Was dans maar altijd verstild en dichtbij

Scene uit de film Pina 3D (2011) FOTO: Cinéart

Pina Regie: Wim Wenders. Met: dansers van Tanztheater Wuppertal. In: 13 bioscopen. ****

Pas de nieuwste 3D-techniek achtte Wim Wenders geschikt om het werk van de door hem zeer bewonderde choreografe Pina Bausch (1940-2009) te verfilmen. „Ruimte”, aldus Wenders in een interview in deze krant, „is essentieel voor het werk van Pina Bausch, ruimte en beweging. Dans en 3D zijn voor elkaar gemaakt.”

De meeste mensen zullen de Duitse regisseur direct gelijk geven. Tot nu toe is dans op film immers flink behelpen. De plasticiteit van poses en ensembles, de opwindende zuigkracht van groepsbewegingen, de ruimtelijke verhoudingen, de verlorenheid van een eenzame danser op het toneel; op het platte scherm is de impact ervan niet te vergelijken met de ervaring in het theater. Met 3D kan dat alleen maar beter worden, toch?

Vooral bij aanvang van Wenders’ film Pina lijkt dat ook zo te zijn. In elk geval zijn de beelden van Frühlingsopfer, een van Bausch’ belangrijkste werken, adembenemend realistisch. Een liggende vrouw, op de rug gezien, voelt bijvoorbeeld even dichtbij als een bedpartner en veroorzaakt een sensatie alsof je je arm echt óm haar heen kunt slaan. Ook de ‘gebarenpolonaise’ uit Nelken – een kenmerkend stijlelement uit Bausch’ werk – tussen zachtjes waaiende vitragegordijnen is betoverend, net als het diepte-effect van het waterballet uit Vollmond. Met een 3D-brilletje op is het bijna raar niet nat te worden bij zoveel gespetter.

Maar toch lijkt de nieuwe techniek niet de ultieme oplossing. Bij de dynamische groepsdansen in Frühlingsopfer bijvoorbeeld wringt er iets: dansers op de voorgrond zijn haarscherp, maar de bewegingen van hun collega’s op de achtergrond lijken, naarmate hun snelheid hoger is, wazig te worden en bovendien niet helemaal vloeiend. Ook is in 3D de overgang tussen close-ups en totaalbeelden erg abrupt.

In de opnamen van Café Müller gebeurt nog iets raars. Wenders laat bij wijze van filmtrucje twee oudgedienden van Tanztheater Wuppertal van bovenaf in de maquette van dit baanbrekende stuk kijken, om vervolgens onzichtbaar te snijden naar het echte toneel. Dat ziet er vanuit die hoek en afstand vreemd genoeg bijna onechter uit dan het model.

Ook de opnamen op buitenlocaties hebben iets onbevredigends, en niet alleen omdat ze door de nadruk op esthetiek geen recht doen aan het emotionele karakter van Bausch’ oeuvre. Het diepte-effect wordt zonder meer gerealiseerd, maar de dansende figuren op de voorgrond lijken voor een decor geplakt te zijn. Op zulke momenten levert de techniek niet gek veel meer op dan een gevoel van ruimtelijke discontinuïteit.

Langzame beweging, van dichtbij gefilmd: in Pina geeft dat het mooiste resultaat. Maar dans is nu eenmaal niet altijd langzaam, noch zijn alle scènes geschikt voor close-ups. En hoewel 3D in sommige gevallen fantastisch mooi is, lijkt het soms wel of de hersens – de mijne althans – zónder de nieuwe techniek beter in staat zijn filmbeelden ‘te voltooien’ dan mét.

Als documentaire bevredigt Pina evenmin volledig. De getuigenissen van de dansers zijn weinig opmerkelijk en een en al adoratie, terwijl zeker de oudgedienden het in de loop der jaren flink met de veeleisende Bausch aan de stok kregen. Bausch was een moederfiguur, maar een van de onbereikbare soort. Niets daarover. Het opvoeren van het ene na het andere sprekende hoofd is weinig origineel, terwijl het doodzonde is dat de dramatische kwaliteiten van de dansers maar mondjesmaat aan bod komen. Het ontroerendst zijn eigenlijk de archiefbeelden van Café Müller met Bausch zelf, graatmager in haar nachtjapon. In 2D.