Maanden aan voorbereiding en dan dit

Robert Gesink liep gisteren schaafwonden en kneuzingen over heel zijn lichaam op.

Gesink en valpartijen in de Tour: het begint inmiddels een gewoonte te worden.

Keihard smakte Robert Gesink gisteren tegen het asfalt. Vlak na de tussensprint in de vijfde etappe van de Tour de France, van Cahaix naar Cap Fréhel, met het peloton op volle snelheid. Drie keer ging de kopman van de Rabobank-ploeg over de kop, nog half op zijn fiets.

De Sloveen Janez Brajkovic van Radioshack, die samen met de Nederlander ten val kwam, liep een flinke hoofdwond en een hersenschudding op. Hij moest per ambulance de koers verlaten. Gesink werd door een verzorger weer op zijn fiets geholpen en finishte voorin het peloton, in dezelfde tijd als etappewinnaar Mark Cavendish.

„Robert is met een snelheid van 70 kilometer per uur gevallen. Hij heeft schaafwonden en kneuzingen over bijna heel zijn lichaam. Zijn rechterelleboog zal gehecht moeten worden”, zei ploegleider Adri van Houwelingen na afloop van de etappe tegen dagblad De Telegraaf.

Botbreuken werden niet geconstateerd door de ploegarts. Maar de harde val zal er wel voor zorgen dat Gesink de komende dagen niet soepel op zijn fiets zal zitten. „Hij zal zo stijf zijn als een plank”, stelde Van Houwelingen. Bij een val krijgen de spieren van wielrenners ook altijd een flinke klap te verwerken.

Het is niet de eerste keer dat Gesink een flinke blessure oploopt bij een valpartij. Dat geldt overigens voor veel meer wielrenners: zeker in de eerste week van de Tour is er elke dag wel een valpartij. Daarnaast is met hoge snelheden op twee dunne bandjes rondrijden per definitie niet ongevaarlijk en hebben de tengere wielrenners niet veel vet of spiermassa om een klap op te vangen.

Het rijtje valpartijen van Gesink (25) in de Tour de France is lang. In 2009 liep Gesink in de vijfde etappe een gebroken pols op na een valpartij en moest hij opgeven. Vorig jaar viel hij in de eerste Tourweek twee keer. Op weg naar Spa in de Belgische Ardennen veroorzaakte een val een scheurtje in zijn linkerellepijp. Een dag later viel hij op de kasseien en bezeerde daarbij zijn rechterarm. Toch reed Gesink een sterke Tour en finishte hij als zesde in Parijs.

Dit jaar is een plek bij de eerste drie plaatsen van het eindklassement het doel, en tot gisteren verliep alles volgens plan. Rabobank reed een sterke ploegentijdrit en de acht seconden die Gesink dinsdag verloor op de Australiër Cadel Evans en de Spanjaard Alberto Contador – beiden kanshebbers voor de eindzege – bij de beklimming van de Mûr-de-Bretagne werden weggewuifd. „Ik zat er vlak achter en de ploeg was weer super”, stelde de kopman op de website van zijn ploeg.

Maar na zijn val van gisteren twijfelde Gesink of hij überhaupt Parijs nog wel zou halen. „Ik was halverwege de koers de moraal even kwijt”, zei de renner tegen de NOS. „Hier heb ik mij maanden op voorbereid, en dan ga je op je kloten.” Gesink zei te hopen dat hij de 226 kilometers van vandaag doorkomt, en dat hij de dagen erna voldoende herstelt. Zaterdag gaat het peloton wel al de middelhoge bergen van het Centraal Massief in.

In de chaotische etappe van gisteren vielen meer slachtoffers. Gesinks ploeggenoten Juan Manuel Garate en Carlos Barredo kwamen tegelijkertijd met hem ten val. Maar ook klassementsrenners Alberto Contador, die al drie keer de Tour won, en de Brit Bradley Wiggins gingen onderuit. De Belgische sprinter Tom Boonen kwam hard ten val op zijn schouder en finishte op dertien minuten achterstand. „Ze vielen vandaag bij bosjes, links en rechts van de weg”, zei Gesink tegen de NOS.

Geletruidrager Thor Hushovd sprak na afloop van een „erg nerveuze etappe”. Vanwege de harde wind langs de Bretonse kust was er vooraf al gewaarschuwd voor valpartijen. In het peloton rijden renners soms op niet meer dan tien centimeter van elkaar en dan een klein windstootje er al voor zorgen dat iemand het wiel van de renner voor hem raakt.

De minste kans op valpartijen is er vooraan het peloton, waardoor het onderweg af en toe dringen was. „Er zijn tweehonderd renners en die willen allemaal vooraan rijden, dat vraagt om ongelukken”, zei de Noorse sprinter Hushovd tegen persbureau AP.