Een ieder is kind van een vreemde

De mens beseft nauwelijks wanneer zich in zijn leven grote verschuivingen voordoen. De tijd is simpelweg ongrijpbaar, aldus Alan Hollinghurst in zijn fenomenale, nieuwe roman.

Alan Hollinghurst: The Stranger’s Child. Picador, 564 blz. € 17,-. De Nederlandse vertaling Kind van een vreemde van Ton Heuvelmans en Edzard Krol verschijnt 14 juli bij Prometheus, € 19,95

Of de nieuwe roman van Alan Hollinghurst een meesterwerk is, moet de tijd uitwijzen – meesterlijk vind ik hem in ieder geval. Hollinghurst, die zeven jaar geleden de Booker-prijs won met The Line of Beauty, schreef in ruim twintig jaar slechts vier romans, die thematisch ook nog eens nauw met elkaar verstrengeld zijn.

Doordesemd van andere (Engelse) literatuur, gefascineerd door een verborgen homoseksuele culturele traditie, geobsedeerd door (vergankelijke) schoonheid – voor de meeste schrijvers zou het een fatale cocktail zijn. Maar Hollinghursts liefde voor de Engelse literatuur maakt hem niet tot kitscherige imitator. Zijn betrokkenheid met de homoseksuele subcultuur gaat gepaard met even bijtende als beheerste humor. Zijn seks is vrij van sentiment. Dat maakt hem zowel tot een typische als atypische Engelse romancier.

In zijn nieuwe grote roman, The Stranger’s Child, drijft hij die spanning op tot het uiterste. Meer dan ooit leunt hij tegen de Engelse literaire traditie aan – grote landhuizen, verborgen emoties. De stijl neigt vaak naar pastiche. Veel scènes echoën scènes uit romans van klassieke voorgangers, Henry James, E.M. Forster en Evelyn Waugh. Alles lijkt te verwijzen naar iets anders. Aanvankelijk houd je dan ook je hart vast: wat wil Hollinghurst? Het lijkt erop dat zijn roman gedoemd is ten onder te gaan in de oceaan van wat al geschreven is.

Ook het gegeven zelf lijkt zuiver literaire folklore: George, een student in Cambridge, neemt aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog zijn aristocratische vriend Cecil Valance mee naar zijn ouderlijk huis in Middlesex, ‘Two Acres’ genaamd. De jongen beleeft een woeste romance, met de brutale, ongegeneerde Cecil als aanjager. Hij is ook nog aanstormend dichter, en in het poëziealbum van de jonge dochter des huizes laat hij bij zijn vertrek een lang romantisch gedicht achter, dat als titel de naam van het huis draagt. Voor zijn afscheid heeft hij het nog even met het meisje aangelegd.

Die episode blijkt de oermythe die de rest van de roman beheerst. In de vier afzonderlijke delen worden grote tijdsprongen gemaakt – het verhaal eindigt in 2008 – waarin het verhaal van Cecil en zijn gedicht steeds weer in een ander licht komt te staan. In het tweede deel blijkt hij gesneuveld in Frankrijk. Hij leeft voort als een liggende marmeren figuur op zijn graf in de kapel van zijn ouderlijk huis, een Victoriaans geval dat door zijn overlevende broer in de jaren twintig grondig onder handen wordt genomen. Het meisje Daphne uit het eerste deel is met die broer getrouwd; het gedicht van Cecil in haar album heeft, door zijn tragische dood, inmiddels mythische status gekregen. Men gaat er vanuit dat de romantische ondertoon van de verzen voor Daphne bedoeld waren, terwijl de lezer weet dat ze op haar broer George sloegen.

En zo gaat het verder: in elk deel van zijn roman beschrijft Hollinghurst een sociale gebeurtenis, meestal een feest, waarin de personages zo opgaan in het sociale verkeer – door de schrijver met vertrouwd sarcasme ontleed – dat ze grote verschuivingen in hun levens niet lijken te beseffen. De lezer doet dat wel: Daphne, in de jaren twintig aristocrate met een reusachtig landhuis, verschuift tijdens haar lange leven naar de periferie van de maatschappij; ze eindigt verwaarloosd in een vervallen woning, verzorgd door haar ongelukkige, ongetrouwde zoon.

Cambridge

Het drama van The Stranger’s Child – de titel komt uit een gedicht van Lord Tennyson – zit in die verschuivingen. De 23-jarige bankbediende die in de jaren vijftig, eenzaam, dromend van seks met een man, wordt opgepikt door een wereldwijze muziekleraar uit het Cambridge milieu, komt in een latere episode terug als een uitermate gehaaide biograaf, die de bejaarde Daphne – die inmiddels drie keer getrouwd is geweest – de waarheid over haar ‘romance’ met Cecil Valance wil ontfutselen. Zijn verleider, die oorspronkelijk de ambitie had de biografie van de romantische War Poet te schrijven, blijkt wanneer we zijn begrafenis in het slotdeel bijwonen, een populaire presentator van oppervlakkige culturele programma’s te zijn, getrouwd met zijn Nigeriaanse vriend.

In zijn vorige roman, The Line of Beauty, plaatste Hollinghurst zijn personages stevig in een afgerond tijdperk, het Engeland van de Thatcher-jaren. In The Stranger’s Child gaat hij veel verder. Zijn personages zijn stuk voor stuk kinderen van hun tijd; het vermogen van Hollingurst om zijn personages in een specifieke sociale omgeving te plaatsen is fenomenaal.

Maar gaandeweg wordt voelbaar hoe ongrijpbaar die tijd zelf is. De episode van Cecil Valance’ bezoek aan Two Acres wordt in de jaren na zijn dood gemythologiseerd en daarna – in de jaren zeventig en tachtig – gedemythologiseerd. In de jaren twintig verzamelt een onberispelijke vriend van de familie getuigenissen over het leven van de geliefde dode dichter, waarin van alles onuitgesproken of weggemoffeld blijkt; de latere biograaf Paul Bryant probeert de laatste directe getuigen nog net voor hun dood op nietsontziende wijze hun slaapkamergeheimen te ontfutselen.

Doordat hij zo mooi laat zien hoe het verhaal van Cecil en zijn gedicht zich in de tijd verplaatst en steeds weer anders wordt geïnterpreteerd, heeft The Stranger’s Child iets van een sociaal-culturele geschiedenis. De grote landhuizen worden eerst onherstelbaar verbouwd, dan omgebouwd tot kostscholen en uiteindelijk opgesplitst of gesloopt. De romantische verheerlijking van de jonggestorven dichter wordt bespot door latere generaties, die er hun eigen subjectieve interpretatie voor in de plaats stellen. Maar Hollinghursts personages zijn geen pionnen, weemoedige illustraties van wat hij te zeggen heeft over verval en vergankelijkheid, maar mooi uitgewerkte, onvoorspelbare mannen en vrouwen, opgenomen in de stroom van de tijd, waarop ze geen greep hebben.

De roman is dan ook geen elegie voor een verloren tijd, een tijd van romantische jongensliefdes en de zelfbewuste grandeur van een geordende cultuur, zoals Waughs Brideshead Revisited dat is. Hollinghurst is geen sentimentele schrijver – critici vonden zijn andere romans sarcastisch op het ongevoelige af. De tragiek van The Stranger’s Child schuilt in de onbeheersbare tijd, het onvermogen van mensen om hun eigen levens te doorgronden. Herinneringen blijken altijd, zoals ergens staat ‘herinneringen aan herinneringen aan herinneringen.’

Mythes

Onherroepelijk verliezen we het contact met onze eigen ervaringen; herinneringen zijn verhalen die we ons zelf wijsmaken. Heftige emoties verflauwen, sommige gebeurtenissen worden tot mythes, terwijl andere, niet minder belangrijke, uit het collectief geheugen worden gewist. In de feesten die Hollinghurst zo uitgebreid beschrijft, kent de nieuwe generaties de geschiedenis van de voorgaande al niet meer; een ieder is op zijn beurt ‘het kind van een vreemde’.

Dat Hollinghurst dat voelbaar maakt op een bijna terloopse manier, toont zijn ontzagwekkende talent. In The Stranger’s Child herneemt hij de thema’s van zijn eerdere werk, maar geeft ze een nieuwe, diepe resonans. De Engelse literaire traditie waaraan hij zo schatplichtig is, zet hij stevig naar zijn hand. Niet alleen onthult hij aan zijn lezers een werkelijkheid achter de werkelijkheid, de ongrijpbare stroom van de tijd; hij laat ook de macht en onmacht van de literatuur zelf zien.

Het gedicht van de jonge Cecil Valance, geschreven aan de vooravond van een onvoorstelbare slachting, is hopeloos onvolkomen, een opzichtig geromantiseerde versie van de werkelijkheid. Tegelijk heeft het wel degelijk betekenis, ook al verschuift die betekenis door de jaren heen steeds opnieuw; de verzen betekenen voor iedere generatie iets anders. Het is niet anders, laat Hollinghurst in deze grote roman zien. Door middel van hun verbeelding geven mensen vorm aan hun levens, ze kunnen niet anders. Maar die verbeelding blijkt geen weermiddel tegen vergankelijkheid, het grote verdwijnen van alles. Die tragische waarheid beheerst The Stranger’s Child vanaf de eerste tot de laatste regel.