verrassend veel van over. De Boer weet waar je moet kijken. Van de middeleeuwse gebouwen van de abdij Nôtre-Dame-les-Reclus, nabij het Noord- Franse Talus, staat nog maar tien procent. Maar je kunt nog wel logeren in het oude hospitium. Je zou met dit boek Emo’s tocht kunnen nareizen, al geeft De Boer geen route-aanwijzigingen of tips over waar je goed kan eten.

De reis werd door de geleerde Emo zelf beschreven in een kloosterkroniek, maar betrekkelijk summier. Op grond van de tientallen halteplaatsen die Emo zelf noemt en met grote kennis van de middeleeuwse infrastructuur kon De Boer de reisroute reconstrueren. Het ritme van de wandelende middeleeuwse reiziger was ongeveer 30 à 45 km per dag, schrijft hij. ‘Het is opvallend dat de steden in middeleeuws Europa zich op ruwweg die afstand van elkaar ontwikkelden.’

Roofburchten

Emo overnachtte waarschijnlijk in kloosters, liefst die van de Norbertijnen, zijn eigen orde. Maar waar sliep hij tussen Mainz en Boppard, een gebied vol roofburchten? ‘Overal dreigden gevaren. De onstuimige rivier, de tolstations en vooral de politieke situatie die op ontploffen stond, maakten het [hier] een riskante reis’.

Dit ongewone reisboek heeft twee extraatjes. Het boek zelf heeft een heldere inleiding, met een geweldige uiteenzetting over het feit dat ze in de middeleeuwen echt wel wisten dat de aarde rond was. De Boer schrijft zelfs dat in 1291 twee zeevaarders uit Genua, de gebroeders Vivaldi, in westelijke richting de Atlantische oceaan opvoeren, op weg naar China en India. En hij drukt een tekening af, gemaakt rond 1200, waarin Venus en Mercurius om de zon draaien. Die ideeën zijn dus ouder dan Copernicus (los van onderbouwing en acceptatie ervan).

Het andere extraatje is dat eind vorig jaar een spannende roman verscheen die als pendant van het reisboek fungeert. In Emo’s labyrint wordt het verhaal van Emo geromantiseerd en in één vloeiende lijn verteld. In het boek van De Boer kijk je om je heen, maar in de roman kijk je naar Emo, en ben je veel dichterbij de koppigheid en angsten van een middeleeuwse reiziger.

De auteur, de Groningse kunstenares en schrijfster Ynske Penning, werkte nauw samen met De Boer. Alle gaten in het summiere verslag van Emo worden door Penning opgevuld. Verloren liefdes, sluwe complotten, rauwe overvallen, alles komt langs. In haar boek speelt Emo zelfs een rol in de strijd tussen de Duitse keizers Otto IV en Frederik II. Gelukkig loopt ook die reis goed af.

Ynskje Penning: Emo’s labyrint. Penningboek, 464 blz. € 18,95