Alles van waarde is waardeloos

Was het nog maar oorlog. Terwijl een gracht verderop de medewerkers van De Arbeiderspers ‘Utrecht’ googleden om te zien wat hun boven het hoofd hing, las ik op zolder bij Querido het jaarverslag over 1943. In dat jaar maakte die uitgeverij 29.000 gulden winst. Omgerekend naar 2010 is dat 168.000 euro. En dat was dan alleen de legale winst van de uitgeverij, die op dat moment werd bemand door Geert van Oorschot, zijn broer, zijn zus en zijn zwager. Hij scharrelde ook nog wat in sigaren. Het joodse personeel zat ondergedoken en kreeg betaald uit de zwarte kas, waarvan de omvang niet meer te achterhalen is.

Het klinkt onvoorstelbaar, maar cijfers zijn pas cijfers als je er andere cijfers bijhaalt: een jaar eerder was de winst van Querido het dubbele. (Zoals Wesley Sneijder verantwoordelijk is voor de 6,6 % procent groei van de Maand van het Spannende Boek 2011: vorig jaar overlapte de actiemaand met het WK voetbal en bleven de resultaten 6,8 % achter bij 2009)

Toen de nazi’s Querido in de zomer van 1944 liquideerden, was de boekenvoorraad 400 gulden waard. Een jaar eerder was dat nog 12.000 gulden en een maand na de bevrijding was die magere boekenstapel teruggetransformeerd tot 17.539 gulden. Verstoppen is ook een vak.

Maar het is geen oorlog meer. Een uitgever die nu zijn boeken een jaar in de kelder laat liggen, kan ze nog maar op één plaats kwijt: de ramsj. We naderen het punt waarop de genetisch gemodificeerde kiloknaller bieflapjes langer houdbaar is dan een roman. Wie zijn boekenkast weleens opruimt, kent de meewarige glimlach van de antiquair die een stapel onbeschadigde, 12 maanden oude romans ziet: ‘We kunnen er niets mee, maar u mag die tas hier laten staan.’

Dat laatste komt ook omdat je de eerste druk van Nijhoffs Nieuwe gedichten (Het lied der dwaze bijen, Moeder de vrouw, Het kind en ik, Awater) er niet hebt bijgestopt. Die bundel werd in 1934 gedrukt in een oplage van 500 exemplaren, onkosten 268 gulden, waarvan 93 aan honorarium voor de auteur. In het kasboek van Querido staat voorzichtig geschreven: 400 verkopen. (‘Een geur van hoger honing […] ried ons, ach roekeloozen, de tuinen op te geven, riep ons, ach roekeloozen, naar raadselige rozen.’)

Niet dat de spullen op zolder bij Querido zoveel waard zijn: ‘We hebben ons knipselarchief aan het Letterkundig Museum aangeboden, maar dat had geen belangstelling. We proberen er dus zelf maar zo goed mogelijk voor te zorgen.’