Zaagvis is niet meer wat hij was

Uit onderzoek blijkt dat de zaagvis zijn pronte neus erg vaak en nuttig inzet, maar niet volgens de boekjes. In plaats van hem te gebruiken als gereedschap, wendt de zaagvis zijn snuit aan als een staafantenne.

Zaagvis Foto Ishikawa Ken

De zaagvis is definitief van zijn illustere voetstuk gevallen. Veel cartoons en strips verlevendigde hij door zijn getande gereedschap in eenzame scheepsrompen of zwemmers te zetten.

Er gingen al geruchten dat de realiteit wat minder spectaculair was. Deze vissen zouden hun zaag nooit als zaag gebruiken, maar inzetten om de zeebodem stevig om te woelen. Maar nu blijft zelfs dat afgeslankte beeld van eerlijk, eenvoudig gereedschapsgebruik niet overeind. De zaagvis gebruikt verfijnde opsporingsmethoden. Hij werkt hightech.

De neus van de beroemde vissen zit vol bijzondere poriën die elektrische velden detecteren. Dat meldt onderzoekster Barbara Wueringer van de Universiteit van Queensland. Zij vergeleek de verspreiding van de sensoren op de snuiten van verschillende soorten zaagvissen. Elke zaag telt er duizenden. De vissen beschikken over méér instulpinkjes als ze in een omgeving leven waarin het zicht minder goed is. De poriën werken als een zesde zintuig: ze brengen de minieme elektrische velden in kaart die prooien uitstralen. Bij gedragsonderzoek bleek dat zaagvissen blind op hun neus vertrouwen. De lange snuit is, als brede staafantenne, handig voor een verfijnd driedimensionaal beeld. En, wat aardser, voor het toehappen en ontleden van de vangst.

De zaagvis is echter zwaar bedreigd. Meer kennis van zijn levenswandel kan zijn bescherming helpen, melden de onderzoekers nu vroom. Misschien dat kennis van Chinezen ook helpt, want die zijn gek op de zaag als bijgeloofsmedicijn. Ook worden de vijf meter lange neuzenreuzen vaak dood overboord gezet van vissersschepen, als ongewenste bijvangst. Het is een wat armoedige manier van teloor gaan.

Een ooit nog beruchtere soort zwaardvis stierf trouwens al eerder uit. In oude bestiaria (dierenboeken) en voor zeelui wereldwijd was de ‘zaagvis’ niet onze variant met een heggeschaar op de kop, maar een enorme vis met een ronde, getande rug. Een halve cirkelzaag. Door een draaiende beweging van het hele lijf kon hij moeiteloos schepen en hun inzittenden naar de kelder helpen.

Na de Middeleeuwen hoorde je weinig meer over deze vis, hij heeft zich blijkbaar niet weten aan te passen aan de stalen scheepsrompen. Misschien waren langzaam met hun ruige rug door het wateroppervlak draaiende en snijdende walvissen de inspiratie voor deze Middeleeuwse vrees. Hoe dan ook, het wordt leger in de oceaan en in de verbeelding. Het zaagvisaanbod is aan behoud toe, al dan niet met een elektrische zaag.