Een illegaal is geen misdadiger

Het terugkeerbeleid voor afgewezen vreemdelingen dat minister Gerd Leers (Immigratie en Asiel, CDA) heeft aangekondigd, kan de toets der kritiek doorstaan. De angel is er tijdig uitgehaald. Het kabinet definieert strafbare illegaliteit als een overtreding van een inreisverbod, dat met een boete kan worden gesanctioneerd. Daarmee valt te leven. Leers heeft het spookbeeld dat de PVV voor ogen had, detentie voor alle illegalen en een hoge opsporingsprioriteit voor de politie, niet omarmd.

Dat zou ook helemaal niet kunnen. Het aantal illegalen in Nederland wordt op 100.000 geschat; de celcapaciteit is ongeveer 15.000. ‘Alle illegalen opsluiten’ betekent het gevangeniswezen en het opsporingsapparaat ontwrichten. Dit PVV-idee is onrealistisch, ongewenst en maakt van ieder wiens papieren niet in orde zijn een misdadiger. Leers heeft geluisterd naar het mensenrechtenhof in Straatsburg. Dat maakte onlangs aan Italië duidelijk dat celstraf louter om illegaliteit in een rechtsstaat buiten proportie is.

De maatregelen die Leers verder voorstelt, zijn een verscherping van bestaand beleid, dat steeds de neiging tot vastlopen vertoont, zoals de kwestie-Sahar demonstreerde. Nederland kent nog veel meer naadloos geïntegreerde maar kansloze illegale scholieren. Aan snellere duidelijkheid is inderdaad dringend behoefte, zeker voor gezinnen met minderjarige kinderen. Dat kan dus ook snel toelaten betekenen. Een hardnekkige overheid die de toegang zoveel mogelijk wil beperken, verlengt zelf immers ook veel procedures. De paradox van dit beleid is dat wie de toegang zo streng bewaakt, iedere impuls tot vertrek wegneemt en alle doorstroom verhindert. In een open economie die het mede van migratie moet hebben, kan dat gevaarlijk zijn.

Dat de weigerachtigheid bij sommige landen om illegale landgenoten weer op te nemen pas nu politiek zal worden meegewogen, wekt verbazing. Waarom was dat niet eerder bedacht? Wellicht omdat het onder meer China betrof, waarmee Nederland de handelsbetrekkingen koestert? Als de minister dat hardop zou zeggen, werd tenminste duidelijk dat Nederland belangen heeft en zijn eigen afhankelijkheden kent.

Er zijn ook maatregelen die illusies wekken. Of de nieuwe combinatie terugkeerbesluit, vertrektermijn en inreisverbod illegalen sneller tot vrijwillig vertrek zal doen besluiten, is de vraag. Hetzelfde geldt voor de (zoveelste) versobering van de opvang. Tussen bed, bad en brood in Ter Apel en dakloosheid in Angola blijft de kloof groot. Dat illegalen die vertrek weigeren de kosten voor hun uitzetting zelf moeten betalen, is voorlopig iets wat de minister „wil uitzoeken”. Dit is dus meer bedoeld voor publieke consumptie dan een realistisch voornemen.