Graag een pilletje voor de analist, dokter

De VRT heeft zeven jaar geleden onderzocht hoeveel Nederlandse televisiekijkers het wielrennen op Sporza volgden en toen bleek eenderde de Vlaamse uitzendingen te prefereren boven de NOS.

Dat onderzoek schijnt nadien niet meer herhaald te zijn – je moet een mooie uitslag niet via een hertelling dood checken.

Maar hoe is dit grensoverschrijdende kijkersgedrag te verklaren? Zou het te danken zijn aan Jasmine Vangrieken, de levenspartner van de Belgische wielrenner Johan Vansummeren, die haar dit jaar ten huwelijk vroeg nadat hij in Parijs-Roubaix had gezegevierd? Zij heeft de kwaliteiten van een rondemiss, maar ze is bovenal columnist van Het Nieuwsblad en schreef over de vaste VRT-commentator: „Luister naar de bijzonder rustgevende stem van Michel Wuyts, laat u daarin gaan, en u zult merken dat u na een kwartier indut.”

Waarschijnlijker is dat de wielerliefhebber graag luistert naar de analist die Wuyts vergezelt, vooral als dat José De Cauwer is. Oud-renner, oud-ploegleider, een echte insider die onder alle omstandigheden koel en kalm blijft.

Dat is wel een contrast met de man die al jaren voor de NOS de deskundige moet uithangen: Maarten Ducrot. Ook een verdienstelijke oud-wielrenner, zij het niet een die om zijn tactisch vernuft bekendstond. Ducrot propageert het ‘nieuwe wielrennen’, het is alleen jammer dat alleen hijzelf begrijpt wat hij daarmee bedoelt.

Bovendien verdraagt Ducrot („ooh, jongens toch”) de spanning slecht. Het was gisteren MASH in het peloton van de Tour en Ducrot voelde elke valpartij persoonlijk. „Ik zit hier te shaken op mijn stoel.” Tegen zijn collega’s (verslaggever Herbert Dijkstra en hulpanalist Michael Boogerd): „Maken jullie het maar af, ik vind het moeilijk”. „Ik kan bijna niet meer kijken.” Hier is een extra taak voor de Tourdokters weggelegd: graag een kalmerend pilletje voor de Nederlandse analist.

Het is een vreemd vak, tv-verslaggever bij het wielrennen. Die mannen zitten in een zweterig hok, met een raam dat uitzicht biedt op de finish, te kijken naar een tv-scherm met meestal een slechter beeld dan in de gemiddelde Europese of andere huiskamer. Elke dag verplaatsen ze zich naar de volgende finishplaats, elke dag een nieuw hotel, en bijna elke dag moeten ze zich onredelijk gedrag van Franse gendarmes en ander geüniformeerde gezagsdragers laten welgevallen. Zou het veel informatie schelen als ze gewoon in een Nederlandse studio op het Mediapark gingen zitten?

Wie Dijkstra, Boogerd en Ducrot aanzet, bekruipt het gevoel dat hij een gesprek afluistert tussen drie mannen die in de kroeg naar het wielrennen zitten te kijken en hun wetenswaardigheden uitwisselen.

Ze maken, net zoals dat dan gaat bij mannen met een potje bier voor de neus, ook wel grappen over elkaar, waar soms oprecht, soms geforceerd en soms uitdrukkelijk niet om wordt gelachen.

Maar genoeg geklaagd. Het zijn ook drie echte kenners van wie veel valt op te steken en verslaggever Dijkstra betrekt gelukkig regelmatig de kijkers even bij het gesprek („misschien heeft u later ingeschakeld”– inderdaad) en verzuimt zelfs niet de informatie door te geven over de talloze Franse kastelen die in beeld verschijnen.

Welke wielerbabe neemt het eens voor onze NOS-jongens op? Ze hebben het verdiend.