Welkom in kamp Windmill

Twee dagen ging een reis naar Kunduz niet door om veiligheidsreden en een kapot vliegtuig. Gisteren bezocht minister Rosenthal alsnog de Nederlandse trainingsmissie.

Afghanistan. Kunduz. 31-05-2011. An ice cream maker in front of a restaurant in the centre of Kunduz. On the counter a picture of the late Daud Daud together with Said Khili the policecommander of Kunduz who got killed in Februari by a suicide expolsion. photo: Joel van Houdt Joel van Houdt

Minister Uri Rosenthal van Buitenlandse Zaken wordt omringd door militairen en politieagenten als hij zijn toespraak begint op de legerbasis in de Afghaanse provincie Kunduz. Het lijkt op zo’n fotomoment waarbij de Amerikaanse president Obama tussen zijn jubelende manschappen staat. Maar halverwege vindt hij het toch maar niks. „Jullie kijken naar mijn rug, kom toch naar voren”, zegt hij vriendelijk.

Minister Rosenthal bezocht gisteren als eerste van de regering Kunduz, om de Nederlanders op missie zijn betrokkenheid te tonen. Na lang wikken en wegen besloot het kabinet in januari om na de terugtrekking uit Uruzgan toch nog een politietrainingsmissie naar Kunduz te sturen. Zo’n negentig mensen zijn er al, kwartiermakers, genisten en staf. Anderen komt later deze week.

Op Windmill, het Nederlandse deel van de door de Duitsers geleide basis, prijst de minister de manschappen voor hun „professionaliteit”. Vlakbij staat een rood-wit-blauw houten molentje. Rosenthal zegt dat de baas van het kamp, de Duitse kolonel Sabrantzki, zich bewust is van de restricties die Nederland heeft gesteld. „Ik kom om te kijken hoe de missie op stoom komt. We willen ervoor zorgen dat de Afghaanse politie het vertrouwen weer wint. Dat hebben de Afghanen nodig, maar ook de regio en wijzelf.”

In de Tweede Kamer is er maar een nipte meerderheid voor de missie. De trainers zijn aan allerlei restricties gebonden. Ze mogen niet deelnemen aan vechtacties. Er zijn twijfels over de veiligheid in de regio.

Deze week komen er nog 160 militairen, die hoofdzakelijk voor de bescherming van de trainers moeten zorgen. In totaal nemen 500 Nederlanders deel aan de missie. Diverse missieleden liggen al ‘op stoom’. Ze hebben de korte rit naar de stad Kunduz al gemaakt. Zoals Paul Meijers die daar de leiding heeft over EUPOL, de Europese politietrainingsmissie die zich vooral richt op de opleiding van het hogere kader van de Afghaanse politie.

Nederland levert veertig trainers aan deze missie. „Ik heb al een missie achter de rug in Kabul en je bent natuurlijk scherp, maar ik vond het heel gewoon om de stad in te gaan en mensen te bezoeken.” Ook de leiding van de Nederlanders is in de stad geweest. Kolonel Ron Smits heeft samen met Dick, die uit veiligheidsoverwegingen niet met zijn achternaam in de krant wil, een bezoek gebracht aan hun contactpersoon in Kunduz, de Afghaanse politiecommandant Samiullah Qadrat. Dick stuurt de marechaussees aan die medio augustus het veld ingaan om de mannen van Qadrat te monitoren. „Dat was de eerste keer”, zegt hij, nog onder de indruk.

„niet dreigend en niet vervelend”. Ook de ontmoeting met Qadrat was hartelijk. Qadrat liet de delegatie merken dat hij wist van de eisen van de Kamer. Het volgende onderwerp was de waslijst aan spullen die de Afghaan nog graag zou willen krijgen. Radio’s, politieauto’s, wapens. Smits lacht. „Dat is wel typische Afghaans, hè, dat ze dan om van alles vragen.”

Qadrat, die werd aangesteld nadat zijn voorganger begin dit jaar omkwam bij een zelfmoordaanslag, beloofde de delegatie dat er goed voor hen gezorgd gaat worden. Of de Afghaan veiligheidsgaranties kan geven, is de vraag. De dreiging van vijandige infiltraties in de Afghaanse veiligheidsdiensten groeit. Dick zegt dat hij daar „geen zorgen” over heeft. „We hebben voldoende tegenmaatregelen genomen.” Dat Amerikanen wel politiemannen meenemen om te vechten hoeft niet te betekenen dat de Nederlanders daarmee worden geassocieerd, vult Dick aan.

Weer naar Afghanistan: pagina 4- 5