Pas op pedofiel De maatschappij wordt vrediger als pedofilie wordt toegestaan

Kinderen mogen zelf weten met wie ze seks hebben, vindt Marthijn Uittenboogaard van pedofielenvereniging Martijn.

Hij gaat door tot alle zedenwetten zijn afgeschaft.

Hengelo HENGELO -pedovereniging Martijn Uittenbogaart Castorweg 32 2 camera's gericht op de castorweg ©foto eric brinkhorst

Hengelo, een jarendertigwoning aan de Castorweg. In de voortuin staan een verweerd bankje en twee verkleurde tuinkabouters. Als ik aan het einde van de ochtend aanbel gaat de witte voordeur een klein stukje open. Ik moet mijn naam noemen en zeggen waarvoor ik kom.

Marthijn Uittenbogaard (39) van pedofielenvereniging Martijn laat mij binnen, doet de deur snel weer dicht en gaat voor naar de huiskamer. Hij is een lange, dunne man met ingevallen wangen, zijn korte, zwarte haar is niet gekamd. Hij draagt een wit T-shirt, een donkere spijkerbroek en bruine herenschoenen.

Op een blauwe bank in de woonkamer zit een gespierde jongeman, in een trainingsbroek en een hemd. Hij rookt zware shag en drinkt bier uit een halveliterblik. Het is Ricardo Hunefeld (25), voormalig bestuurslid van de vereniging, die tijdelijk bij Uittenbogaard inwoont.

Twee dagen eerder is Hunefeld door boze buurtbewoners zijn woning in het Friese Oosterwolde uitgejaagd. Toen het gebeurde stuurde Uittenbogaard mij een mailtje: „Ricardo wordt momenteel bedreigd. ‘Pedo’ op deur en raam gekalkt en nu roepen ze bedreigingen terwijl ze voor zijn deur staan. Ik en L. gaan hem zo halen.”

L. is de vriend van Uittenbogaard; een half jaar geleden besloot Uittenbogaard met hem samen te gaan wonen en kocht hij de woning in Hengelo. „L. houdt ook van kinderen maar is meer in dieren geïnteresseerd”, zegt Uittenbogaard, die naast Hunefeld op de bank gaat zitten. L. is nog aan het werk.

Ik ga op de andere blauwe bank zitten, naast een Winnie the Pooh-kussen. Op de parketvloer staat een Nintendo spelcomputer, op een kast in de voorkamer een ruimteschip van Lego. In de achtertuin lopen kippen vrij rond, af en toe komt er een naar binnen.

Hunefeld denkt dat de Oosterwoldenaren achter zijn geaardheid kwamen toen Uittenbogaard, met wie hij eerder samenwoonde in Leiden, bij hem op bezoek kwam. „Marthijn is een paar keer op televisie geweest, hij heeft een redelijk bekende kop.”

Daarna hebben ze vermoedelijk post uit zijn brievenbus gevist en gegoogled op zijn naam. „Op internet zijn oude filmpjes te vinden waarin ik mijn voorkeur voor jonge meisjes toelicht”, zegt Hunefeld. Op 16-jarige leeftijd werd hij vanwege seksuele contacten met een minderjarige door de jeugdrechter voor behandeling naar een psychiatrisch centrum gestuurd.

Toen Uittenbogaard en zijn vriend L. in Oosterwolde arriveerden om hun vriend op te halen, verzamelde zich een menigte voor de woning. „We liepen met mijn spullen naar buiten, ze stormden op ons af, klaar om te vechten”, zegt Hunefeld.

Uittenbogaard probeerde de mensen te kalmeren. Hij begon over tolerantie en vrijheid van meningsuiting toen een woedende Fries met een mes naar voren kwam gestormd. „We zijn in de auto gesprongen en hard weggereden.”

Hunefeld durft niet terug te keren naar de woning. „Het zijn agressieve types, ze steken zo je huis in brand.” Hij is bang dat hem hetzelfde overkomt als Paul Schaap, een bezoeker van een pedofielenforum die in 2009 in zijn woning door een zelfverklaarde pedojager werd vermoord.

Uittenbogaard, die geen veroordeling op zijn naam heeft staan, zegt dat hij altijd zal blijven vechten voor de pedofiele zaak, al kost het hem zijn leven. „Je kunt het vergelijken met de emancipatiestrijd van de homobeweging, ik zal blijven opkomen voor onze rechten.”

De strijd is wat hem betreft pas gestreden als „alle zedenwetten zijn afgeschaft en seksualiteit niet langer wordt gebruikt om de sociale orde in stand te houden”. Hij vindt dat kinderen zelf mogen bepalen met wie ze omgaan en met wie ze seksuele relaties hebben. „Nu worden kinderen veel te veel van volwassenen afgeschermd. Ze gaan naar school en misschien naar een vereniging, alles heel zakelijk en afstandelijk. Een pedofiele relatie zit er daardoor niet in.”

Hunefeld knikt. „Ouders beschouwen kinderen als hun eigendom”, zegt hij, en neemt nog een slok bier. „Terwijl ze eigenlijk van iedereen zijn.” Zelf groeide hij op in internaten. „Op zeven- of achtjarige leeftijd had ik mijn eerste seksuele contacten met andere jongens, ik denk dat ik daardoor nu zo ruimdenkend ben.”

Het liefst zou Hunefeld samenwonen met een meisje van de tussen de tien en twaalf jaar oud. „Ik zal haar naar school brengen, als ze dat wil. Van mij hoeft ze niet naar school, dieren voeden elkaar ook zelf op.” Uittenbogaard: „Ze zou ook gewoon bij haar ouders kunnen blijven wonen en vaak op bezoek kunnen komen.”

Uittenbogaard kan door zijn activistische houding zeer moeilijk met kinderen in contact komen. „Als ik een speeltuin inloop wordt er direct alarm geslagen.” Wel ging hij pas geleden met zijn vriend L. en twee oppaskinderen van vijf en zeven in Hengelo naar het zwembad. Een badmeester herkende hem en lichtte de plaatselijke krant in.

De ouders van de kinderen – onwetend van Uittenbogaards geaardheid – verbraken direct het contact. „Ik mis de kinderen ontzettend”, zegt Uittenbogaard. „Vooral de oudste, een heel lief mongooltje.” Naar eigen zeggen kan hij goed met kinderen omgaan. „Kinderen vinden het heel erg fijn met mij, wat dat betreft mist de samenleving wel wat.”

Zelf een kind krijgen zou het allermooiste zijn. „Maar als ik een kind zou willen adopteren kom ik nooit door de screening heen.” Hunefeld, die ook op oudere vrouwen zegt te vallen, heeft de hoop nog niet opgegeven. Als hij zo’n oudere vrouw tegenkomt zou hij van haar een kind kunnen krijgen. Hij gelooft dat hij een goede vader zou zijn. „Ik zou mijn kind openstellen voor alles wat er is.”

Uittenbogaard vertelt over zijn jeugd. Hij is opgegroeid in een welvarend gezin in Leiden. Op de middelbare school, waar uit een test over ethiek bleek dat hij de ruimdenkendste leerling was, werd hij verliefd op jongens uit zijn brugklas. „Toen ik ouder werd ben ik jongens van die leeftijd altijd mooi blijven vinden.”

Rond zijn zestiende hoorde hij van de in 1982 opgerichte pedofielenvereniging Martijn. Hij kocht het verenigingstijdschrift OK-magazine (Tijdschrift voor Ouderen Kinderen Relaties), dat tot aan het uitbreken van de affaire-Dutroux in 1996 in verschillende boekhandels en seksshops was te verkrijgen. „Ik moest het goed verstoppen, mijn ouders mochten het niet vinden.”

In 1997, hij was 25, ging hij in Leiden op zichzelf wonen. In het eerste nummer van OK-magazine dat hij op zijn huisadres ontving, las hij dat de vereniging opgeheven zou worden als er geen nieuwe bestuursleden kwamen. Hij aarzelde niet en meldde zich aan.

Het ging op dat moment niet goed met de vereniging Martijn, van de 650 leden die de club in de hoogtijdagen telde, waren er iets meer dan honderd over (tegenwoordig zijn het er nog tachtig). Geen publiek figuur durfde met de vereniging te sympathiseren, heel anders dan in de jaren tachtig, toen pedofilie dankzij prominente pedofielen, zoals PvdA-senator en rechtsgeleerde Edward Brongersma, bespreekbaar was en veel Kamerleden, en bijvoorbeeld ook VVD-minister Korthals Altes, voorstander waren van verlaging van de leeftijdsgrens van zestien naar twaalf jaar voor seksuele handelingen van en met minderjarigen.

Uittenbogaard deed enorm zijn best voor de vereniging. „Als iedereen tegen je is, moet je je uitspreken en extra hard vechten.” Na de middelbare school studeerde hij chemie, maar hij besloot in een verzorgingshuis in de spoelkeuken te gaan werken. „Ik wilde een simpel baantje zonder gedoe, om mij in mijn vrije tijd voor de vereniging in te kunnen zetten.”

Hij ontdekte dat binnen de vereniging over de kleinste onderwerpen grote verdeeldheid bestond. „Nergens was consensus over, het enige dat we gemeen hebben zijn onze pedofiele gevoelens.” Om zijn idealen sneller te kunnen bereiken, besloot Uittenbogaard samen met Norbert de Jonge, een student die vanwege zijn pedofiele geaardheid van de opleiding pedagogiek werd verwijderd, om de Partij voor Naastenliefde, Vrijheid en Democratie (PNVD) op te richten.

Het was de bedoeling dat de PNVD niet alleen progressieve standpunten over pedofilie zou uitdragen, maar ook over onderwerpen als drugs en euthanasie. „Daarom besloten we zo veel mogelijk ruimdenkende mensen van buiten de pedowereld te benaderen.” Er werden onder meer mailtjes gestuurd naar voetballer/columnist Jan Mulder en Henk Krol van de Gaykrant. Ook de wetenschappers Gert Hekma en Meindert Fennema, die zich in het verleden positief of genuanceerd uitlieten over pedofilie, werden benaderd. In dagbladen plaatsten ze advertenties, op een D66-congres deelden ze flyers uit.

Behalve Dik Brummel, voorzitter van de veel grotere Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming (NVSH), durfde niemand mee te doen. „Dik vond dat we niet ver genoeg gingen”, zegt Uittenbogaard. „Hij vond dat de acceptatie van incest ook in het programma moest.” Op zich kan Uittenbogaard zich vinden in dat standpunt. „Seksualiteit is natuurlijk en moet altijd kunnen. Maar zolang er nog zoveel drempels zijn moet je niet meteen naar zo’n utopie willen gaan.”

Het lukte de PNVD niet om voldoende handtekeningen te verzamelen in de kiesdistricten. „De trouwste fans durfden vaak al niet te tekenen omdat die registers openbaar zijn.” Intussen was Uittenbogaard te gast geweest bij enkele televisieshows, in zijn buurt in Leiden begonnen mensen hem te herkennen. „Ze staarden me aan, maar er werd nog niet gescholden.” Een buurtbewoner belde de politie toen hij een jongen de woning van Uittenbogaard zag betreden. „Dat was een gewoon een vriend van 23 die er heel jong uit ziet.”

De vlam sloeg in de pan toen de extreemrechtse groepering Voorpost flyers uitdeelde in de buurt. „Op die flyer stond een foto van een baby, met mijn adres erbij en de mededeling dat ik een kinderverkrachter was.” Er verschenen mensen in de straat, iemand riep dat hij Uittenbogaard zou vermoorden en probeerde de deur in te trappen. „Ik belde de politie, en Norbert, die meteen uit Arnhem kwam om mij bij te staan.”

Na een tijdje waren de hevigste bedreigingen voorbij. „Er werd voortdurend ‘pedo, pedo’ geroepen en soms een ei gegooid, maar van geweld of ingegooide ruiten was geen sprake meer. Eigenlijk woonde ik daar perfect, hoe vernederend het ook was.”

Toch besloot hij, toen hij L. was tegengekomen, om naar Hengelo te verhuizen. Hij zegde zijn baan bij het verzorgingshuis op, vond een huurder voor zijn Leidse woning en schafte het ruime huis aan de Castorweg aan.

Nu probeert hij hier een baan te vinden. „Als ik solliciteer, zijn ze eerst enthousiast. De volgende dag hoor ik dat de vacature is ingetrokken.”

Uittenbogaard loopt naar de keuken en schenkt een glaasje water in. „Stel je hebt een 12-jarige jongen die wat wil experimenteren met een oudere man”, zegt hij. „Hoe kan dat überhaupt nadelig zijn?” Hunefeld doet de tuindeur open, direct komt een kip naar binnen wandelen. „Als alles in de openheid kan”, vervolgt Uittenbogaard, „denk ik dat er juist minder misbruik plaatsvindt dan meer.”

Hunefeld zegt dat hij een onderzoek kent waarin staat dat kinderen die omgaan met pedofielen beter presteren op school. Uittenbogaard vertelt over drie Amerikaanse wetenschappers – Rind, Bauserman en Tromovich – die tientallen onderzoeksgegevens van contacten tussen jong en oud analyseerden en concludeerden dat de schade bij het kind als gevolg van pedofiele relaties veel minder groot is dan wordt aangenomen.

Wat ook niet klopt, volgens Uittenbogaard, is de aanname dat kinderen geen seksuele gevoelens zouden hebben. „Vanaf de geboorte begint het al. Ze kunnen genieten van masturbatie, soms al op zesjarige leeftijd.” In de Verenigde Staten worden kinderen volgens hem van school gestuurd als ze seksueel getinte spelletjes spelen op het schoolplein. „Dan komen ze op een zedenlijst en moeten ze in therapie.” „In Nederland gaat het ook die kant op”, zegt Hunefeld. Uittenbogaard: „Het is juist heel gezond als je op jonge leeftijd leert omgaan met je lichaam en met andermans lichaam.” Hij gelooft dat dat agressie tegengaat.

Onlangs onthulde RTL Nieuws dat acht (oud-)bestuursleden van de vereniging Martijn voor zedenmisdrijven zijn veroordeeld. Ad van den Berg, die na het mislukte avontuur met de pedopartij voorzitter werd, zit momenteel in voorarrest vanwege het in bezit hebben van kinderporno.

Het zou gaan om oude videofilmpjes en recent gedownload materiaal. Van Hunefeld mag de voorzitter geroyeerd worden. Uittenbogaard vindt dat niet ‘fair’. „Ad heeft veel gedaan voor Martijn. Bovendien vind ik het niet fout als iemand iets downloadt, dan moeten we alle leden misschien wel royeren.” Uittenbogaard beschouwt Van de Berg als een ‘politieke gevangene’.

Van een ander bestuurslid, de salesiaanse pater Van B., wordt beweerd dat het een notoire potloodventer is. Uittenbogaard: „Bert heeft nooit zijn pik laten zien, hij heeft alleen over zijn kruis gewreven.”

Oud-lid Geert B. vermoordde in de jaren negentig een achtjarig meisje nadat hij haar had verkracht. „Deze man was deels zwakzinnig”, zegt Uittenbogaard. „Na de geslachtsdaad raakte hij in paniek, zo kon het gebeuren.” Uittenbogaard denkt dat B. „zonder dat enorme taboe op pedofilie” nooit tot zijn daad was gekomen. Hunefeld gelooft dat ook. „Met het toestaan van pedofilie zal de maatschappij vrediger worden.”

Vanwege de harde repressie van dit moment – de bedreigingen van pedojagers als Yvonne van Hertum en Jos Aalders, het voornemen de vereniging te verbieden – vrezen Uittenbogaard en Hunefeld dat pedofielen die gewoonlijk geen vlieg kwaad zouden doen, veranderen in moordenaars. „Ik krijg nu al berichten van pedo’s die zeggen: als ze zo graag willen dat ik een monster word, dan zal ik ook een monster zijn.”

Uittenbogaard en Hunefeld schrikken op als de poort opengaat. Het is vriend L. die terugkomt van zijn werk. Hij draagt een zwarte legerbroek en een shirt waar ‘vegan’ op staat. „Wij zijn veel meer dan viezeriken, wij zijn ideologen”, zegt L., die vooral ook strijdt voor het recht op bestialiteit. „Toen seks met dieren werd verboden was ik woedend. Je mag ze wel vetmesten, maar niet pijpen!” Als alle taboes weg zijn kun je met alles seks hebben. „Naar zo’n wereld moeten we toe.”

Met een plastic tas vol oude exemplaren van OK-magazine, Uittenbogaards en De Jonges boek De rede in het nauw en twee boeken met spannende jongensverhalen verlaat ik aan het einde van de dag de woning.

Later die week laat Uittenbogaard weten dat Hunefeld wegens onenigheid met L. de Hengelose woning heeft verlaten. Via de noodopvang in Assen probeert hij een nieuw huis te vinden.

Intussen zijn er vrijwel dagelijks eieren tegen de ramen gegooid en rijden auto’s toeterend voorbij. Op de bovenverdieping achter het raam heeft Uittenbogaard camera’s gezet die op de straat staan gericht. Ze staan de hele dag aan. De burgemeester van Hengelo heeft hem te verstaan gegeven dat hij zich gedeisd moet houden en geen contact moet zoeken met de media. „De wereld op z’n kop”, aldus Uittenbogaard.

Afgelopen zondag verzamelde zich een boze menigte voor het huis aan de Castorweg; een demonstratie georganiseerd door pedojager Jos Aalbers. Per mail deed Uittenbogaard verslag van de gebeurtenissen. „Lantaarntje dat in de voortuin stond is gesloopt, deurbel eraf gehaald. Met olie uit lantaarntje ‘pedo’ op ruit. Met rode verf ‘pedo’ op ruit. Eraf weten te krijgen met aceton.”