Een pastoor in een autoshowroom

Vorige week hield Maxime Verhagen een speech die veel stof deed opwaaien.

Wie tussen de regels door leest, ziet een katholiek de auto van de concurrent verkopen.

Het meest pikante aan de toespraak over het populisme die Maxime Verhagen vorige week afstak is dat hij een machtswisseling binnen het CDA lijkt te markeren: van het sociaal-christelijke, protestantse gedachtegoed van Ab Klink en Jan Peter Balkenende is geen spoor meer te vinden. In plaats daarvan laat Verhagen zes keer het woord ‘katholiek’ vallen. Het communitarisme van Amitai Entzioni heeft plaatsgemaakt voor de ‘katholieke sociale leer’. Het is ‘Roll over VU, bring on the Radboud!’

Als Verhagens speech een maatstaf is van wat de katholieke intelligentsia vermag, moeten we vrezen voor een gevoelige intellectuele terugval binnen het CDA, want zelden harkte een CDA-politicus zo veel dooddoeners, loze frasen en holle kletspraat bij elkaar. Open deuren, tegenstrijdigheden, krompraat en clichés, je kunt wel blijven strepen.

Inconsistenties: het CDA ‘zou geworteld moeten zijn in vele duizenden verenigingen in sport, cultuur, religie en maatschappij.’ ‘Mensen zijn actief in een sportclub of een vakbond.’ ‘De traditionele verbanden van kerk, partij en vereniging bestaan niet meer.’

Kromtaal: mensen die zich in hun eigen ‘nabijheid veilig voelen’, instituties die moeten ‘mee-ademen met de tijd, maar wel blijven ademen’, zorgen die ‘zelf niet populistisch zijn’, zorgen die ‘kort door de bocht’ zijn, en zorgen ‘die je niet mag vinden.’

Prietpraat: ‘Het CDA moet primair buiten Den Haag acteren.’

‘Onzekerheid is een levensgroot kenmerk van deze tijd.’

‘De islam is vaak nogal onbeschaafd.’

Non-sequiturs: ‘Het onbehagen is groot en het geduld van de kiezers kort. In wezen geven de oude encyclieken dit prima aan.’

Om partijleider van het CDA te worden moet je op een gegeven moment een ‘bergrede’ houden, zal Verhagen gedacht hebben. Zo’n rede moet aan drie eisen voldoen: ethos (in dit geval christelijke bevlogenheid), logos (intellectueel niveau) en pathos (emotie). Sinds hij op het laatste CDA-congres de waterlanders liet stromen, een prestatie waar hij graag publiekelijk op terugblikt, zit het met dat pathos wel goed. Maar die twee andere ingrediënten, die zijn bij Verhagen problematisch. Hij is geen idealist en geen denker. En deze speech illustreert het. Hij lanceert een loodzwaar begrip als ‘Leitkultur’ en trivialiseert het on the spot met zijn oproep om het weer eens ‘op te poetsen.’ Even beademen, langs je mouw halen et voila! Grote woorden, achteloos rondgestrooid. Woorden van iemand die denkt met zijn neus.

Een dooddoener die je sinds kort veel hoort is: ‘de multiculturele samenleving is mislukt.’ Verhagen neemt hem gewoon over, terwijl het onzin is. Is het ideaal bij nader inzien een vergissing, of laat de realisatie nog te wensen over? Je kunt ook wel zeggen dat de ecologische samenleving mislukt is, of de sociale. Of de christelijke, for that matter.

De bedoeling van deze speech is uiteraard om de (vooral) zuidelijke CDA-stemmers die naar de PVV liepen terug te halen. Wat doe je als marktkoopman als je klanten naar de concurrent een eindje verderop gaan? De simpelste aanpak is: maak de concurrent zwart en kopieer zijn product. Naar dat product is immers vraag, je wilt alleen dat ze het van jóú kopen. Dat is precies wat Verhagen in deze speech doet. Hij signaleert een groot ‘onbehagen’ in de samenleving en noemt dat ‘begrijpelijk’ en ‘terecht’. Maar ‘de makkelijke lokroep van de PVV naar kiezers om het buitenland af te schilderen als eng, gevaarlijk en profiterend is onjuist, kortzichtig en slecht voor onze economie en samenleving’, zegt Verhagen. Maar laten we eens kijken hoe Verhagen zelf het woord ‘buitenland’ gebruikt. ‘Blijft Nederland nog wel Nederland als er zoveel buitenlanders bij komen? […] Ze pikken toch niet de baan van mijn zoon in? […]Wat kan ik nu wel en wat kan ik nu beter niet eten van die producten uit het buitenland en zit die buitenlandse ziekte nu ook in onze groente of in ons vlees? Moeten we ook niet gewoon helemaal af van al dat buitenlandse gedoe? Het buitenland kost toch alleen maar geld en levert weinig op behalve problemen.’ Zelfs als karikatuur van het xenofobische volksgevoelen is dat een onfrisse tekst.

Maar dat sentiment, gaat Verhagen dat nu honoreren of niet? Of is hij alleen maar een beetje aan het ‘spiegelen’, zoals autoverkopers dat noemen: als de klant achter zijn oor krabt of zijn benen over elkaar slaat doe jij dat ook, dat suggereert een eensgezindheid die er niet is.

De PVV is tegen instituties, bijvoorbeeld, maar Verhagen acht ze juist van waarde. (‘Die moeten ‘mee-ademen, maar wel blijven ademen’ – weer een anakoloet.) De PVV is tegen Europa. Gaat het CDA nu ook een Eurosceptische koers varen? Nee. ‘Nederland wordt sterker door Europa,’ zegt Verhagen. ‘Europa, Euro, een open economie, handel, een vrij verkeer van kapitaal en mensen zijn cruciaal!’

Als populist heeft Verhagen nog een lange weg te gaan. Les 1, dat je gevoelige thema’s moet aansnijden, heeft hij onder de knie, nu les 2 nog: dat je op dat thema vervolgens krachtige (desnoods onmogelijke) maatregelen moet beloven, in plaats van plechtig aan te kondigen dat je daar dus juist níéts aan gaat doen.

De marktkoopman heeft het succesproduct van de concurrent helemaal niet gekopieerd, alleen de verpakking. Zou de klant erin trappen? Onbedoeld geeft Verhagen zelf het antwoord. ‘In Brabant verdwijnen de komende tien jaar 237 van de 287 kerken’, zegt hij. Hoe komt dat? Er is ‘onbehagen’, waar de katholieke kerk maar geen antwoord op vindt. Behalve in de vorm van doorzichtige, cosmetische aanpassingen, in de hoop dat het kerkvolk ze voor wezenlijk zal aanzien. ‘Laten we iets met spiritualiteit doen.’

‘Ja, of voetbal.’

De beatmis!

In die zin is dit inderdaad een bijzonder katholiek betoog.

Jan Kuitenbrouwer is journalist en auteur van o.a. ‘De woorden van Wilders en hoe ze werken’.