Met z'n allen zingen voor verstoten held

Dr Dee. An English Opera, van Damon Albarn. Gezien: 5/7 Palace Theatre, Manchester. Herhaling: t/m 9 juli aldaar. Info: mif.co.uk ****

Het bijna drie weken durende, tweejaarlijkse Manchester International Festival (nog tot 17 juli) doet denken aan ons Holland Festival. Dat juist in deze probleemstad een uitgebreid cultureel festival plaatsheeft, is te danken aan oprichter en aanjager Alex Poots. Hij nodigt beeldend kunstenaars, muzikanten en theatermakers uit en initieert samenwerkingen.

Het was Poots die vier jaar geleden de eerste opera van Damon Albarn – met de Chinese regisseur Chen Shi-zheng – produceerde en programmeerde. Monkey: Journey to the West was een uitzinnige productie met acrobaten, animaties en grote decors.

Albarns tweede productie, geregisseerd door Rufus Norris, is een intiemere voorstelling, opgevoerd in het kleine, vergulde Palace Theatre. Dr Dee. An English Opera gaat over de vergeten wetenschapper/ alchemist John Dee, uit de zestiende eeuw, die adviseur was van Elizabeth I en de term ‘British Empire’ bedacht. Hij beschouwde wiskunde als de ‘taal van God’, bezat de grootste verzameling wetenschappelijke werken van zijn tijd, en was als raadsman gevierd totdat hij verkondigde dat hij kon praten met engelen. De engelen vertelden hem dat hij ‘partnerruil’ moest doen met zijn assistent en diens echtgenote. Daarmee begon Dee’s teloorgang, tot hij uiteindelijk op 82-jarige leeftijd berooid stierf.

Dr Dee. An English Opera, gesitueerd in de zestiende eeuw, is stijlvast: afgezien van een punk met felroze hanenkam in de ouverture, is de vormgeving – kleding, kapsels, schoeisel – statig en klassiek. Zelfs de belichting is intiem als kaarslicht. Een deel van het BBC Philharmonic zit in de orkestbak, en een deel zit in een zwevende etage boven het podium waarop de zangers, acteurs en enkele dansers rond schrijden. Er is nauwelijks decor, maar er zijn mooie visuele vondsten, zoals de steeds terugkerende papierrollen die dienst doen als projectiescherm en als bibliotheek.

Verder zorgde regisseur Rufus Norris voor een rondvliegende, echte raaf en zich met doodsverachting van een verhoging stortende zangers. Hoog boven de grond zweeft koning Elizabeth I, goud glinsterend. Onder haar rok worden expliciete seksuele handelingen uitgevoerd door de halfnaakte Dee en zijn halfnaakte geliefde.

Dee’s experimenten met alchemie lenen zich bovendien voor theatrale effecten met doorzichtige schermen waarop geprojecteerde kabbala-formules en berekeningen als regen naar beneden stromen. Maar in deze opera ligt de nadruk meer op de muzikale ervaring dan op de theatrale. Albarn, ooit zanger van Blur en nu van Gorillaz, maakte prachtige eclectische muziekstukken waarin uiteenlopende instrumenten (zestiende-eeuwse westerse, antieke Afrikaanse en hedendaagse) soepel samensmelten.

Zijn vaste drummer Tony Allen – ooit drummer bij Fela Kuti – zorgt voor dreigende ritmes, waarbij de strijkers soms repetitief zijn, en allerlei luiten zachtaardig getokkeld worden. Albarn zelf is de verteller, in met akoestische gitaar begeleide liedjes. Zijn ongeschoolde, wiebelige zang vloekt nooit met de gestaalde kracht van de operastemmen.

De rollen van assistent Kelley, een gemeen klinkende countertenor met rode kniekousen, en van kwelgeest Walsingham, met zijn stem als een donderslag, zijn fantastisch.

Albarn zoekt eerherstel voor Dee omdat hij, zoals hij in interviews zegt, bekend is met de hang naar het occulte. Iedereen moet meedoen als hij roept: ‘England sing for John Dee’. Bertie Carvel als John Dee maakt het je makkelijk om deze intentie te verzilveren. Smekend beroept de arme doctor zich op zijn christelijke grondslagen: ‘You call me Faust/ but my name is John Dee!’