Superkapitalistis zelfs in VS te extreem

Ayn Rand, profetes van het egoïsme, is nu ook in Nederland populair.

Hoe zou een maatschappij eruitzien die is heringericht volgens haar principes?

De Russisch-Amerikaanse schrijfster en filosofe Ayn Rand (1905-1982), bekend van haar romans The Fountainhead en Atlas Shrugged, is in Amerika nog steeds zeer populair. Ze wordt met enige regelmaat aangehaald om een argumentatie kracht bij te zetten. Afgelopen maandag, bijvoorbeeld, betoogde Daan van den Berg aan de hand van Rand dat het ‘superkapitalisme’ een alternatief is voor kunstsubsidies.

Rands filosofie laat zich gemakkelijk simplificeren en is daardoor multi-inzetbaar. In het kunsttijdschrift Tubelight stond twee maanden geleden een artikel waarin de auteur de ideeën van Rand juist gebruikte om het kunstbeleid van dit kabinet aan te vallen. In Het Financieele Dagblad werd het gedachtegoed van Rand aangewend om het rechtssysteem te bekritiseren, en in Opzij bleek zij een voorvechtster te zijn van emancipatie.

In de genoemde artikelen wordt Rands filosofie teruggebracht tot termen als non-conformisme en zelfredzaamheid – waarden waarmee iedereen wel uit de voeten kan. Hiermee wordt echter versluierd hoe radicaal zij was.

Rand hield aan haar jeugd in de Sovjet-Unie een levenslange haat tegen het communisme over. Eenmaal geëmigreerd naar Amerika wijdde ze de rest van haar leven aan het vormgeven van het perfecte spiegelbeeld van het communisme: een vorm van extreem laisser faire-kapitalisme.

In zowel haar fictie als haar non-fictie bestreed Rand het altruïsme, een begrip dat volgens haar in elk collectivistisch systeem centraal stond. Toen een interviewer haar eens vroeg waarom ze niet van altruïsme hield, antwoordde ze: ‘I didn’t say I don’t like it, I said it was evil.’ Altruïsme is, in Rands visie, een ‘deugd’ die door machthebbers wordt opgelegd om herverdeling te rechtvaardigen. Dit is een vorm van gelegitimeerde diefstal: mensen hebben volgens Rand geen recht op de ‘geest’ van iemand anders, en ook niet op de producten van die geest. De overheid zou alleen defensie, politie en rechtspraak moeten regelen en zou voor de financiering hiervan afhankelijk behoren te zijn van giften.

Laten we ons nu eens voorstellen wat er zou gebeuren wanneer de maatschappij werd heringericht volgens Randiaanse principes. Er zou geen sociale zekerheidsstelsel zijn, waardoor werklozen, arbeidsongeschikten en bejaarden aangewezen zouden zijn op de liefdadigheid van anderen – een lastige onderneming in een samenleving waarin altruïsme als evil wordt beschouwd.

En het gevolg voor de kunstsector? Van den Berg schrijft met hoeveel plezier hij een bezoek heeft gebracht aan het theaterfestival De Parade. Zonder overheidssubsidies was er echter geen Parade geweest. Sommige kunstinstellingen zouden verdwijnen – misschien ook die drie theatergezelschappen waarvan Van den Berg zo heeft genoten. Andere zouden voortbestaan door de financiële ondersteuning van mecenassen, ook een vorm van altruïsme.

De filosoof Hans Achterhuis heeft het Randiaanse ‘superkapitalisme’ in zijn boek De utopie van de vrije markt (2010) omschreven als een utopie. De nieuwe samenleving zoals Rand die voorstelt is utopisch, omdat er een volledige verandering van de maatschappij wordt voorgesteld. Kleine aanpassingen zijn onvoldoende. Dit doet denken aan de woorden van Halbe Zijlstra, die het heeft over een ‘fundamentele omslag’ in de cultuursector. Zijlstra wil zo’n groot bedrag weghalen, dat de culturele wereld dit alleen kan opvangen door zichzelf opnieuw uit te vinden.

Ayn Rand zou deze oplossing hebben toegejuicht (hoewel hij naar haar smaak lang niet radicaal genoeg zou zijn) maar het is de vraag of de sector in staat is de fundamentele omslag in zo korte tijd te maken. Zeker wanneer tegelijkertijd de btw op toegangskaartjes omhoog gaat – een maatregel waar Rand het uiteraard niet mee eens zou zijn.

Afgelopen mei heb ik met de jongerencollectief happyChaos een debat georganiseerd over ‘het nieuwe mecenaat’, in een poging alternatieven te bedenken voor de kunstsubsidies. De daar aanwezige deskundigen waren het erover eens dat er meer dan twee jaar nodig is om het weggevallen overheidsgeld op te vangen; dit was ook het advies van de Raad voor Cultuur, waarvan de voorzitter afgelopen vrijdag is opgestapt omdat Zijlstra de voorstellen naast zich had neergelegd. Als de overheid toe wil naar een ‘Amerikaans model’, waarin cultuur grotendeels wordt gefinancierd door consumenten, sponsors en mecenassen, is er meer tijd nodig voor de instellingen en individuele kunstenaars om deze aan te spreken.

In een tijd waarin er flink bezuinigd wordt, moet ook de kunstsector een bijdrage leveren. En ook afgezien van de bezuinigingen is het goed om de vanzelfsprekendheid van kunstsubsidies ter discussie te stellen. We zullen de oplossing echter niet vinden bij Rand, een kapitalismeprofetes die zelfs door de meeste Amerikanen als te radicaal wordt beschouwd.

Floor Rusman deed de onderzoeksmaster geschiedenis en studeert af op Ayn Rand.