Gevaarlijke etappes zijn de trend in Tour en Giro

Na de chaotische Touretappe van gisteren, waarin Robert Gesink zwaar ten val kwam, uitten veel renners kritiek op de Tourorganisatie. „Ik dank God dat ik nog leef.”

Janez Brajkovic per ambulance afgevoerd. Alberto Contador, Robert Gesink, Tom Boonen en Bradley Wiggins gevallen. Om alleen de belangrijkste slachtoffers nog maar te noemen van de valpartijen in de vijfde etappe van de Tour de France, gisteren over de smalle en bochtige wegen in Bretagne.

Vallen hoort erbij, zeggen ervaren Tourvolgers. Altijd zo geweest. In de eerste Tourweek is elke seconde winst of verlies wereldnieuws. Maar is het allemaal echt zo erg? Een groot peloton van bijna 200 renners, die allemaal vooraan willen rijden om valpartijen te ontlopen. Dat is dringen, en moet af en toe eens misgaan. Wie goed is, valt niet, luidt nog zo’n ingesleten cliché in de eerste Tourweek. En het zijn de verliezers die klagen.

„Deze wegen horen niet in de Tour en zeker niet in de eerste week”, ageerde Levi Leipheimer gisteren tegen de Tourorganisatie ASO. De ervaren Amerikaan, ploeggenoot van de uitgevallen Brajkovic, kreeg bijval van de Deense debutant Jakob Fuglsang. „Ik dank God dat ik nog leef”, twitterde de renner van Leopard-Trek. „Dit was de meest belachelijke etappe die ik ooit heb gereden. ASO, dit was niet oké.”

Meer renners klaagden over het parcours, dat vooral in de finale zeer gevaarlijk was. „Volgens mij zijn de organisatoren te veel op zoek naar spektakel in plaats van een koers waar wij op een fatsoenlijke manier ons werk kunnen doen”, zei Gesink tegen de NOS. Ook de ervaren David Millar, een van de leiders in het peloton, uitte scherpe kritiek. „De Tour gaat steeds meer op de Giro lijken. Belachelijk parcours, veel te veel verplaatsingen.”

De trend werd gezet in de Ronde van Italië. Daar kozen de organisatoren de afgelopen jaren meer en meer voor spektakel over onverharde wegen, onbegaanbare bergen en levensgevaarlijke afdalingen. De Tour wil niet achterblijven. In deze eerste week, met een groot en nerveus peloton, gaat een aantal etappes over smalle wegen met kleine klimmetjes in de finale. Dit zorgt voor veel tempowisselingen en dat levert vaak gevaarlijke situaties op.

Daarnaast wordt de karavaan van auto’s en motoren om de renners heen elk jaar groter. Gisteren raakte een motorrijder op een smalle weg verzeild in het peloton. Saxobank-renner Nicki Sørensen haakte met zijn stuur in de motor en sloeg tegen het asfalt. De Tourdirectie verwijderde de motard direct uit de Ronde.

Door de drukte moest Robert Gesink maar liefst 25 minuten wachten voordat de Tourarts naar zijn bebloede knie en elleboog kwam kijken. Met alle kans op een infectie van dien. „De drukte rond het peloton slaat nergens op”, zei ploegleider Adri van Houwelingen op Rabosport.nl. „Na Roberts val konden de doktoren er niet direct bij vanwege de camera’s. Er rijden meer motoren dan renners rond. Het zou goed zijn als er tijdens gevaarlijke momenten maatregelen worden genomen, zodat de behandeling van de renners voorrang krijgt.”

Ploegleiders klagen, renners twitteren. Maar zal het iets veranderen? Twee jaar geleden maakte Cédric Vasseur, als voorzitter van rennersvereniging CPA, er serieus werk van om het peloton op één lijn te krijgen. Inmiddels is de Franse oud-coureur gedesillusioneerd afgehaakt en is de eenheid in het peloton ver te zoeken. Als de één valt, demarreert de ander.

En zo horen valpartijen nog altijd bij de eerste Tourweek en gaan de organisatoren steeds verder in hun zucht naar spektakel. En is Janez Brajkovic van RadioShack – vorig jaar winnaar van de Dauphiné, nu in topvorm en de geheime troef van ploegleider Bruyneel – naar huis.