Harde kritiek op Moody's

Europese politici buitelden gisteren over elkaar heen met kritiek nadat kredietbureau Moody’s een negatief oordeel velde over Portugal. Maar diezelfde politici hebben de kredietbureaus hard nodig.

„Een stomp in de maag”, zei de Portugese premier Paulo Passos Coelho gisteren. De „oligarchie” van kredietbureaus moet gebroken worden, raasde de Duitse minister Schäuble. José Manuel Barroso, voorzitter van de Europese Commissie, verweet kredietbureaus „vooroordelen als het aankomt op beoordeling van bepaalde Europese issues”. Eén ding is zonneklaar: de afwaardering van Portugese staatsschuld door kredietbureau Moody’s, gisteren, doet het conflict tussen de financiële en de publieke sector fel oplaaien.

Beleggers reageren meteen op beslissingen van kredietbureaus: ‘ratings’ vertellen hun hoeveel risico er aan bepaalde investeringen kleeft. Politici hebben, zoals steeds tijdens deze crisis, het nakijken. Zij zijn razend en dreigen terug te slaan. Toch hebben zij zélf kredietbureaus buitensporig veel macht gegeven.

Met de afwaardering van de Portugese staatsschuld, met drie stappen tegelijk, maakte Moody’s duidelijk dat het geen vertrouwen heeft in de oplossingen die politici bedenken voor de eurocrisis. Mede doordat eurolanden hoge rentes vragen voor leningen aan Griekenland en verstikkende bezuinigingen eisen, neemt de Griekse schuldenberg niet af. Integendeel. Dus zijn vanaf 2012 extra leningen nodig.

Plannen van Duitsland en Nederland om banken „mee te laten betalen” blijken bij doorrekening vooral Griekenland geld te kosten. Als de banken de grote verliezers waren, deden ze natuurlijk niet mee, want hun betrokkenheid is „vrijwillig”. Moody’s zegt simpelweg wat velen zeggen: dat deze oplossingen op termijn niet kunnen werken, voor Griekenland, Portugal of welk ander euroland ook. Velen denken dat het niet bij deze afwaardering voor Portugal blijft. Daarom zijn politici zo geïrriteerd. Krijgt Ierland dadelijk ook junkstatus? En daarna een land dat te groot is om te redden – Italië?

Bondskanselier Merkel zegt dat zij zich niets meer aantrekt van kredietbureaus. Maar politici als zij hebben een systeem geschapen waarbij duizenden en nog eens duizenden beleggers ter wereld ‘ratings’ als leidraad hanteren om ergens in te investeren of niet.

Er zijn drie grote kredietbureaus: Moody’s, Standard & Poor’s en Fitch. De eerste twee, die de markt domineren (80 procent), zijn Amerikaans. Het in New York en Londen gevestigde Fitch is deels in handen van een Frans bedrijf. Hun macht groeide sinds eind jaren tachtig, toen de financiële sector door deregulering een steeds grotere rol in de economie kreeg. Banken betalen voor ratings. Grote landen als Duitsland en Frankrijk betalen niet – noblesse oblige. Sommige kleinere landen betalen wél, zegt men.

Toen de kredietcrisis uitbrak, bleek hoe pervers het systeem was: zelfs banken vol rommelkredieten kregen prachtige ratings. Ook Griekse staatschuld had jaren het stempel ‘betrouwbaar’. Nu proberen de bureaus van het verwijt af te komen dat ze hebben zitten slapen. Ze overcompenseren. In de VS werden zij sterk aan banden gelegd. In Europa niet. Sinds 2009 moeten ze zich registreren, hun methodiek openbaren en beslissingen motiveren. Ook staan ze nu onder toezicht van ESMA, de Europese markttoezichthouder in Parijs. Tegelijkertijd, zegt Karel Lannoo van de Brusselse denktank CEPS, „hebben wij vastgelegd dat ratings worden gebruikt door banken en de ECB”.

Eurocommissaris Michel Barnier komt in november met extra voorstellen. Gisteren zei hij dat hij eurolanden die leningen uit het noodfonds krijgen en niet op financiële markten geld lenen, wil vrijwaren van ratings. Ook dreigt hij soms dat hij vergunningen van de drie bureaus wil intrekken en een Europees kredietbureau wil oprichten. Wat er uitrolt, weet niemand. Maar dat er iets móét gebeuren om deze destructieve oorlogvoering te stoppen, is allen pijnlijk duidelijk.

Schinkel en Tamminga: pagina 22

Breaking Views: pagina 24