Fanatiek zevenletterwoorden verzinnen

Terwijl iedereen verheugd toekijkt hoe de serveerster in een paar sierlijke gebaren het eten op tafel zet, blijft vriend Michiel verwoed naar zijn telefoon staren. Pas als iemand hem aanstoot, kijkt hij met een verwilderde blik op en zegt: „Ja, ik kom eraan. Maar die gore mazzelaar heeft net mijn vliegdekmoederschip geramd, oké? Mijn vliegdekmoederschip!”

Terwijl iedereen verheugd toekijkt hoe de serveerster in een paar sierlijke gebaren het eten op tafel zet, blijft vriend Michiel verwoed naar zijn telefoon staren.

Pas als iemand hem aanstoot, kijkt hij met een verwilderde blik op en zegt: „Ja, ik kom eraan. Maar die gore mazzelaar heeft net mijn vliegdekmoederschip geramd, oké? Mijn vliegdekmoederschip!”

De rest van de avond zie ik Michiels blik nog een paar keer stiekem onder de tafel verdwijnen terwijl zijn handen bevelen invoeren, in de hoop ook het vliegdekmoederschip van de gore mazzelaar te torpederen.

Steeds meer mensen om mij heen vallen eraan ten prooi: bordspelletjes op de telefoon. Michiel speelt Zeeslag, anderen Monopoly of de Kolonisten van Catan. Oer-Hollandse gezelligheid voor de digitaalminnende jeugd. Eerst bekeek ik de overgave om mij heen met argwaan – tot ik zelf een paar dagen geleden mijn vrije tijd, gemoedsrust en interesse voor mijn omgeving heb opgegeven voor zo’n spelletje: telefoonscrabble.

Bij de spelletjes Scrabble die ik vroeger thuis speelde, hoorde onveranderlijk het moment dat één van de spelers naar de boekenkast beende en iets bulderde als: „Hoe bedoel je, gispen bestaat niet? Ik ga het nú bewijzen!”

Ook herinner ik me potjes reisscrabble op vakantie, waar er geen woordenboek bij de hand was. O, de urenlange discussies die ik heb gevoerd over het woord ‘daler’. Mooie tijden waren dat. Toen ik later ook met vrienden ging scrabbelen was het wel even omschakelen, met name vanwege vrouwelijke tegenspeelsters die zich in een dispuut mengden met argumenten als: „Ja maar ‘ropje’ klínkt zo lief. Ik keur het goed, hoor.”

Toegegeven: deze oeverloze conversaties mis je, bij Scrabble op je telefoon. Die echte behaaglijkheid van gesloten gordijnen, een warme mok chocolademelk en vader en dochter die elkaar de hersenen inslaan met een Dikke Van Dale.

Je krijgt er echter wel iets voor terug: met bekenden een spelletje spelen, op een zelfgekozen moment. Je speelt namelijk niet tegen een computer, maar kunt gekoppeld worden aan een wildvreemde, of – en dat is het leukste – je kunt vrienden met dezelfde Scrabble App uitnodigen om als tegenstander te dienen.

Bij iedere beurt heb je 72 uur de tijd om een zet te doen, zodat er genoeg ruimte is om verschillende spelletjes door elkaar te laten lopen. Tussen het werken door probeer ik fanatiek zevenletterwoorden te verzinnen, bekijk wat een van mijn vrienden heeft neergelegd, schud moedeloos mijn hoofd als dat weer een schunnig woord is, doe mijn best om niet elke vijf minuten hongerig op mijn telefoon te kijken en stuur grijnzend een BUIG VOOR MIJ-smsje als ik eens een keertje win.

En hoewel die vrienden tijdens deze spelletjes allemaal ergens anders zijn, ver weg van een warme huiskamer waar iedereen zich gezamenlijk rond een speelbord schaart, is deze manier van spelen toch, ja, echt: gezellig.