Bij De Grote dondert de hele stad in elkaar

Hard, romantisch, exotisch. Elke wereldstad heeft zijn eigen imago. NRC Handelsblad gaat deze zomer op zoek naar de werkelijkheid achter het cliché van de wereldstad. Elke week een andere, op deze pagina’s en op zaterdag in de bijlage Lux. Deze week: Istanbul

Het uitzicht vanaf het terras van de professor op Istanbul is als uit een prentenboek. Daar beneden ligt de Bosporus. Vandaag lichtblauw, maar elke dag kleurt de zeestraat anders. De villa staat precies op de plek waar het water een kleine bocht maakt, bij de Bosporusbrug, die Europa met Azië verbindt. Zeetankers moeten hier flink bijsturen om niet in een van de stroomversnellingen terecht te komen.

Maar de professor ziet het niet. Geoloog Celal Sengör zit binnen, in zijn donkere bibliotheek vol eeuwenoude studieboeken en stenen uit de korst van de aarde die hij al decennia bestudeert. De fluwelen gordijnen voor zijn ramen met dat adembenemende uitzicht, zijn dicht. „Ik wil al die monsterlijke gebouwen niet zien die langs deze kust verrijzen. Ik krijg er hartkloppingen van”, zegt Sengör.

In Istanbul noemen ze Sengör de rampenprofessor. De voorspeller van verdoemenis, de apocalyps die deze stad te wachten staat. Vijftigduizend doden, zeggen de voorzichtige voorspellingen. Waarschijnlijk meer. Hele wijken zullen van de aardbodem verdwijnen. De torenflats die vanaf het terras te zien zijn, zullen als kaartenhuizen ineenstorten.

Sengör doet wat hij kan om de aandacht voor die dreiging te krijgen. Schrijven in kranten, schreeuwen in talkshows. „Doodsbang wil ik ze maken. Zodat ze eindelijk eens wat gaan doen.”

De Grote wordt in Istanbul verwacht in dit of misschien het volgende decennium. Zijn komst is onvermijdelijk, wordt ook voortdurend aangekondigd, zonder dat mensen buiten Istanbul er weet van hebben. De grond onder Istanbul trilt geregeld. Vaak zo zachtjes dat het niet eens het lokale nieuws haalt. Soms, zoals in september vorig jaar, trilt de aarde hard genoeg om hele buurten in pyjama de straat op te jagen. „Voelde je hem?” vragen mensen elkaar per sms. Maar zolang de kracht van de beving minder is dan 6 op de schaal van Richter, kan iedereen weer gerust gaan slapen.

De professor zet zijn computer aan. „Dit is wat er gebeurt als De Grote komt”, zegt hij en haalt een schets van Istanbul en de Zee van Marmara tevoorschijn. Twintig kilometer ten zuiden van Istanbul, loodrecht op de Bosporus, ligt de Noord-Anatolische breuk. Dit is de geologische breuklijn die hem slapeloze nachten bezorgt. Anatolië is een schiereiland, ingeklemd tussen de twee reusachtige continentale platen van Eurazië en Arabië. „Die Arabieren blijven ons maar in westelijke richting duwen”, zegt Sengör. Elk jaar beweegt het Anatolische schiereiland twee tot twintig centimeter richting Europa. „Maar dat kan niet eeuwig goed gaan. Het is als het buigen van een metalen plaat. Op een gegeven moment zegt-ie: knal!”

Dat gebeurde in augustus 1999 in Izmit, ten oosten van Istanbul. Achttienduizend mensen raakten onder het puin bedolven. Zeshonderdduizend mensen werden dakloos. De beving trok een batterij nieuwe onderzoekers naar Istanbul. Gezamenlijk kwamen ze tot de conclusie dat Istanbul niet wordt bedreigd door een serie kleine breuken onder de Zee van Marmara, maar door een grote breuk van meer dan 1.500 kilometer lang, waarvan het kwetsbaarste deel voor de kust van Istanbul ligt. De beving van Izmit was niet meer dan een waarschuwing van wat komen gaat in Istanbul. „We hebben een kans van 70 procent dat de kracht van die beving groter zal zijn dan 7 op de schaal van Richter”, zegt Sengör. Sinds de vijfde eeuw en het begin van registraties had Istanbul twaalf grote aardbevingen. De echte grote aardschokken komen eens in de tweehonderd jaar voor in Istanbul. De laatste was in 1766. Deze Grote is al 45 jaar te laat.

Op zijn kaart heeft de professor de stad ingedeeld in rode, blauwe en groene zones. De oevers van de Bosporus kleuren vuurrood. Daar zal de beving het krachtigst zijn. „Automobilisten kunnen niet meer rijden, bomen zullen knakken, waterreservoirs zullen overstromen, gebouwen die niet vaststaan op hun funderingen zullen omvallen en zelfs goed geconstrueerde gebouwen zullen schade oplopen.”

Istanbul is niet de enige metropooldie leeft met dat gevaar. De beving in Fukushima, in maart van dit jaar, was 800 keer krachtiger dan de beving die hier verwacht wordt. Maar er is geen andere metropool die zo snel groeit en waar projectontwikkelaars decennialang zo weinig rekening hebben gehouden met het onvermijdelijke doemscenario. Istanbul groeide in vijftig jaar tijd uit van 1 tot 17 miljoen inwoners. Tussen de duurste villa’s en flatgebouwen zie je overal de sporen van de nieuwkomers. Hellingen worden volgebouwd met krotten, gecekondu’s. Dat betekent letterlijk: gebouwd in een nacht. Maar die vormen niet het grootste gevaar.

Langs de oever van de Bosporus staan wouden van betonnen flatgebouwen. Massavernietigingswapens. De man die steenrijk werd dankzij deze kant-en-klaarflats heet Ali Agaoglu. Hijmaakt er geen geheim van dat hij jarenlang onveilige gebouwen heeft afgeleverd. „We bouwden met zeezand en oud ijzer”, vertelt hij terwijl hij in een van zijn Bentleys naar een bouwplaats rijdt waar opnieuw een flat verrijst. „Alle gebouwen die ik voor 1999 heb neergezet zouden moeten worden afgebroken.” Sinds de aardbeving in Izmit zijn de regels voor aannemers een stuk strenger geworden. De gebouwen die in het afgelopen decennium zijn neergezet kunnen, net als die in Japan en Californië, meedansen met de trillingen van de aarde.

De uitdaging van Istanbul: wat te doen met al die gebouwen waarmee ontwikkelaars als Agaoglu de weerszijden van de Bosporus hebben volgezet? Acht op de tien gebouwen in Istanbul zijn illegaal gebouwd. Veel inwoners van Istanbul zijn fatalisten. „Maak je geen zorgen over morgen. Dit is aardbevingsland, leef vandaag.” Maar er zijn ook Turken die actie ondernemen. Een comité riep buurtcommissies bijeen in de meest kwetsbare gebieden en leverde tientallen containers vol met alle benodigdheden die in de eerste uren na een ramp nodig zijn: touwen, zaklantaarns, generatoren, schoppen, hakbijlen.

„Het grootste probleem na een beving is de bereikbaarheid”, zegt de bedenker, ingenieur Mustafa Cantekin. „Telefoons vallen uit, wegen raken geblokkeerd voor hulpverleners. Dus moeten we zelfredzaam zijn.” Maar veel van de containers werden in de afgelopen jaren leeggeroofd. De portemonnee moet vandaag gevuld, een aardbeving kan nog jaren op zich laten wachten.

Premier Recep Tayyip Erdogan kwam vlak voor de verkiezingen van 12 juni met een eigen reddingsplan. Hij kondigde twee geheel nieuw te bouwen steden aan ten noorden van Istanbul. Elk van deze satellietsteden moet onderdak bieden aan een miljoen mensen, die nu in de gevarenzones langs de Bosporus wonen.

„Zo’n grote onzin heb ik nog nooit gehoord”, zegt geoloog Sengör. En hij pakt er nog eens zijn kaart bij. De plekken waar de nieuwe steden zijn gepland, kleuren op zíjn kaart blauw. Dat betekent: slecht gebouwde woningen storten in, goede woningen lopen schade op, automobilisten hebben grote moeite op de weg te blijven, meubels vallen uit elkaar, dijken kunnen doorbreken. „Die idioot realiseert zich niet dat er zand ligt onder het gebied dat hij voor de twee steden heeft aangewezen”, zegt Sengör. „Bovendien: ga je dan miljoenen mensen gedwongen laten verhuizen naar dat nieuwe gebied? Dat kan natuurlijk niet. Je trekt alleen maar nieuwe mensen aan. De stad zal bezwijken onder zijn eigen gewicht. Dat is de gekte van Istanbul.”

bram vermeulen