Niet iedere rechter kan zomaar elke zaak doen

Tom Schalken schreef een beschikking over de vervolging van Wilders. Dat was niet zijn specialiteit.

Een specialistische rechter had ons veel gedoe bespaard.

De rechtbanken in Nederland kennen, behalve fulltimerechters, ook rechters-plaatsvervanger. Dit zijn gepensioneerde rechters die nog af en toe een zaak willen doen en mensen uit het bedrijfsleven, de advocatuur, het openbaar bestuur en de wetenschap, al dan niet nog actief in hun hoofdbaan.

Zij functioneren meestal als derde man – ‘jongste rechter’, in het jargon – in een meervoudige combinatie. Ze hoeven niet de screening (een psychologische test en een gesprek met de landelijke selectiecommissie) en de opleiding binnen hun rechtbank te ondergaan. Hun selectie is doorgaans gebaseerd op hun cv en op hun persoonlijke relaties.

Uiteraard leggen plaatsvervangers wel de rechterlijke eed af. Ze zijn dus, net als fulltimers, onderworpen aan de regels van onafhankelijkheid en geheimhouding.

Voor de rechtbanken kunnen rechters-plaatsvervanger nuttig zijn – voor de bezetting van de derde stoel, vanwege hun maatschappelijke positie en/of vanwege hun specialisme. Doorgaans schrijven zij zelf niet de uitspraken. Voor het overige doen zij volop mee aan de beraadslagingen.

Ook voor de plaatsvervangers kan dit werk van pas komen. Dat geldt vooral voor wetenschappers. Zij kunnen inspiratie putten uit de dossiers en de zittingen voor hun onderwijs en onderzoek. Studenten en de juridische wetenschap profiteren.

Bij Tom Schalken ging dit allemaal kennelijk een beetje anders. Het is een publiek geheim dat hij de beschikking, waarbij het gerechtshof van Amsterdam het Openbaar Ministerie de opdracht gaf om Geert Wilders te vervolgen, zelf heeft geschreven.

Tijdens het inmiddels beruchte etentje – ‘diner’ – zou hij met de beschikking op zak hebben gelopen. Voorts vond hij het nodig om via de media zijn (verzoek om) ontslag in te dienen bij de Koningin. En passant geeft hij de rechtbank die aan de zaak-Wilders een einde heeft gemaakt, een trap na. Schalken zet de procedure voort, op zijn eigen manier. Gelukkig wees de president van het gerechtshof hem onmiddellijk terecht.

Moeten rechtbanken anders omgaan met hun plaatsvervangers, bijvoorbeeld door ook hen te onderwerpen aan gesprekken en tests? Daarvoor bestaat geen aanleiding. De meeste plaatsvervangers functioneren uitstekend. Ze leveren een nuttige en plezierige bijdrage aan beraadslagingen en beslissingen. Hun specialistische kennis en ervaring vormen een welkome inbreng, ook al doen ze niet altijd zittingen waarbij hun vakgebied van pas komt.

Wel moeten rechtbanken meer aan specialisatie doen, door hun fulltimerechters te stimuleren om specialistische kennis op te bouwen en door beter gebruik te maken van de aanwezige ervaring. Zo weten lang niet alle rechtbanken welke specifieke kennis hun rechters hebben.

Het aantal rechtbanken neemt af, van negentien tot tien. Dat biedt de mogelijkheid tot een grotere specialisatie van individuele rechters. De vraag is of dit zal gebeuren. De opstelling van de rechterlijke macht is nog altijd dat iedere rechter in principe elke zaak moet kunnen doen. Cursussen dienen om hiaten op te vullen.

Dit is op de lange termijn niet vol te houden. De praktijk en de advocatuur vragen steeds meer om een gedegen kennis van gespecialiseerde rechtsgebieden. Aan die behoefte kan alleen maar worden voldaan als rechters die kennis in huis hebben. Niet alle rechters binnen een driemanschap hoeven over die kennis te beschikken, maar het is onwenselijk dat het specialisme uitsluitend berust bij een parttimer.

Het Amsterdamse hof had kennelijk geen fulltimespecialist op het terrein van groepsbelediging en aanzetten tot haat en discriminatie ter beschikking. Anders zou plaatsvervanger Schalken de beslissing niet hebben hoeven schrijven en zouden we misschien niet al het gedoe hebben gehad van de voorbije maanden.

Willem F. Korthals Altes is seniorrechter aan de rechtbank Amsterdam. Hij heeft dit stuk op persoonlijke titel geschreven.