De spookbutler bij de koelcel

The Shining (Stanley Kubrick, 1980)Ned.2, 23.15-1.30 uur

Terugkijkend is The Shining uit 1980 het laatste meesterwerk van regisseur Stanley Kubrick. Eén punt van kritiek op de film wordt vaak herhaald: dat van de koelcel kan niet. „Dat kan niet” zou een absurd argument zijn tegen de meeste horrorfilms, maar Kubrick mag je daarover inderdaad ter verantwoording roepen. Toch: als je The Shining goed bekijkt, blijkt die kritiek makkelijk te ontzenuwen.

Als Jack en de filmkijkers door Jacks vrouw in de koelcel zijn opgesloten, horen we de stem van spookbutler Grady door de deur heen lispelen dat die alleen opengaat als Jack zijn gezin ‘berispt’. We zien het niet gebeuren, maar enkele scènes later blijkt de deur open. Tot dan toe kón alle gekte zich alleen in Jacks hoofd en dat van zijn zoontje hebben afgespeeld, is het argument. Dus is de film ineens onzin, want spoken bestaan niet, aldus degenen die The Shining liever zien als psychiatrische film dan als spookfilm. Wat in deze discussie over het hoofd wordt gezien, is dat tijdens de climax van The Shining ook Jacks vrouw de spoken heel even ziet: de man in het konijnenpak maakt een einde aan de discussie of er gespookt wordt of niet.

Kubrick is echter niet geïnteresseerd in spoken; hij zet ze in als figuranten in een opzwepend drama waaraan narratieve logica ontbreekt, zelfs oninteressant is. Voor Kubrick is The Shining geen griezelfilm en geen psychiatrische film, maar een geweldsopera over een desintegrerend gezin.

Robert Gooijer