Opleidingen kunst gaan krimpen

Zestien hogescholen met kunstopleidingen gaan minder eerstejaars toelaten.

Hogescholen gaan minder studenten opleiden tot beeldend kunstenaar, danser en musicus. De zestien hogescholen met kunstopleidingen (van Gerrit Rietveldacademie tot Fontys Hogescholen) zullen het aantal eerstejaars beeldende kunst en dans met een kwart verminderen en het aantal klassieke- of jazzmusici met 10 procent.

Het geld dat hiermee vrijkomt zal worden geïnvesteerd in de kwaliteit van kunstvakdocenten en in extra begeleiding van (internationaal) toptalent. Dat staat in het rapport Focus op toptalent dat de HBO-raad, de vereniging van hogescholen, morgen aan staatssecretaris Zijlstra (Onderwijs, VVD) overhandigt. Nu zijn er 543 eerstejaars beeldende kunst en 1.002 eerstejaars muziek.

In een reactie zegt de voorzitter van de HBO-raad, Guusje ter Horst: „Het is nooit simpel tot een vermindering van het aantal opleidingsplaatsen te komen. De kunstsector heeft laten zien dat ze daartoe in staat is.” Belangrijk is volgens haar dat scholen het geld dat ze daarmee overhouden kunnen investeren. „Het gaat niet om bezuinigingen, maar om betere aansluiting op de arbeidsmarkt.” Het plan zal volgens Ter Horst leiden tot minder kunstenaars en meer toptalent.

De hogescholen met kunstopleidingen hebben uiteenlopende richtingen: van games tot barokviool. Het kunstvakonderwijs staat al enige tijd onder druk. Uit de politiek en de cultuursector klinkt de kritiek dat er te veel studenten worden opgeleid die niet goed zijn voorbereid op de arbeidsmarkt. Op dit moment volgen ruim 21.000 studenten een opleiding aan een kunstacademie. Anderhalf jaar na die opleiding is ruim 7 procent nog zonder baan. De werkgelegenheidskansen lopen uiteen: voor studenten design (vormgeving) is veel werk, beginnend beeldend kunstenaars hebben het moeilijker. (NRC)