Zure pruimen met zout

Het aangename van vakantie in het buitenland is dat je even verlost bent van je eigen, oersaaie supermarkt. Ik ben altijd te porren voor een excursie naar een Carrefour of Hypermarché, maar ook in van die kleine dorpssupermarktjes waar ze álles verkopen – van bleekmiddel tot kauwgomballen tot steunkousen – kom ik graag. In de winkel van het Spaanse gehucht waar ik recentelijk vakantie vierde, stonden wat kartonnen dozen met lokaal verbouwde producten. Ik kocht er een zakje kikkererwten, waarmee ik gisteren met wat pittige chorizo, tomaat, knoflook en ui een heerlijk schoteltje maakte. Spijt als haren op mijn hoofd dat ik niet méér van die zakjes mee naar huis heb genomen.

Gelukkig heb ik hier in de vinexwijk, naast de bekende grutters, ook een Turkse buurtwinkel waar af en toe wat te beleven valt. Zo lagen er van de week ineens kleine gifgroene balletjes op de groenteafdeling. De eigenaar verduidelijkte dat het om zure pruimpjes ging; een Turkse delicatesse. Hij ging zout halen waar de vrucht ingedoopt diende te worden en moedigde me aan om te proeven. Tijdens zijn jeugd in Turkije, vertelde hij, at hij in de zomer kilo’s zure pruimen. Hij en z’n vriendjes hadden standaard een plastic zakje met zout in hun broekzak waar de pruimen ingeduwd konden worden. Even zag ik het voor me, hoe de vermoeide Turkse winkeleigenaar die hier tegenover me stond, vroeger met zout in zijn zakken door de boomgaard rende.

Ik dankte hem voor het verhaal, maar kocht de pruimen niet. Ik vond ze net iets té zuur. Toen ik de volgende dag bedacht dat je er misschien wel een heerlijke chutney mee zou kunnen maken en terugging, waren ze op. Gelukkig lagen er wel abrikozen, met van die mooie, roze blosjes.

20 abrikozen

2 teentjes knoflook

2 uien

120 gram bruine basterdsuiker

220 ml balsamicoazijn

1 theelepel korianderpoeder

1 theelepel kurkuma

1 theelepel komijnpoeder

1 kaneelstokje

1 rode peper

stukje gember, fijngehakt

Fruit de ui en de knoflook in wat boter of olie en doe dan de kruiden plus een snuf zout, de gember en het ontpitte en fijngesneden pepertje erbij. Haal de pitten uit de abrikozen, snij ze in stukken en roer de helft door de kruiden. Voeg azijn en suiker toe, breng aan de kook, zet het vuur laag en laat een half uurtje zachtjes pruttelen. Doe dan de andere tien abrikozen erbij en zet na twintig minuten het vuur uit.

Proef de chutney als hij is afgekoeld, voeg eventueel wat zout of extra suiker toe. Ik hou wel van een beetje zuur, maar chutney hoort eigenlijk wat zoeter. Met deze hoeveelheden heeft u genoeg om vriend en vijand een bakje te brengen. Lekker als bijgerecht bij een Indiase maaltijd, maar ook heerlijk op een boterham met geitenkaas of bij couscous met lamsworstjes. Zorg wel dat u volgende week nog wat overheeft, want dan volgt het recept voor de kaastaart waar deze chutney een prijswinnend duo mee vormt.

Roos Ouwehand

Maandag: Janneke Vreugdenhil, dinsdag: Menno Steketee, woensdag: Roos Ouwehand, donderdag: Stéphanie Versteeg, vrijdag: Joël Broekaert