Wie iets in de top doet en het ingewikkeld maakt, krijgt geld

Als je van dit kabinet geld los wil krijgen, moet je iets in de top doen. Topsectoren, topkunst, topbedrijven, toponderzoek, toponderwijs – als je dat bevordert, volgt de rest vanzelf.

Daar zou de besnorde onderwijskundige, gewezen directeur van een schoolbegeleidingsdienst en misdaadschrijver Theo Capel met zijn Digitale Topschool helemaal in passen. Hij bestrijdt wat wordt gezien als het grootste probleem van het hedendaagse onderwijs – de verveling van topbegaafde kinderen.

Zijn aanvraag bedroeg slechts zestig mille voor vijftig scholen. Meer is niet nodig. Zijn Digitale Topschool, die de beste leerlingen uit de groepen zeven en acht van vijftig basisscholen begeleidt met extra opgaven en toetsen, bestaat uit vrijwilligers. Dit zijn wetenschappers en studenten die eerder waren uitverkoren voor dit programma en die de kinderen helpen via internet. Onderwijzers hebben er geen omkijken naar, tenzij ze de ge-cc’de e-mails willen lezen. De vijftig deelnemende basisscholen zijn tevreden. „Fantastisch, ongelofelijk gebruiksvriendelijk”, zegt Marjolijn van Oijen van de Rotterdamse basisschool De Stelberg, met negenhonderd kinderen.

Maar toponderwijs mag niet te simpel zijn georganiseerd, anders gelooft niemand dat het goed is. De Stichting Leerplanontwikkeling (SLO) en het Kennisnet begrepen dat. Zij krijgen subsidie voor hun gezamenlijke project ‘Acadin’, de „digitale topomgeving”. Dit is een site vol leuks voor hoogbegaafde kinderen. Het kost de scholen veel extra werk. Ze moeten een beheerder benoemen. Onderwijzers moeten de opdrachten geven en ze moeten de leerlingen volgen, met hulp van andere onderwijzers en betaalde krachten – extra knooppunten. Van Oijen wil daarom niet meedoen.

Maar de Digitale Topschool krijgt geen overheidsgeld en Acadin wel. De SLO gaf haar geheel belangeloze oordeel over Capels topschool. De sommen van de Digitale Topschool zijn „niet uitdagend”. Erger nog – de door de universiteit bedachte opdrachten zijn „te moeilijk voor cognitieve talenten”. De rekenles bevat „gesloten opdrachten”. Tsja, een som heeft nu eenmaal één uitkomst. Ook het opzoeken van feitjes en „het juiste antwoord vinden”, vindt geen genade bij de SLO. Het ministerie sloot zich aan bij het SLO-oordeel.

Maar Capel vindt dat slimme kinderen zich best mogen inspannen om feitjes te kennen. De meeste slimme kinderen zijn als andere kinderen en hebben geen problemen.

Acadin zou het leuker aanpakken, met een grotere site, meer opgaven, betaalde begeleiders en extra belaste leerkrachten. Niets wordt overgelaten aan de verbeelding. De opdrachten zijn prachtig geïllustreerd, zoals bij die dure schoolboeken.

De abstractere leeropdrachten van de Digitale Topschool zijn ouderwets sober. „De ene opdracht is leuker dan de andere. Het fijne is dat ze het gewoon zelf kunnen uitkiezen”, zegt Van Oijen – dan maar geen subsidie. Werkgeversorganisatie VNO-NCW verschaft de huisvesting. De aangesloten scholen nemen, volgens de stelregel van het kabinet, „hun eigen verantwoordelijkheid”. Ze betalen voortaan de Digitale Topschool zelf. Dit is heel verstandig. Waarschijnlijk zijn ze zonder beslag op de tijd van onderwijzers goedkoper uit dan bij Acadin. Topbegaafde kinderen kun je ook helpen met vrijwilligers. Als je overheidsgeld wil, moet je het ingewikkelder en duurder maken dan de concurrent.