Een kat uit de vriezer

De kat en ik konden een trucje: als ik hem oppakte, klom hij met scherpe nageltjes via mijn schouders naar mijn nek, waar hij dan languit ging liggen. Vervolgens ging ik verder met wat ik aan het doen was, in mijn nek de spinnende kat als een dikke rode sjaal. De kat kreeg er meestal na een tijd weer genoeg van, hoorde ergens een rammelend geluid dat hij hoopvol voor een bak met brokjes hield en sprong van mijn schouder, felle rode krasjes achterlatend. Wat mij betreft hield ik de kattensjaal echter altijd aan: tijdens het lezen op de bank, als ik een brief op de post ging doen of in de supermarkt: mensen zouden denken dat ik een luxe rode bontsjaal droeg, zo een waar de slappe pootjes nog aan vast zaten, tot de kat zijn kop zou heffen en ze met een verontwaardigde blik aan zou kijken.

„Hij ligt in spreekkamer vier”, zegt de dierenarts. „Maar ik waarschuw je wel: hij ziet er niet uit zoals je gewend bent. Het is een kat uit de vriezer. Ik heb hem er net uitgehaald, dus hij is koud en stijf.” In de spreekkamer ligt er een vuilniszak op de behandeltafel. Pas als ik dichterbij kom zie ik zijn hoofd: verfrommelde oortjes, zijn bek half open. Als je in het buitenland een rommelige antiquariaat binnenstapt, kom je ze tussen de porseleinen beeldjes en metalen asbakken nog weleens tegen: een opgezette kat. Een star lichaam, glazige knikkerogen, zijn vacht vreemd zonder glans.

„Een epileptische aanval kan vele oorzaken hebben”, zegt de dierenarts. „In dit geval was de aanval al een half uur bezig, en op zo’n moment is het misschien zelfs beter als dit de uitkomst is. Dan is er al erg veel hersenschade. Het was jouw kat, nietwaar?” zegt hij. Ik knik. „Hij was tijdelijk bij mijn ouders.” Uit het kattenmandje pak ik een katoenen doek, de dierenarts haalt de vuilniszak weg. Ik leg de in doek gewikkelde kat in het mandje. Op de rand zitten bloedspetters – de scherpe nageltjes. De dierenarts ziet het. „Je vader was flink toegetakeld toen hij hem vanochtend kwam brengen”, zegt hij. „Als dieren in een epileptische aanval zitten, zijn ze zelf niet bij bewustzijn. Ze krabben en bijten uit reflex. Ik ken een anesthesist die gebeten is door een hondje in een aanval. Zó door het bot heen. Zijn duim was verbrijzeld.”

Terwijl er groepjes scholieren van de naburige middelbare school lachend en zwenkend naar huis fietsen, loop ik over straat. De mand lijkt extra zwaar, en het is nauwelijks nog voor te stellen hoe de kat ooit warm, zacht en soepel om mijn nek lag.

Renske de Greef

Alle columns van Renske de Greef zijn te lezen via nrcnext.nl/renske