Muziek die spookt is een trendje

Introspectie en verstilling in de pop is niet nieuw, maar wel uit de hoek van de elektronische muziek.

Vooral The Weeknd geeft je het gevoel naar iets geweldig nieuws te luisteren.

Enkele maanden terug stonden er stoelen opgesteld in de grote zaal van popcentrum De Melkweg in Amsterdam. De nieuwe popster James Blake gaf een zitconcert – om zijn publiek tot meer concentratie te dwingen. Gezien zijn zacht ruisende elektronicasound en zijn dwarrelende pianoakkoorden, toepasselijk ingehouden begeleid door een tweemansband, bleek dat een begrijpelijke ingreep in de luisterhouding van zijn publiek. Blake kreeg de concentratie die hij verlangde, en meer nog: overgave.

De jonge Brit (1989), die begin dit jaar zijn debuutalbum uitbracht, maakt spookachtige kamermuziek voor popliefhebbers, waarbij het genoegen zit in de wisselende kleuring van de spaarzaam geplaatste drumslagen en in het schuren en brommen van de elektronische tonen. Die mechanische basis blaast hij leven in met zijn lichte stem, die kraakt alsof hij door herfstrot is aangetast.

Het was huiveringwekkend, zoals hij live inzette bij het nummer ‘The Wilhelm Scream’, zelf piano spelend: „I don’t know about my dreams. I’m falling, falling, falling, falling.”

Introspectie en verstilling in de pop is niet nieuw, maar wel in de hoek van de elektronische muziek. Daar waait een fluistertrendje, met geestverwanten van Blake als Jamie Woon, Mount Kimbie en The Weeknd. Blake treedt dit weekend op bij North Sea Jazz in Rotterdam, Jamie Woon en Mount Kimbie bij het Pitch Festival in Amsterdam.

The Weeknd is de grote onbekende in dit gezelschap – de twintigjarige Canadees Abel Tesfaye bracht alleen online een album uit in eigen beheer. Vragen over zichzelf beantwoordt hij niet en foto’s zijn er niet. Maar op internet is hij een hype sinds superster Drake, een stadsgenoot van hem in Toronto, hem in zijn tweets aanprees bij twee miljoen volgers. Dat was een zetje in de goede richting. De ijle liefdesliedjes, drijvend op trage elektronica en Tesfayes heldere vocalen, zijn alarmerend genoeg van zichzelf.

De smachtende r&b-stijl waarin Tesfaye zingt, mengt zich op de negen liedjes van zijn House of Balloons met de koel sissende en tikkende synthesizergeluiden. De grondtoon van de teksten is donker; veelal gaat het over het onbegrip en de pijn tussen geliefden. Daarbij past de landerige afterpartysfeer op sommige nummers: het leven als één grote kater. „You wanna be high for this”, zingt Tesfaye op de eerste track.

Bij die gedoemde sfeer past de remake van ‘Happy House’, een nummer van jarentachtigband Siouxsie and the Banshees, met de nadrukkelijke ironie van het refrein: ‘We’re happy here, in the happy house’. Tesfaye plakt er een compleet ander liedje aan vast, ‘Glass Table Girls’, een onderaards duistere rap over een onheilspellend rammelende beat.

Bij The Weeknd spookt het al net zo flink als bij Blake. Makkelijk te verteren is zijn muziek niet, maar The Weeknd geeft je wel het gevoel naar iets sensationeel nieuws te luisteren. Op 31 juli kan Tesfaye zijn gezicht laten zien. Dan treedt hij op tijdens het OVO festival in Toronto.

Het aangename van Blake, The Weeknd en Woon is dat ze hun elektronica en computers inzetten om liedjes te maken die je emotioneel betrekken bij de muziek. Blake is een gewezen dubstepproducer en -dj en dat hoor je aan de flarden gesmoorde dubstep, waarbij de diepe, natrillende bas uit dat rauwe dansgenre een ritmisch accent is geworden. Bij Woon is de dubstep teruggebracht tot babyzacht bubbelende bassen, onderdeel van soulvolle melodieën.

De 28-jarige Woon, die een achtergrond heeft als singer-songwriter, neigt het meest naar popmuziek, zonder dat zijn aanpak doorsnee wordt. Van dubbsteppionier Burial leerde hij om elk geluid dat hij maakt te behandelen als een sample die kan worden bewerkt. Net als Blake speelt hij met stilte, waarin elke drumklap extra betekenis krijgt, zoals in ‘Spiral’. Maar hij maakt ook up-tempo liedjes, zoals de vrolijke single ‘Lady Luck’, een terechte hit.

Zo’n vloeiende popsong zal Mount Kimbie niet gauw maken. Dit Britse duo maakt dubstep in slowmotion, duister en slepend, maar bij gebrek aan zang ontbreekt het zoetje in hun songs. Ze zijn bevriend met Blake, die vorig jaar hun oude track ‘Maybes’ aan stukken knipte in een remix, maar zijn bewerking doet onder voor het origineel.

Met hun grensverleggende album Crooks & Lovers muntten ze de term ‘postdubstep’: vuige, industriële composities, die op filmische wijze leegte en verlatenheid oproepen. Precies en gedetailleerd leggen ze lagen geluid over elkaar heen. Het is muziek die om geconcentreerde aandacht vraagt: genoeg reden om bij hun concert om een stoel te vragen.

James Blake, zo 18.30 u. North Sea Jazz, Rotterdam. Jamie Woon, zo 16.30u en Mount Kimbie om 19.15 u, Pitch Festival, Amsterdam.