Er is nog niet één toerist verwond

Zon, stranden, tempels – lange tijd meer dan voldoende om toeristen te trekken.

Door de economische crisis moeten Griekse ondernemers opeens stunten met prijzen.

Voor het eerst doen Griekse cafés aan happy hour. Vroeger werd dat niet sjiek en bovendien onnodig gevonden, maar de economische crisis zorgt voor een omslag. Bars bieden tegen elkaar op met grote kortingen. Tussen zeven en negen kost een gin-tonic in de Maribou Bar in Athene nu 5 euro in plaats van 8. Ook in hotels valt tegenwoordig te onderhandelen over de prijs. Voorbij zijn de tijden dat Grieken erop vertrouwden dat zon en eilanden genoeg waren om miljoenen toeristen te trekken.

Journaalbeelden van demonstraties doen het imago geen goed. Door de rellen van vorige week zijn volgens de vereniging van hoteliers in Athene achtduizend overnachtingen geannuleerd. Voorzitter Yiannis Retsos roept de regering op actie te ondernemen om aan de buitenwereld duidelijk te maken dat Griekenland nog altijd een veilige bestemming is.

Juist nu het economisch slecht gaat is een goede zomer cruciaal. Toerisme maakt bijna eenvijfde van de economie uit en zorgt daarnaast voor veel afgeleide werkgelegenheid. Ondanks de berichten over stakingen, geweld en traangas, is Griekenland er voor buitenlandse bezoekers alleen maar beter op geworden, bezweert staatssecretaris voor Toerisme George Nikitiades. Reisbureaus doen scherpe aanbiedingen en het land is net zo veilig als altijd. „We hebben”, zegt hij, „wat rellen gehad, door de harde bezuinigingen. Maar die beperkten zich tot een klein deel van Athene.” Terwijl rond het parlement met de politie werd gevochten, zaten miljoenen mensen ongestoord op de eilanden. „Er is geen toerist gewond geraakt.” Van de 600.000 Nederlanders die per jaar in Griekenland komen, doet misschien 1 procent Athene aan, schat Nikitiades. De meeste mensen vliegen met charters rechtstreeks naar hun strandbestemming.

Op het Syntagmaplein, een paar honderd meter van het ministerie, kamperen nog altijd verontwaardigde Grieken. Toeristen die met hun koffers uit de metro komen, stappen een soort festivalterrein op met tenten, spandoeken, gegrilde mais en hotdogs. Een groep Amerikanen neemt uitgebreid foto’s van een hond die over het plein sjokt met tussen zijn kaken een protestbord waarop het wereldwijde einde van het kapitalisme wordt voorspeld. Alsof de protesten tot de lokale folklore behoren.

Nikitiades is druk. Hij komt net uit een overleg met de nieuwe Griekse minister van Financiën en een vergadering met de vicepremier. Stimuleren van het toerisme is een van de topprioriteiten van de regering. Ze hebben het onder meer gehad over het privatiseren van regionale luchthavens, die daardoor investeringen kunnen krijgen die hard nodig zijn.

Hij klinkt optimistisch. Tot nu toe is het aantal reserveringen op hetzelfde niveau als afgelopen jaren, zegt de politicus. En hij ziet genoeg mogelijkheden voor verdere groei. Het magische getal is 25. Van 18,5 procent van het bruto binnenlands product naar 25. Van bijna 20 procent van de werkgelegenheid naar 25, en op naar 25 miljoen toeristen per jaar.

Op de gang voor zijn werkkamer zit een groepje mannen in pak te wachten. Een van hen, een consultant uit Cyprus, praat enthousiast over de kansen die toerisme biedt om uit de crisis te komen. Vergeet investeringen uit Golfstaten als Quatar, zegt hij. „Het duurt zeven jaar voor die iets opleveren. Een toerist blijft twee weken en laat geld achter.”

Tot nu toe werkte dat model. De prachtige stranden, overblijfselen uit de Oudheid en de stralende zon verkochten zichzelf. Tot de euro werd ingevoerd was Griekenland een relatief goedkope bestemming, maar dat is veranderd. De concurrentie van andere landen rondom de Middellandse Zee, zoals Turkije, Egypte en Tunesië, nam fors toe. Griekse ondernemers pasten zich maar mondjesmaat aan en het land verloor marktaandeel.

De sector, met veel familiebedrijven, staat bekend als conservatief. „We moeten anders gaan denken”, zegt Nikos Kapadais, die zijn vader is opgevolgd als eigenaar van restaurant Babis op het eiland Aegina, een uur varen voor de kust van Athene. „We hebben altijd de gratis zee en zon gehad, maar moeten niet denken dat het allemaal vanzelf gaat.” Niet meer „op z’n Grieks”, lacht hij. Hij voelt de crisis zelf behoorlijk. De omzet is tot nu toe met bijna een kwart gedaald ten opzichte van vorig jaar. Dat komt doordat op Aegina vooral Grieken komen. „Sinds dit voorjaar zijn mensen bang om geld uit te geven.”