Standbeeld

Eindelijk heb ook ik m’n cadeautje van Rutte I uitgepakt: ik heb 130 gereden over de Afsluitdijk. Het effect is vooral psychisch. Je rijdt op een 120-stuk, ziet een roodomrand bord naderen, en mindert routinematig al vaart, in de verwachting dat het weer zo’n onnodig 100-bord is. Maar nee, het begint al, die 130, al twintig kilometer vóór de Afsluitdijk.

Ik arriveerde vijf minuutjes eerder dan getomtomd in Harlingen.

Maar het gaat bij die 130 helemaal niet om de tijdwinst, het gaat om het psychische effect: dat je op die in endorfine gedrenkte kilometers aan Mark, Maxime en Geert denkt. Je ziet hun koppen voor je, ook al wil je dat, begrijpelijk genoeg, niet. Ik zie het, in de lichten van mijn voor- en achterliggers. Ik hoor het, uit hun open raampjes: Geertje bedankt. Geertje, Géértje, Geertje bedankt.

Dat er nu vier van die 130-trajecten bijkomen is puur een publicitaire strategie, een mind fuck die het genot van racen geraffineerd koppelt aan die kabinetskoppen.

Slim, illustratief ook. Rutte I racet voort zonder acht te slaan op adviezen. Zo legde ondermeer de ANWB uit dat je bij 130 juist meer files en ongelukken kunt verwachten.

Adviezen zijn echter voor mietjes. Zoals de Raad voor Cultuur met één handgebaar tot overbodig orgaan is verklaard. De Raad van State wacht een al even arrogante afstraffing. Die maakte gehakt van het plan van minister Opstelten voor een nationale politie. Volgens de Raad wordt die juist minder slagvaardig. Opstelten trekt zich er niets van aan, en stelde de kwartiermakers aan van de nieuwe regio-eenheden.

Waarom zou je al die Raden eigenlijk nog in stand houden, als je hun adviezen toch niet serieus neemt?

Halverwege zie ik het standbeeld van Cornelis Lely naderen. Hoe gehaaid, realiseer ik me, dat ze juist hier met hun 130-strategie begonnen, op de oer-Nederlandse succesdijk, dit staaltje big pimping. Niemand die Lely nog ziet. Ik knipper met m’n ogen en zie ze gebeeldhouwd: Mark, Maxime en Geert — de guitige trojka, thumbs up in de wind.

Christiaan Weijts