'Atomausstieg' laat beurs nog koud

De kerncentrales in Duitsland gaan voor 2022 dicht. Gunstig voor de duurzame sector. Maar op de beurs is dat nog niet duidelijk te zien.

Kerncentrales weg, welkom windturbines en zonnepanelen. Duitsland heeft besloten zijn kerncentrales toch vóór 2022 te sluiten. Je zou verwachten dat fabrikanten van windturbines en zonnepanelen daarvan profiteren. Maar op de beurs van Frankfurt blijft het enthousiasme nog uit.

Zo is de koers van het Hamburgse bedrijf Nordex, bouwer van windturbines, sinds een maand weliswaar gestabiliseerd na een fikse daling in de afgelopen maanden. Maar gestegen? Niet echt. Hetzelfde geldt voor SolarWorld, een grote fabrikant van zonnepanelen, gevestigd in Bonn.

Dat beleggers nog niet volop naar de duurzame sector rennen is wel te verklaren, zegt Josef Auer, econoom bij de onderzoeksafdeling van Deutsche Bank. Over het toekomstige Duitse energiebeleid bestaat nog veel onduidelijkheid. Komt er nieuwe regelgeving die duurzame energie extra stimuleert? Hoe wordt de aanleg van nieuwe stroomnetten voor wind- en zonne-energie gerealiseerd? „De politieke druk om duurzame energie meer te steunen is wel toegenomen, maar dat moet zich nog in de praktijk gaan vertalen”, zegt Auer.

Wel duidelijk is wie er pijn lijdt van de Atomausstieg: de eigenaren van de kerncentrales. Met name E.ON en RWE. Zij bezitten respectievelijk zes en vijf van de in totaal zeventien kerncentrales in Duitsland. Hun beurskoers zat het afgelopen jaar in een achtbaan. Eerst ging hij omhoog, nadat bondskanselier Merkel afgelopen september had aangekondigd de kerncentrales niet in 2022 al te sluiten – zoals in 2000 was besloten door de roodgroene regering-Schröder – maar ze langer open te houden.

Het plezier voor de grootste twee stroom- en gasbedrijven in Duitsland was echter van korte duur. Sinds medio maart zijn hun koersen net zo hard omlaag gegaan. Die van E.ON is de afgelopen vijf maanden met eenvijfde gezakt, naar zo’n 20 euro. Bepalend was de kernramp in Fukushima, Japan, van half maart. Duitsland besloot onmiddellijk zeven oude kerncentrales van het net te halen. Prompt daalden de koersen. Eind mei volgde de ommezwaai van de rechts-liberale regering-Merkel: alle kerncentrales tóch voor 2022 dicht. Weer een klap voor de koersen van de energiebedrijven.

E.ON en RWE hadden het sowieso al lastig. Ze hebben zich de afgelopen jaren zwaar in de schulden gestoken om de expansie op de geliberaliseerde Europese stroom- en gasmarkt te financieren. Maar dat heeft veel minder opgeleverd dan verwacht. Topman Johannes Teyssen van E.ON kondigde in december een drastische wijziging van de strategie aan. In drie jaar tijd wil hij voor 15 miljard euro aan onderdelen afstoten. De bijdrage van activiteiten buiten Europa moet in 2015 zijn opgelopen tot een kwart van de omzet, terwijl dat nu nog maar 5 procent is.

Intussen komen de eerste signalen dat duurzame energie meer steun krijgt. Op 6 juni publiceerde het ministerie van Milieu nieuwe plannen om „het duurzame tijdperk binnen te treden”. Zo wordt windenergie, vooral op zee, extra gestimuleerd.

De nieuwe plannen vergen extra geld, maar heel veel hoger zullen de kosten volgens het ministerie niet worden. Hoewel de industrie dat juist wel verwacht, en zich verzet tegen al te riante steun. Het ministerie stelt dat de nieuwe plannen tot 2020 naar schatting 900 miljoen euro extra kosten. Omgerekend een tientje per jaar voor een gemiddeld huishouden. Bovendien komen er na 2025 amper meer extra kosten bij, omdat duurzame technologieën dan concurrerend zijn met conventionele opwekking van stroom op basis van fossiele bronnen als kolen en gas.

Er zijn meer gunstige tekenen voor de duurzame sector. Het Bundeskartellamt, de mededingingsautoriteit, heeft zich begin dit jaar kritisch uitgelaten over de machtspositie van de vier grote spelers op de Duitse stroommarkt: E.ON, RWE, Vattenfall en EnBW. Er zijn aanwijzingen dat de toezichthouder hun machtspositie wil beperken. Dat kan de duurzame sector ten goede komen.

Dat de koersen van duurzame bedrijven nog niet de lucht in gaan, heeft volgens Auer van Deutsche Bank ook nog met een andere trend te maken. De productie van windturbines en zonnepanelen staat aan de vooravond van een grote opschaling. Kleine spelers zullen moeilijk mee kunnen komen in deze fase, die enorme investeringen vraagt. Het vertaalt zich in matige belangstelling van beleggers.

Kijk naar een speler als Q Cells uit Bitterfeld-Wolfen, ooit de grootste producent van zonnecellen ter wereld. Auer vraagt zich af of het bedrijf, dat door de crisis zwaar is aangeslagen, het zal redden. De koers is sinds medio 2008 ingestort. Het Duitse besluit om de kerncentrales toch voor 2022 te sluiten heeft de koers geen impuls gegeven. Integendeel. Die is verder weggezakt.