Meisjes worden crimineler. Waarom?

Uit onderzoek van criminologen van de Vrije Universiteit in Amsterdam blijkt dat meisjescriminaliteit tussen 1996 en 2007 meer dan verdubbeld is. Hield de politie in 1996 nog 2.805 meisjes aan op verdenking van een misdrijf, in 2007 waren dat er 6.148. Vooral sinds 2001 is het aantal meisjes dat is aangehouden sterk gestegen. (Veel) vaker dan vroeger maken zij zich schuldig aan vernieling, (openlijke) geweldpleging en diefstal.

Bovendien zijn meisjes jonger dan jongens als zij delicten plegen en in contact komen met justitie. Jongens pieken op hun negentiende, meisje op hun zestiende. Een mogelijke verklaring hiervoor is het feit dat meisjes eerder puberen en eerder volwassen worden, waardoor ze jonger misdrijven plegen, maar ook weer eerder stoppen met criminele activiteiten. Of meisjes ook steeds jonger crimineel actief worden, is niet onderzocht. Ook hebben de onderzoekers geen antwoord gezocht op de vraag waarom de meisjescriminaliteit zo is gestegen. Onderzoeker Thessa Wong ziet een mogelijke relatie met de toegenomen aandacht van de politie voor huiselijk geweld, waar meisjes geregeld als dader in beeld komen.

„Bovendien dacht de politie vroeger bij misdrijven wellicht niet zo snel aan een meisje, dat kan intussen veranderd zijn. Maar dat is zomaar een gedachte, hoor.”

Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie. De onderzoekers hebben zich gebaseerd op zowel politie- en justitiecijfers als op zelfrapportages, die elke twee à drie jaar door het WODC steekproefsgewijs worden uitgevoerd onder Nederlandse jongeren. Tussen die cijfers zitten soms behoorlijke verschillen: zo worden vrijwel geen twaalfjarige meisjes aangehouden op verdenking van een delict, terwijl bijna 30 procent van de twaalfjarigen zelf wel zegt een delict te hebben gepleegd. Dit laat zien hoeveel criminaliteit buiten het zicht van de politie blijft.