Een Hollandse dijk voor zinkend Jakarta

Ontwikkelingshulp wordt anders. Nederland steunt minder landen, en alleen projecten waar ‘we’ goed in zijn. Staatssecretaris Knapen bezoekt Indonesië.

Nu beschermt een muurtje de bewoners van wijk Pluit in Noord-Jakarta nog tegen de zee, en dat lijkt genoeg. Maar dit is laagtij; bij vloed klotst het water er al bijna overheen, zegt JanJaap Brinkman van kennisinstituut Deltares tegen staatssecretaris Ben Knapen (CDA) die het bouwwerk komt bekijken.

Binnen vijf jaar zal de muur een meter hoger moeten zijn, en vijf jaar daarna nog eens. Want dit deel van de stad zakt bijna een kwart meter per jaar naar beneden. „Onvoorstelbaar hoe snel dat gaat”, zegt Knapen. En stel je voor dat zo’n muur doorbreekt. Talloze bewoners zouden omkomen in de mini-tsunami.

De staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking was deze week in Jakarta om aan te kondigen dat Nederland 4 miljoen euro geeft voor een goed plan om Jakarta te beschermen tegen de zee. Dit is ontwikkelingshulp-nieuwe-stijl, die de Tweede Kamer vorige week goedkeurde. Daarbij halveert Nederland het aantal landen dat bilaterale hulp krijgt tot zestien. Geld gaat voortaan vooral naar projecten die passen in vier ‘thema’s’, waaronder water. Als Nederlandse bedrijven er ook van profiteren, is dat mooi meegenomen.

Knapen kent het waterprobleem van Jakarta uit de eerste hand. Tijdens een grote overstroming in 2007, die tientallen slachtoffers eiste, moest hij zelf tot zijn dijen in het water naar huis waden. Hij deed toen als correspondent van deze krant verslag. „Toen dachten ze hier nog dat het gevaar kwam van regenwater uit het achterland dat de stad binnenstroomt. Maar vergeleken met de bodemdaling is dat peanuts.”

Nederlandse experts stelden sindsdien vast dat Jakarta gemiddeld tien centimeter per jaar lager komt te liggen, doordat grote gebouwen honderden meters diep grondwater oppompen voor hun watervoorziening. Als dat niet snel stopt, ligt in 2025 een kwart van Jakarta onder water, met 4 miljoen bewoners. De beste oplossing is een 36 kilometer lange dijk in de Javazee. Met de 4 miljoen van Nederland wordt een gedetailleerd plan opgesteld.

Volgens het nieuwe beleid ‘doet’ Nederland alleen nog projecten waarvoor het zichzelf geschikter vindt dan andere landen. Knapen: „Wat me opviel toen ik rondreisde in Zuidoost-Azië, was de grote versnippering. Overal was wel iemand die met Nederlandse fondsen iets deed. Dat heeft me gestimuleerd om te zeggen: sommige dingen doen we niet meer.”

Naast water is voedselzekerheid een thema waarmee Nederland zich wil onderscheiden. Denk aan ‘Wageningen’, en aan de vele bedrijven in deze sectoren waarvoor het nieuwe ontwikkelingsbeleid kansen schept. Dat geldt zeker in Indonesië, Kenia, Ghana en Bangladesh, op de Nederlandse lijst ingedeeld als ‘lage middeninkomenslanden’. Knapen: „Landen als Ethiopië of Rwanda zijn veel te arm, daar heeft dat geen zin.”

In de straatarme landen en mislukte staten die op de lijst de meerderheid vormen, zijn de andere thema’s belangrijker: veiligheid en rechtsorde, en gezondheidszorg die samenhangt met seksualiteit. Knapen vertelt over projecten om kazernes te bouwen voor soldaten in Burundi, of een opvanghuis voor vrouwen in Congo die zijn verstoten omdat ze verkracht zijn.

Nederland houdt zich bezig met seksuele gezondheidszorg omdat andere landen dat niet aandurven. Het gaat immers al snel over religieus beladen zaken als anticonceptie en abortus, zegt Knapen. „Een Amerikaanse onderminister zei tegen me dat zij dat daar niet kunnen doen. En zelfs in een land als Zweden blijkt het gevoelig te liggen.”

Sommige dingen doet Nederland niet meer. Zo zijn in Indonesië vooral projecten in het basisonderwijs geschrapt. Frankrijk en Groot-Brittannië zijn daar beter in.

Het dijkproject in Jakarta voldoet aan alle eisen van het nieuwe beleid. „Het gaat er in eerste instantie om dat de mensen hier droge voeten houden”, zegt Knapen. De hoop is ook dat Nederlandse bedrijven straks een streepje voor hebben als de dijk echt wordt gebouwd: een project dat 5 tot 10 miljard dollar zal kosten. „Het aanleggen van de dijk zal het Nederlandse bedrijfsleven niet gemakkelijk competitief kunnen doen. Maar in het adviseren, het ontwerpen en het organiseren zal het volop kunnen investeren.”

Of dat echt gebeurt, blijft afwachten. Nederland schonk eerder geld voor een studie naar overstromingen binnen Jakarta. Maar de opdracht van 740.000 dollar om een plan te ontwerpen voor het uitbaggeren van rivieren ging naar Taiwan, niet naar de Nederlandse ingenieursbedrijven DHV, Haskoning en Witteveen+Bos. Nederland dingt nog wel mee naar de 150 miljoen die beschikbaar is voor het baggeren zelf.