De politiemissie telt vooral heel veel militairen

Deze week vertrekt de eerste lichting van de politiemissie naar Kunduz en Kabul. Nederland moet daar helpen een civiele politiestructuur op te bouwen. De vraag is hoe vreedzaam de missie kan worden.

Het grootste deel van de ruim vijfhonderd mensen voor de politiemissie in Afghanistan vertrekt deze week. Gisteravond namen de eerste zeven politiemannen en twee vrouwen op Schiphol afscheid van hun geliefden. Slechts één van hen reist van Kabul door naar Kunduz, waar het zwaartepunt van de civiele politietrainingsmissie ligt.

In Kunduz wordt hij voorlopig vergezeld door twee collega’s die in Kabul gestationeerd waren en naar de noordelijke provincie worden overgeplaatst. En door honderden Nederlandse militairen die de ‘geïntegreerde politietrainingsmissie’ waar de Tweede Kamer in januari mee instemde dragen. Als zij vanavond richting Kunduz vliegen, is het tweede grote Nederlandse avontuur in Afghanistan officieel begonnen.

In feite is er weinig civiel of geïntegreerd aan de nieuwe missie. Het is de militaire politie, de marechaussee, die tot 2014 in de straten van Kunduz-stad lokale agenten gaat begeleiden in hun politiewerk. Bij het bemannen van politiebureaus, het schrijven van bonnen, het behandelen van aangiften, het patrouilleren, het arresteren en het omgaan met aanslagen.

Hoewel het noorden van Afghanistan veel veiliger heet te zijn dan het zuiden, kunnen de Nederlandse marechaussees er niet zomaar met de Afghaanse agenten over straat. Juist autoriteiten, hoogwaardigheidsbekleders en politiefunctionarissen zijn in Kunduz mikpunt van doelgerichte aanslagen. Zeker als ze openlijk met westerlingen samenwerken.

Voor iedere twee marechaussees die buiten de poort opereren, gaan negen landmachtmilitairen mee om hen te beschermen. Zij mogen terugschieten als ze worden aangevallen, maar zich niet mengen in „enigerlei offensieve militaire activiteiten”, zo heeft het kabinet de Kamer beloofd.

De landmachtmilitairen worden weer beschermd door de vier Nederlandse F-16’s die in Mazar-i-Sharif staan opgesteld. De jachtvliegtuigen bieden luchtsteun aan de Nederlandse troepen op de grond en speuren vanuit de lucht naar bermbommen.

In het uiterste geval kan de hulp worden ingeroepen van de Duitse militairen die de NAVO-troepen in het noorden van Afghanistan leiden. Andersom mogen de internationale partners geen beroep doen op de Nederlandse F-16’s, behalve als die toevallig al in de lucht zijn voor een andere opdracht. Ze zullen alleen „als de brandweer uitrukken” als het is om Nederlanders bij te staan.

Minister Rosenthal (Buitenlandse Zaken, VVD), zelf op bezoek in Afghanistan, noemde de risico’s van de missie deze week „verantwoord”. De veelheid aan in elkaar grijpende ringen van bescherming geeft echter aan dat Kunduz niet bepaald als veilig wordt ervaren. De vijftien civiele politietrainers die uiteindelijk in de provincie worden ingezet, mogen de basis niet verlaten.

In hoeverre zij samensmelten met de politietraining die de militairen geven, valt nog te bezien. De landmacht, luchtmacht en marechaussee opereren onder het mandaat van de NAVO. De agenten dragen de vlag van de Europese Unie. Hun inzet, met vijftien man in Kunduz en 25 in Kabul, is ingekapseld in European Police Mission (EUPOL) en richt zich op het hogere kader van de Afghaanse politie.

De missie heeft dus een overwegend militair karakter. Minister Hillen (Defensie, CDA) zei vorige week na een toespraak in Brussel nog af te willen van de rol van ontwikkelingswerkers die het leger steeds vaker krijgt toebedeeld. Militairen moeten vechten, geen waterputten slaan, zo luidde zijn boodschap. Misschien om Nederland alvast te waarschuwen dat zij toch strijd zullen leveren in Kunduz.

De grote vraag is hoe vredelievend het karakter van de nieuwe missie in werkelijkheid kan zijn in een door oorlog verscheurd land. Toen in 2006 de missie in Uruzgan aanving, werd deze gepresenteerd als een ‘opbouwmissie’. Nederlanders gingen niet naar Afghanistan om de Talibaan te bestrijden, maar om de vrede te bewaren. In de realiteit bleek die vrede nog lang niet bewerkstelligd; 24 militairen keerden niet levend terug van hun uitzending.