Een zelfgemaakt polshorloge voor 700 dollar

Correspondenten speuren deze zomer rommelmarkten af naar nationale trauma’s, passies of obsessies.

In Brooklyn koop je vooral een authentiek verhaal.

Tevreden houdt het meisje met het gitzwart geverfde haar de damestas op die ze zojuist heeft gekocht. Dan slaat ze de gelakte handtas, zeker een halve eeuw oud, over haar broodmagere schouder. De zwarte lak contrasteert fraai met de rode roos die op haar bovenarm staat getatoeëerd. „Hij is verbazingwekkend mooi”, zegt ze tegen haar twee vriendinnen. „En zo schattig.” Dan herstelt ze zich. „Nee, hij is niet schattig. Hij is cool.”

Cool is het leitmotiv op de Brooklyn Flea, de vlooienmarkt die elk weekend op twee locaties in Brooklyn wordt gehouden: op zaterdag in de wijk Fort Greene, op zondag aan de waterkant van de wijk Williamsburg – met als decor de East River en de skyline van Manhattan. Hoewel bebaarde jongens en getatoeëerde meisjes uit de creatieve klasse zeker de boventoon voeren, trekt de markt niet louter een publiek van trendgevoelige hipsters. Naast de Flea arriveert namelijk elk half uur een ferry die vanaf Manhattan een nieuwe lading toeristen aanvoert, van wie een deel de markt bezoekt.

Dat de Brooklyn Flea geen doorsnee vlooienmarkt is, blijkt meteen bij binnenkomst. Een van de eerste stands is die van bloemist Erin Ostreicher, die in koeieletters vermeldt dat haar bloemen vers en ‘echt’ zijn. „Er werd me zo vaak gevraagd of ze echt zijn dat ik het maar zo heb opgelost”, zegt Ostreicher. Ze ziet het als een compliment. „De boeketten zijn zo mooi dat de mensen zich niet kunnen voorstellen dat ze echt zijn”, zegt ze. „Maar ik vrees dat het ook iets over onze cultuur zegt: niemand maakt meer iets zelf.”

De veelal jonge standhouders in Williamsburg bruisen van de ambachtelijkheid. Schuin tegenover Ostreicher, die haar bloemen zelf kweekt op haar boerderij in Connecticut, staat bijvoorbeeld horlogemaker David Sokosh – onder een vaandel waarop geschreven staat: ‘The Brooklyn Watch’. Sokosh verzamelt afgedankte horloges, die hij gebruikt als basis voor nieuwe, door hemzelf ontworpen polshorloges. Deze intensieve handenarbeid vertaalt zich in de prijs: een Brooklyn Watch kost tussen de 450 en 700 dollar.

Weer iets verderop staat de kraam van de Nederlandse Kika Vliegenthart en Sabine Spanjer, die onder de bedrijfsnaam KikaNY op maat gemaakte leren riemen, sandalen en tassen maken en verkopen. Het pronkstuk van de kraam is een zandkleurige vintage US Postal-tas, waarmee ooit ongetwijfeld tienduizenden brieven en pakketjes zijn bezorgd. Vliegenthart heeft de tas helemaal opgelapt en in haar werkplaats met leer verfraaid en functioneel gemaakt. Voor 175 dollar mag je ’m nu meenemen.

Zo vaart ook KikaNY wel bij een sentiment dat onder vooruitstrevende New Yorkers leeft en zich vertaalt in hun consumptiegedrag: er is een diep verlangen naar authenticiteit, ambachtelijkheid en gemeenschap. Mensen willen niet alleen weten van wie ze een product kopen, maar ook wie dat heeft gemaakt. Dus is een op maat gemaakte oude postbodetas cool en een op Fifth Avenue gekochte Luis Vuitton-tas niet.

Tevens lijkt er een nostalgisch verlangen te heersen naar de jaren waarin het leven nog niet zo sterk gedomineerd werd door machines en technologie. Dat verklaart wellicht waarom het meisje met het gitzwart geverfde haar zo opgewonden raakte van haar antieken handtas. Maar het verklaart net zo goed het voor Amerikaanse begrippen grote aantal fietsen dat tegen de hekken staat geparkeerd. Of de populariteit van houten speelgoed of zetletters uit een in de jaren vijftig opgedoekte drukkerij. Daarin past ook dat de eettentjes achterin de vlooienmarkt voornamelijk biologisch eten en drinken verkopen – van zelfgedraaide braadworst en ingemaakte augurken tot gembersiroop. De mensen staan ervoor in de rij.

Bij zoveel nostalgie spinnen ook ouderwetse scharrelaars garen, de types die op geen vlooienmarkt mogen ontbreken – zelfs niet op deze hipstervariant ervan. Zo verkoopt Larry Fisher bakken gevuld met free jazz-lp’s uit de jaren vijftig, naast fotoboeken vol zogeheten girlies van 4 dollar per stuk: schunnige foto’s van alledaagse meisjes uit de jaren vijftig en zestig. En dus is er ook ruimte voor kraampjes met dure tweedehandskleding en handelaren die curiositeiten als een bar uit 1960 aanbieden. Midden op de markt staan Mike en Frank, een homostel van middelbare leeftijd, die op straat opgepikt meubilair verkopen. Nadat de twee hun vondsten met verfkwast, lijm en andere provisorische middelen hebben opgeknapt, blijken deze steevast uit de jaren twintig of dertig te komen.

Een jong stel uit Williamsburg koopt bij de stand naast Mike en Frank een tamelijk nietszeggend metalen wandmeubeltje dat de verkoopster al haar hele leven beweert te kennen: „Het hing altijd in de werkplaats van mijn ooms garage in de Bronx.” Het meisje kijkt hoofdschuddend toe als haar vriend de vrouw 50 dollar overhandigt. „We hebben een verhaal gekocht”, zegt ze. Maar het lijkt haar niet echt te deren.