Een ontroerend plan dat vooral goed is voor de NAVO

Een Nederlandse politieschool in Kunduz: sinds deze week werken soldaten en agenten aan de opening ervan. Het idee van de missie is simpel. De Nederlandse politie behoort tot de meest democratische korpsen ter wereld. Als de Afghaanse politie ons voorbeeld volgt, kan het Centraal-Aziatische land de lokroep van de Talibaan weerstaan en democratisch worden.

Het is een ontroerend plan, of beter, ontwikkelingshulp van het oude linkse stempel. Want wat vroeger ‘Nederland gidsland’ was, heet nu de ‘Dutch approach’. Niet voor niets heeft het kabinet-Rutte voor deze missie steun moeten zoeken bij GroenLinks en D66.

Maar gaat het ook werken in een land waar de wederopbouw tot nu toe door corruptie en geweld wordt gesmoord? Heeft het zin om ‘platte petten’ naar Hollandse maatstaven op te leiden, inclusief ‘agent-volg-systemen’ en ‘ terugkomdagen’?

De regering heeft zo haar twijfels. Anders zou de missie niet worden opgetuigd met honderden soldaten en vier F16’s. Die moeten de politietrainers beschermen. Tegelijkertijd weet de regering dat er geen militaire oplossing is. De Talibaan zullen niet worden verslagen, maar hooguit ingedamd. Dat heeft het Westen mede aan zichzelf te wijten. Door de inzet van militaire én financiële middelen zijn de lokale machtsverhoudingen er uit balans geraakt. ‘Hoofd en hart’ van de bevolking zijn daardoor niet gewonnen. En dat biedt rebellen extra kansen om bij gewone mensen een voet tussen de deur te krijgen.

Het lag in de rede dat het opbouwproces, ondanks de optimistische en verheven intenties, moeizaam zou verlopen. Dit soort interventies om een beschavingsoffensief te forceren, heeft wel vaker paradoxale effecten gehad, zeker in Afghanistan. Dat ondervond de Sovjet-Unie. Toen die supermacht zich, na een tien jaar durende en verwoestende veldtocht, in 1989 terugtrok, dolven zijn protegees in Kabul snel het onderspit. Een verwoestende burgeroorlog volgde.

De Westerse interventie eiste afgelopen tien jaar minder slachtoffers, maar de NAVO staat voor een herkenbaar dilemma. Zoals het fiasco in Afghanistan het einde van de Sovjet-Unie inluidde, zo is het land nu een lakmoesproef voor de NAVO die worstelt met haar existentie.

Het mag onrechtvaardig lijken dat het voortbestaan van de alliantie een argument is om actief te blijven, het is wel de realiteit. De Nederlandse missie is er een onderdeel van.

Precies daar waar de Talibaan voet aan de grond hebben – in Mazar-e-Sharif, Kabul en Kunduz, waar Duitse troepen de interventiemacht vormen – gaan Nederlandse soldaten en agenten enthousiast de training van politiemannen ter hand nemen.

Een ‘civil society’ bouwen – in een land waar politie in onze civiele zin van het woord niet bestaat, maar bij het bewaken van de publieke ruimte en innen van tol vooral dienstbaar is aan clans en krijgsheren – is dat niet het paard achter de wagen spannen?

Die vragen zijn reëel maar toch ondergeschikt. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de missie die deze week is begonnen niet zozeer politiële, maar vooral politieke betekenis heeft: namelijk dat Nederland mee blijft doen met de bondgenoten van de NAVO.

Hubert Smeets

Hubert Smeets is commentator van nrc.next en NRC Handelsblad